Le regole mostrate nel video fanno parte del Galateo, opera scritta da Giovanni Della Casa nel 1558. Il Galateo insegna come comportarsi nella vita quotidiana secondo le regole del bon ton.
De regels die in de video worden getoond, maken deel uit van de Galateo, een werk geschreven door Giovanni Della Casa in 1558. De Galateo leert hoe men zich in het dagelijks leven moet gedragen volgens de regels van het goede gedrag.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord Vertaling
Apparecchiare De tafel dekken
Tavola Tafel
Piatto Bord
Forchetta Vork
Coltello Mes
Cucchiaio Lepel
Tovagliolo Servet
Bicchiere Glas
Come si apparecchia la tavola per una cena informale secondo il galateo? (Hoe dek je de tafel voor een informele maaltijd volgens de etiquette?)
Per una cena informale mettiamo un piatto piano davanti a ogni persona. (Voor een informele maaltijd zetten we een dinerbord voor elke gast.)
Se il menù ha un primo piatto e un secondo piatto, mettiamo prima le posate per il secondo piatto: la forchetta a sinistra e il coltello a destra. (Als het menu een eerste en een tweede gang heeft, leggen we eerst het bestek voor het tweede gerecht: de vork links en het mes rechts.)
Se il primo piatto è una zuppa, mettiamo il piatto fondo sopra il piatto piano e aggiungiamo il cucchiaio a destra. (Als de eerste gang een soep is, zetten we het diep bord op het dinerbord en voegen we de lepel rechts toe.)
Il tovagliolo si mette a sinistra; può essere piegato a triangolo o a libro, tutti e due vanno bene. (Het servet leg je links; je kunt het in een driehoek of als een boekje vouwen, beide manieren zijn prima.)
Se usiamo un piattino per il pane, lo mettiamo in alto a sinistra, sopra le forchette. (Als we een broodschoteltje gebruiken, zetten we het linksboven, boven de vorken.)
I bicchieri si mettono in alto a destra, allineati con la punta del coltello. (De glazen zet je rechtsboven, uitgelijnd met de punt van het mes.)
I calici per il vino vanno dietro al bicchiere da acqua, sulla destra. (De wijnglazen staan achter het waterglas, aan de rechterkant.)
Così la tavola è pronta per accogliere gli amici a cena in modo semplice ma curato. (Zo is de tafel klaar om vrienden op een eenvoudige maar verzorgde manier te ontvangen voor het diner.)

Begripsvragen:

  1. Dove si mettono la forchetta e il coltello in una cena informale?

    (Waar worden de vork en het mes geplaatst bij een informele maaltijd?)

  2. Come si dispone il piatto fondo quando il primo piatto è una zuppa?

    (Hoe plaats je het diep bord wanneer de eerste gang een soep is?)

  3. Dove si mettono il piattino del pane e i bicchieri sulla tavola?

    (Waar zet je het broodschoteltje en de glazen op tafel?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Preparare la tavola per festeggiare

De tafel dekken om te vieren
1. Antonio: Congratulazioni per la promozione, Barb, sono molto fiero di te! (Gefeliciteerd met je promotie, Barb, ik ben ontzettend trots op je!)
2. Barbara: Grazie amore, non vedo l’ora di festeggiare insieme stasera. (Dank je, lieverd, ik kan niet wachten om vanavond samen te vieren.)
3. Antonio: Allora iniziamo a preparare la tavola. Tu prendi la tovaglia, io penso ai piatti e alle posate. (Laten we dan beginnen met de tafel dekken. Jij pakt het tafelkleed, ik zorg voor borden en bestek.)
4. Barbara: Ok. Prendo già il vino? (Oké. Zal ik alvast de wijn pakken?)
5. Antonio: Sì, il bianco è in frigo. (Ja, de witte staat in de koelkast.)
6. Barbara: Va bene, tu ricordati anche la ciotola per il pane, per favore. (Goed, vergeet alsjeblieft ook het broodmandje niet.)
7. Antonio: Accidenti, ecco cosa ho dimenticato… Non ho preso il pane. (Verdorie, dat is wat ik vergeten ben… Ik heb het brood niet meegenomen.)
8. Barbara: Ma senza pane non possiamo fare la scarpetta… (Maar zonder brood kunnen we geen 'scarpetta' maken…)
9. Antonio: Hai ragione, vado un attimo al supermercato a comprarlo. (Je hebt gelijk, ik ga snel naar de supermarkt om het te kopen.)
10. Barbara: Perfetto, allora finisco io di preparare la tavola mentre ti aspetto. (Perfect, dan maak ik ondertussen de tafel verder klaar terwijl ik op je wacht.)
11. Antonio: Va bene, non scordarti i calici! Torno subito. (Oké, vergeet de wijnglazen niet! Ik ben zo terug.)

1. Dove si trova il vino bianco?

(Waar staat de witte wijn?)

2. Che cosa dimentica Antonio?

(Wat vergeet Antonio?)

Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. Stasera inviti due colleghi italiani a cena a casa tua. Come prepari la tavola e di cosa hai bisogno?
    Vanavond nodig je twee Italiaanse collegas bij je thuis uit voor het diner. Hoe dek je de tafel en wat heb je nodig?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Quando hai ospiti, dove metti piatti, bicchieri e posate? Descrivi brevemente la disposizione.
    Wanneer je gasten hebt, waar zet je borden, glazen en bestek neer? Beschrijf kort de opstelling.

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Se un amico ti aiuta, quali istruzioni gli dai per apparecchiare la tavola per quattro persone?
    Als een vriend je helpt, welke aanwijzingen geef je hem om de tafel voor vier personen te dekken?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Racconta una piccola cena speciale che hai fatto o immagini: chi hai invitato e come hai sistemato la tavola per loro.
    Vertel over een klein speciaal diner dat je hebt gehouden of je je voorstelt: wie heb je uitgenodigd en hoe heb je de tafel voor hen gedekt?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 4: Oefening in context

Instructie: Come si usano le posate secondo il Galateo? Guarda il video e trova le parole: la forchetta, il coltello, il piatto, le posate.

  1. https://www.youtube.com/shorts/KIoMnKxziMo