I connettori consentono di collegare le idee in una frase.
(De verbindingswoorden maken het mogelijk om ideeën in een zin met elkaar te verbinden.)
- De verbindingswoorden staan meestal vóór het werkwoord of aan het begin van de zin.
| Connettore (Voegwoord) | Uso (Gebruik) | Esempio (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| Allora | Conclusione logica (Logische conclusie) | Sono stanco, allora vado a letto. |
| Quindi | Conseguenza diretta (Direct gevolg) | Non ho visto il film, quindi non posso dare un'opinione. |
| Perché | Domanda o causa (Vraag of oorzaak) | Perché non mi rispondi? |
| Anche | Aggiunta di informazioni (Toevoeging van informatie) | Anche lui è venuto alla festa. |
Uitzonderingen!
- Er bestaat de vorm "anch'io", die wordt gebruikt om het eens te zijn met wat de andere persoon zegt.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. L'appartamento è in centro, ___ non è molto economico.
Het appartement ligt in het centrum, ___ het is niet erg goedkoop.)2. L'hotel è vicino alla stazione, ___ è comodo per i miei colleghi.
Het hotel ligt vlakbij het station, ___ het is handig voor mijn collega’s.)3. ___ scegli sempre appartamenti piccoli?
___ kies je altijd voor kleine appartementen?)4. Sono interessato a questo edificio e ___ alla villa fuori città.
Ik ben geïnteresseerd in dit gebouw en ___ in de villa buiten de stad.)Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Koppel de zinnen en schrijf ze in één zin met de aangegeven verbindingswoorden (dus, daarom, omdat, ook, ik ook).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleSono stanco, allora vado a letto.(Ik ben moe, dus ga ik naar bed.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleNon conosco bene la città, quindi non posso aiutarti con la casa.(Ik ken de stad niet goed, daarom kan ik je niet helpen met het huis.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleNon rispondo al telefono perché sto visitando un appartamento.(Ik neem niet op omdat ik een appartement bezichtig.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleCerco un appartamento in centro e anche una stanza luminosa.(Ik zoek een appartement in het centrum en ook een lichte kamer.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleTu cerchi una casa in affitto. Anch’io cerco una casa in affitto.(Jij zoekt een huurhuis. Ik zoek ook een huurhuis.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleLui è molto gentile e anche disponibile con gli inquilini.(Hij is heel vriendelijk en ook behulpzaam naar de huurders toe.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek jullie behoeften en bepaal welk type accommodatie jullie willen kiezen.
- Che tipo di appartamento o edificio preferisci e perché? (Welk type appartement of gebouw heeft je voorkeur en waarom?)
- Quali servizi vuoi nel vicinato e perché sono importanti? (Welke voorzieningen wil je in de buurt en waarom zijn die belangrijk?)
- Sono interessato a un appartamento con coinquilino. (Ik ben geïnteresseerd in een appartement met een huisgenoot.)
- Il proprietario è disponibile ad affittare. (De eigenaar is bereid het te verhuren.)
- Anche io cerco un posto vicino ai negozi. (Ik zoek ook een plek dicht bij winkels.)
- allora (dus)
- quindi (dan)
- perché (waarom)