Leer essentile Italiaanse woorden en uitdrukkingen over prijzen en betalen, zoals "Quanto costa?" (Hoeveel kost het?), "pagare" (betalen), "i contanti" (contant geld) en "economico" (goedkoop), om moeiteloos te winkelen en gesprekken te voeren in winkels en markten.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (11) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Classificeer de woorden in twee verschillende groepen: de ene gaat over geld en betaalmethoden, de andere over prijzen en hun kosten.
Denaro e metodi di pagamento
Prezzi e costi
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Gratis
Gratis
2
Comprare
Kopen
3
Pagare
Betalen
4
Il prezzo
De prijs
5
Il negozio
De winkel
Esercizio 5: Gespreksoefening
Istruzione:
- Stel je voor dat je op de markt bent. Wat zou je willen kopen? Hoe betaal je? (Stel je voor dat je op de markt bent. Wat zou je willen kopen? Hoe betaal je?)
- Noem en bespreek de prijzen. Is het goedkoop of duur? Vraag om korting. (Noem en bespreek de prijzen. Is het goedkoop of duur? Vraag om een korting.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Voglio comprare del pane e delle mele. Ik wil wat brood en appels kopen. |
Non voglio comprare niente. Ik wil niets kopen. |
Le arance sono piuttosto costose. De sinaasappels zijn behoorlijk duur. |
Le cipolle sono economiche. De uien zijn goedkoop. |
Posso pagare in contanti o con carta? Kan ik contant betalen of met pin? |
C'è uno sconto per le verdure? Is er een korting op de groenten? |
Quanto costano le arance? Hoeveel kosten de sinaasappels? |
Le mele costano tre euro e cinquanta. De appels kosten drie euro vijftig. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Io _____ il pane al negozio e pago sempre in contanti.
(Ik _____ het brood in de winkel en betaal altijd contant.)2. Il prezzo di questo libro _____ cinque euro.
(De prijs van dit boek _____ vijf euro.)3. Io _____ con la carta perché non ho molti contanti.
(Ik _____ met de kaart omdat ik niet veel contant geld heb.)4. A volte io _____ tante cose quando vado al mercato.
(Soms ik _____ veel dingen als ik naar de markt ga.)Oefening 8: Winkelen op de markt: Betalen en kopen
Instructie:
Werkwoordschema's
Andare - Gaan
Presente
- io vado
- tu vai
- lui/lei va
- noi andiamo
- voi andate
- loro vanno
Costare - Kosten
Presente
- io costo
- tu costi
- lui/lei costa
- noi costiamo
- voi costate
- loro costano
Comprare - Kopen
Presente
- io compro
- tu compri
- lui/lei compra
- noi compriamo
- voi comprate
- loro comprano
Pagare - Betalen
Presente
- io pago
- tu paghi
- lui/lei paga
- noi paghiamo
- voi pagate
- loro pagano
Usare - Gebruiken
Presente
- io uso
- tu usi
- lui/lei usa
- noi usiamo
- voi usate
- loro usano
Oefening 9: Gli indefiniti: 'molto', 'tanto', 'poco', etc...
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De onbepaalde voornaamwoorden: 'molto', 'tanto', 'poco', enzovoort...
Toon vertaling Toon antwoordenmolte, tutta, pochi, tante, poco, molto, tanto
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.19.2 Grammatica
Gli indefiniti: 'molto', 'tanto', 'poco', etc...
De onbepaalde voornaamwoorden: 'molto', 'tanto', 'poco', enzovoort...
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Pagare betalen Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) pago | ik betaal |
(tu) paghi | jij betaalt |
(lui/lei) paga | hij/zij betaalt |
(noi) paghiamo | wij betalen |
(voi) pagate | jullie betalen |
(loro) pagano | zij betalen |
Comprare kopen Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) compro | ik koop |
(tu) compri | jij koopt |
(lui/lei) compra | hij/zij koopt |
(noi) compriamo | wij kopen |
(voi) comprate | jullie kopen |
(loro) comprano | zij kopen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Les: Prijzen en geld in het Italiaans
In deze les leer je hoe je over prijzen, kosten en geld praat in het Italiaans. Het onderwerp is gericht op situaties zoals boodschappen doen op de markt of winkelen, waar je prijzen vraagt, betaalmethoden bespreekt en hoeveelheden uitdrukt.
Belangrijke woorden en uitdrukkingen
- Denaro e metodi di pagamento: i contanti (contant geld), la carta (de kaart, bijvoorbeeld pinpas/creditcard), i soldi (geld), pagare (betalen)
- Prezzi e costi: il prezzo (de prijs), costoso (duur), economico (goedkoop), costa 5 euro (kost 5 euro)
- Onbepaalde hoeveelheden & bijwoorden: molto (veel), tanto (zoveel), poco (weinig), tanti (veel, meervoud)
Voorbeeldzinnen
- Quanto costa questo pane? (Hoeveel kost dit brood?)
- Posso pagare con la carta o con i contanti? (Kan ik betalen met kaart of contant?)
- Ho pochi soldi, quindi compro poco cibo. (Ik heb weinig geld, daarom koop ik weinig eten.)
- Questo negozio è molto economico e ha tanti prodotti freschi. (Deze winkel is erg goedkoop en heeft veel verse producten.)
- Tutti i prezzi sono scritti sugli scaffali. (Alle prijzen staan op de schappen geschreven.)
Dialogen voor oefenen
Je kunt korte gesprekken oefenen zoals prijzen vragen, beslissen hoe te betalen, en praten over hoeveelheden producten die je wilt kopen. Bijvoorbeeld:
- "Quanto costa questo pane?" - "Costa due euro."
- "Pago in contanti, ecco due euro." - "Grazie, ecco il resto."
- "Vorrei comprare tante giacche per il negozio." - "Sono trenta euro ciascuna."
Werk met onbepaalde hoeveelheden
De onbepaalde woorden molto, tanto, poco helpen je om hoeveelheden aan te geven. In deze les leer je hoe je die correct gebruikt met zelfstandige naamwoorden en werkwoorden, bijvoorbeeld:
- Ho pochi soldi (Ik heb weinig geld)
- Compro solo il necessario (Ik koop alleen het noodzakelijke)
Let op verschillen met het Nederlands
In het Italiaans gebruik je vaak specifieke uitdrukkingen om hoeveelheden en prijzen mee aan te duiden. Bijvoorbeeld het gebruik van molto en tanto kan verschillen: molto wordt meestal als bijwoord of bijvoeglijk naamwoord gebruikt, en tanto kan ook zelfstandig naamwoord zijn. In het Nederlands vertalen wij die meestal als "veel" of "zoveel" afhankelijk van de context. Het Italiaanse woord pagare betekent duidelijk 'betalen' en wordt vaak gebruikt met con la carta (met de kaart) of in contanti (contant). Leer ook hoe je de vraag "Quanto costa...?" (Hoeveel kost...?) veilig kan stellen en vergelijk dat met het Nederlandse "Hoeveel kost...?".
Enkele nuttige Italiaanse uitdrukkingen met hun Nederlandse equivalenten zijn:
- Quanto costa...? – Hoeveel kost...?
- Pagare con contanti/carta – Betalen met contant geld/kaart
- Ho pochi soldi – Ik heb weinig geld
- Molto economico – Erg goedkoop