Leer essentible Italiaanse modalewerkwoorden zoals 'potere' (kunnen), 'dovere' (moeten) en 'volere' (willen) in de context van winkelen. Ontdek relevante woordenschat zoals 'il cappotto' (de jas), 'la taglia' (de maat) en gebruik praktische zinnen voor kledingwinkels.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Classificeer de opgesomde woorden in twee duidelijke categorieën op basis van hun gebruik: kleding om te dragen en termen die in de kledingwinkel worden gebruikt.
Indumenti da indossare
Termini nel negozio d'abbigliamento
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
La camicia
Het overhemd
2
Il cappello
De hoed
3
Indossare
Dragen
4
Provare
Passen
5
I pantaloni
De broek
Esercizio 5: Gespreksoefening
Istruzione:
- Zeg wie wat draagt. (Zeg wie wat draagt.)
- Welke andere kledingstukken ken je? (Welke andere kledingstukken ken je?)
- Beschrijf de kleding van de persoon naast je. (Beschrijf de kleding van de persoon naast je.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Indossa i guanti. Hij draagt handschoenen. |
Lei indossa una cintura. Zij draagt een riem. |
Un altro capo di abbigliamento che conosco è "vestito". Een ander kledingstuk dat ik ken is 'jurk'. |
Petra indossa pantaloni e un maglione. Petra draagt een broek en een trui. |
Lei indossa degli stivali. Zij draagt laarzen. |
Mia madre indossa gli occhiali. Mijn moeder draagt een bril. |
Cosa indossi oggi? Wat draag je vandaag? |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. ___ provare quella giacca, per favore?
(___ mag ik dat jasje passen, alsjeblieft?)2. ___ scegliere la taglia giusta per i pantaloni.
(___ moet de juiste maat voor de broek kiezen.)3. ___ comprare il cappotto perché fa freddo.
(___ willen de jas kopen omdat het koud is.)4. ___ indossare un maglione se uscite stasera.
(___ moeten een trui dragen als je vanavond uitgaat.)Oefening 8: In de kledingwinkel
Instructie:
Werkwoordschema's
Volere - Willen
Presente
- io voglio
- tu vuoi
- lui/lei vuole
- noi vogliamo
- voi volete
- loro vogliono
Provare - Passen
Presente
- io provo
- tu provi
- lui/lei prova
- noi proviamo
- voi provate
- loro provano
Indossare - Aandoen
Presente
- io indosso
- tu indossi
- lui/lei indossa
- noi indossiamo
- voi indossate
- loro indossano
Potere - Kunnen
Presente
- io posso
- tu puoi
- lui/lei può
- noi possiamo
- voi potete
- loro possono
Dovere - Moeten
Presente
- io devo
- tu devi
- lui/lei deve
- noi dobbiamo
- voi dovete
- loro devono
Oefening 9: I verbi modali: 'Potere', 'Dovere', 'Volere'
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De modale werkwoorden: 'Potere', 'Dovere', 'Volere'
Toon vertaling Toon antwoordenvuole, voglio, possiamo, vuoi, dovete, dobbiamo, può, posso
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.21.2 Grammatica
I verbi modali: 'Potere', 'Dovere', 'Volere'
De modale werkwoorden: 'Potere', 'Dovere', 'Volere'
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Indossare dragen Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) indosso | ik draag |
(tu) indossi | jij draagt |
(lui/lei) indossa | hij/zij draagt |
(noi) indossiamo | wij dragen |
(voi) indossate | jullie dragen |
(loro) indossano | zij dragen |
Provare passen Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) provo | ik pas |
(tu) provi | jij past |
(lui/lei) prova | hij/zij past |
(noi) proviamo | wij passen |
(voi) provate | jullie passen |
(loro) provano | zij passen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: In de kledingwinkel
In deze les leer je hoe je kleding kunt kopen, vooral wanneer er uitverkoop is. We focussen op veelgebruikte modale werkwoorden in het Italiaans: potere (kunnen), dovere (moeten), en volere (willen). Deze woorden zijn essentieel om beleefd en natuurlijk te communiceren in een winkelomgeving.
Belangrijke uitdrukkingen en voorbeelden
Je leert zinnen zoals: Posso provare questo cappotto, per favore? (Mag ik deze jas passen, alstublieft?), Devo trovare i pantaloni nella mia taglia. (Ik moet de broek in mijn maat vinden.) en Vuoi la giacca blu o quella rossa? (Wil je de blauwe jas of de rode?).
Woordenschatcategorieën
- Indumenti da indossare (Kledingstukken om te dragen): il cappello (de hoed), i guanti (de handschoenen), i pantaloni (de broek), la camicia (het overhemd), la gonna (de rok), la giacca (het jasje).
- Termini nel negozio d'abbigliamento (Termen in de kledingwinkel): la taglia (de maat), provare (passen/proberen).
Dialogen en oefensituaties
Je oefent gesprekken waarin je vraagt naar de beschikbaarheid van kleding, beschrijvingen geeft van dagelijkse kleding, en je eigen maat vraagt. Bijvoorbeeld: Buongiorno, posso provare la giacca blu? (Goedemorgen, mag ik het blauwe jasje passen?) en Quanto costa questa camicia? (Hoeveel kost dit overhemd?).
Werkwoordsvervoegingen van de modale werkwoorden
De werkwoorden volere, potere en dovere komen uitgebreid aan bod met hun tegenwoordige tijdvormen, zoals io voglio (ik wil), tu puoi (jij kunt), en lui deve (hij moet).
Verschillen tussen Nederlands en Italiaans
In het Italiaans worden modale werkwoorden zoals potere, dovere en volere actief gebruikt met hele werkwoordgroepen om mogelijkheden, noodzaak en wil uit te drukken, vergelijkbaar met het Nederlands. Een verschil is dat het Italiaans vaak eenvoudiger de beleefdheidsvorm può gebruikt in verzoeken, terwijl het Nederlands vaak omzichtigere formules en modale hulpwerkwoorden gebruikt, zoals “mag ik” of “zou ik kunnen”. Verder zijn sommige kledingtermen in het Italiaans vrouwelijk waar het Nederlands het neutraal gebruikt, bijvoorbeeld la gonna (de rok), dus let op de lidwoorden bij het leren.
Nuttige zinnen voor in de winkel
- Posso provare questi pantaloni? (Mag ik deze broek passen?)
- Devo comprare un cappotto nuovo, perché adesso fa molto freddo. (Ik moet een nieuwe jas kopen, want het is nu erg koud.)
- Vuoi indossare la camicia rossa o preferisci quella blu? (Wil je het rode overhemd dragen of geef je de voorkeur aan het blauwe?)
- Dobbiamo pagare prima alla cassa, poi possiamo uscire dal negozio. (We moeten eerst bij de kassa betalen, daarna kunnen we de winkel verlaten.)