A1.6 - Je leeftijd zeggen
A1.6 - Je leeftijd zeggen

A1.6 - Je leeftijd zeggen - Spreken

Dire la tua età


Esercizio: Gespreksoefening

  1. Di' il nome e l'età di ogni persona nell'immagine. (Zeg de naam en de leeftijd van elke persoon op de afbeelding.)
  2. Dì la tua età. (Zeg je eigen leeftijd.)
  3. Chiedi agli altri la loro età. (Vraag de anderen naar hun leeftijd.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten