In italiano tutti i verbi terminano in -are, -ere, -ire, le tre coniugazioni.

(In het Italiaans eindigen alle werkwoorden op -are, -ere, -ire, de drie vervoegingsgroepen.)

Wat leer je hier precies?

  • Je herkent de uitgangen van de tegenwoordige tijd (presente) bij -are, -ere en -ire werkwoorden.
  • Je ziet speciaal wat er gebeurt bij werkwoorden als capire (de zogeheten -isc-werkwoorden).
  • Je weet wanneer je het persoonlijk voornaamwoord (io, tu, lui…) wel of niet zegt.
  • Je kunt zelf controleren of een vorm logisch is in een zin met se (voorwaarde: “als…”).

1. De logica achter de uitgangen

In het Italiaans vertelt de uitgang van het werkwoord wie de actie doet. Daarom is het voornaamwoord vaak niet nodig.

Persoon -are (contattare) -ere (chiedere) -ire gewoon (dormire)
io (ik)contattochiedodormo
tu (jij)contattichiedidormi
lui / lei (hij/zij)contattachiededorme
noi (wij)contattiamochiediamodormiamo
voi (jullie)contattatechiedetedormite
loro (zij)contattanochiedonodormono

Let op het patroon:

  • -are: o, i, a, iamo, ate, ano
  • -ere: o, i, e, iamo, ete, ono
  • -ire (gewoon): o, i, e, iamo, ite, ono

Zie je in de tabel van het boek contatto, contatti, contatta…? Dan herken je nu de uitgangen van -are. Bij chiedo, chiedi, chiede… zie je de uitgangen van -ere.

2. De speciale -ire werkwoorden: met -isc-

Niet alle -ire werkwoorden zijn hetzelfde. Een groep (zoals capire, preferire, finire) krijgt een -isc- in bijna alle vormen.

Persoon Capire Betekenis
iocapiscoik begrijp
tucapiscijij begrijpt
lui / leicapiscehij/zij begrijpt
noicapiamowij begrijpen
voicapitejullie begrijpen
lorocapisconozij begrijpen
  • -isc- verschijnt bij: io, tu, lui/lei, loro.
  • Geen -isc- bij: noi, voi.

Snelle check: Zie je een -ire werkwoord en hoor je in de lessen vaak een vorm met -isc- (bijv. preferisco)? Dan hoort het waarschijnlijk bij deze groep.

3. Wanneer laat je het voornaamwoord weg?

In het Italiaans is het meestal normaal om geen persoonlijk voornaamwoord te zeggen, omdat de uitgang al genoeg informatie geeft.

  • Normaal: Contatto il cliente domani. (ik neem morgen contact op)
  • Ook goed, maar minder nodig: Io contatto il cliente domani.

Je gebruikt io, tu, lui… vooral als:

  • je iets wil benadrukken:
    Io contatto il cliente, non tu.
  • er twijfel kan zijn over wie het doet:

Bijvoorbeeld in dialogen:

  • Chi contatta l’ufficio?Io contatto l’ufficio.

Typische fout:

Io contatto il cliente ogni giorno. (grammaticaal oké, maar in gewoon gesprek te zwaar)

Beter: Contatto il cliente ogni giorno.

4. “Se …, …” – echte, vaste situaties

In deze les zie je veel zinnen met se (als). Dit is de zogeheten “nulvoorwaarde”: dingen die altijd of meestal waar zijn.

  • Se invii la mail, ricevi la risposta.
    Als je de mail stuurt, krijg je het antwoord.
  • Se dai il numero di telefono, ti contatto subito.
    Als je het nummer geeft, neem ik meteen contact op.

Let op de vorm:

  • Se + presente (tegenwoordige tijd)
  • …, presente in de hoofdzin

Dus niet:

  • Se invii la mail, riceverai la risposta. (dat is een ander type voorwaarde, later niveau)

Voor nu: houd het bij presente + presente.

5. Zelfcontrole: kies ik de juiste vorm?

Gebruik deze stappen als een korte check, vooral in de gaten-vul-oefeningen.

  1. Zoek het onderwerp
    • io, tu, lui/lei, noi, voi, loro of een naam (Maria, i colleghi).
    • Let op: soms staat het onderwerp niet, maar kun je het raden uit de context.
  2. Bepaal de werkwoords-groep
    • -are, -ere of -ire?
    • Is het een -ire-werkwoord met -isc- (zoals capire)?
  3. Kies de uitgang
    • Gebruik de tabel in het boek of deze uitleg.
    • Kijk extra goed naar noi en voi; daar sluipen vaak fouten in.
  4. Lees de zin hardop (of in gedachten)
    • Past de vorm logisch? Klinkt hij als voorbeelden die je al kent?

Voorbeeld stap-voor-stap:

  • Zin: Noi ___ quando parli lentamente.
  • Stap 1 – onderwerp: noi.
  • Stap 2 – werkwoord uit context: capire (wij begrijpen).
  • Stap 3 – groep: -ire met -isc-, maar bij noi geen -isc-.
  • Vorm: capiamoNoi capiamo quando parli lentamente.

6. Veelgemaakte fouten en hoe je ze vermijdt

  • Fout 1: Italiaanse vormen verwarren met Nederlands/Engels
    Hij vraagt → niet lui chiedi, maar lui chiede (3e persoon).
  • Fout 2: -isc- gebruiken bij noi / voi
    Noi capisciamoNoi capiamo
    Voi capisciteVoi capite
  • Fout 3: altijd een voornaamwoord zetten
    Io chiedo, io ricevo, io capisco…
    Kies liever: Chiedo, ricevo, capisco… tenzij je echt wilt benadrukken dat jij het doet.
  • Fout 4: verkeerde uitgang bij voi
    Onthoud:
    • -are → voi: -ate (contattate)
    • -ere → voi: -ete (chiedete)
    • -ire → voi: -ite (capite)

7. Mini-check: begrijp je het?

Beantwoord voor jezelf:

  • Kan ik de uitgangen voor -are, -ere, -ire ongeveer opzeggen?
  • Weet ik dat capirecapisco, capisci, capisce, capiamo, capite, capiscono is?
  • Weet ik dat ik het voornaamwoord meestal kan weglaten?
  • Weet ik dat een zin met se hier gewoon twee keer de tegenwoordige tijd gebruikt?

Als je dit allemaal met “ja” kunt beantwoorden, heb je genoeg basis om in de les vooral te spreken en oefenen.

Contattare (Contact opnemen)Chiedere (Vragen)Capire (Begrijpen)
Io contattoIo chiedoIo capisco
Tu contattiTu chiediTu capisci
Lui / Lei contattaLui / Lei chiedeLui / Lei capisce
Noi contattiamoNoi chiediamoNoi capiamo
Voi contattateVoi chiedeteVoi capite
Loro contattanoLoro chiedonoLoro capiscono

Uitzonderingen!

  1. Normaal heb je het voornaamwoord niet nodig, omdat de uitgang van het werkwoord duidelijk maakt wie de handeling uitvoert.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Signora Rossi, lei mi ____ sempre per email quando ha un nuovo indirizzo.

Mevrouw Rossi, u ____ altijd contact met mij op per e-mail wanneer u een nieuw adres hebt.)

2. Scusi, dottore, le ____ il suo indirizzo email per inviare il curriculum.

Pardon, dokter, ik ____ u om uw e-mailadres zodat ik het cv kan sturen.)

3. Io non ____ il prefisso italiano, può ripetere il numero di telefono?

Ik ____ de Italiaanse landcode niet, kunt u het telefoonnummer nogmaals herhalen?)

4. Noi ____ sempre il codice postale per inviare la lettera al suo indirizzo.

Wij ____ altijd naar de postcode om de brief naar uw adres te sturen.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het werkwoord in de tegenwoordige tijd en verander het onderwerp zoals aangegeven tussen haakjes (io, tu, lui/lei, noi, voi, loro).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Noi) Io contatto l’ufficio comunale per informazioni.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Noi contattiamo l’ufficio comunale per informazioni.
    (Noi contacteren het gemeentehuis voor informatie.)
  2. Hint Hint (Lui/Lei) Tu chiedi il numero di telefono al collega.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Lui chiede il numero di telefono al collega.
    (Hij vraagt het telefoonnummer aan de collega.)
  3. Hint Hint (Voi) Lui capisce il modulo del comune.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Voi capite il modulo del comune.
    (Jullie begrijpen het gemeentelijke formulier.)
  4. Hint Hint (Io) Noi chiediamo l’indirizzo all’impiegata.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Io chiedo l’indirizzo all’impiegata.
    (Ik vraag het adres aan de medewerkster.)
  5. Hint Hint (Loro) Voi contattate il medico per un appuntamento.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Loro contattano il medico per un appuntamento.
    (Zij contacteren de dokter voor een afspraak.)
  6. Hint Hint (Tu) Loro capiscono bene la mail dell’ufficio HR.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Tu capisci bene la mail dell’ufficio HR.
    (Jij begrijpt de e-mail van de HR-afdeling goed.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Werk in tweetallen, voer een nep-sollicitatiegesprek bij de gemeente en wissel contactgegevens uit.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Al comune devi fornire il tuo indirizzo e i recapiti personali.
(Bij het gemeentehuis moet je je adres en persoonsgegevens doorgeven.)

Bespreek
  • Chiedi all’altra persona indirizzo, codice postale, città e luogo di nascita. (Vraag de andere persoon naar adres, postcode, woonplaats en geboorteplaats.)
  • Spiega come preferisci essere contattato: telefono, cellulare o mail? Perché? (usa: io capisco, io preferisco…) (Leg uit hoe je het liefst contact wilt: telefonisch, mobiel of per e-mail? Waarom? (gebruik: ik begrijp, ik geef de voorkeur aan… ))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Qual è il tuo indirizzo e il codice postale? (Wat is jouw adres en postcode?)
  • Ti contatto al cellulare o invio una mail? (Neem ik contact op via mobiel of stuur ik een e-mail?)
  • Il mio luogo di nascita è Milano; la mia mail è... (Mijn geboorteplaats is Milaan; mijn e-mailadres is...)

Gebruik in gesprek
  • Io contatto / Tu contatti / Lui contatta (Ik neem contact op / Jij neemt contact op / Hij neemt contact op)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 17:40