I piccoli paesi di montagna si stanno sempre di più spopolando; e chi rimane sono per lo più anziani. Nel video viene mostrato cosa fanno le Regioni per risolvere i problemi di questa situazione.
De kleine bergdorpjes raken steeds meer ontvolkt; en degenen die achterblijven zijn meestal ouderen. In de video wordt getoond wat de regio’s doen om de problemen van deze situatie op te lossen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
I servizi socio‑sanitari Sociaal‑gezondheidsdiensten
La banca De bank
Il supermercato De supermarkt
L'ambulatorio De huisartsenpraktijk
La farmacia De apotheek
Il mercato De markt
L'ospedale Het ziekenhuis
Lodrino è un piccolo comune di montagna con mille seicento abitanti. (Lodrino is een kleine berggemeente met zeshonderd inwoners.)
Il paese ha ristrutturato edifici in centro per servizi come la banca, il supermercato, l'ambulatorio e la farmacia. (Het dorp heeft in het centrum gebouwen gerenoveerd voor diensten zoals de bank, de supermarkt, de huisartsenpraktijk en de apotheek.)
«Molti pensionati e anziani vivono qui volentieri se hanno un po' di aiuto e ascolto». ("Veel gepensioneerden en ouderen wonen hier graag als ze wat hulp en een luisterend oor hebben.")
La popolazione cala, come in molti paesi di montagna, ma il lavoro non manca. (De bevolking neemt af, zoals in veel bergdorpen, maar werk is er nog wel.)
Anche qui si cerca un accordo tra Regione, Comuni e farmacie per migliorare i servizi socio‑sanitari. (Ook hier probeert men een overeenkomst te vinden tussen de regio, gemeenten en apotheken om de sociaal‑gezondheidsdiensten te verbeteren.)
«Noi facciamo la misurazione della pressione, le autoanalisi e i test per l'osteoporosi». ("Wij meten de bloeddruk, doen zelftesten en tests voor osteoporose.")
«Gli anziani trovano utile avere un luogo dove andare per parlare». ("Ouderen vinden het nuttig een plek te hebben waar ze naartoe kunnen om te praten.")
«Per qualsiasi problema hai un punto di riferimento: per arrivare al primo ospedale servono trenta minuti». ("Voor elk probleem heb je een aanspreekpunt: naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis is het dertig minuten.")
In Lombardia ci sono più di cinquecento farmacie nei comuni sotto i tremila abitanti. (In Lombardije zijn er meer dan vijfhonderd apotheken in gemeenten met minder dan drieduizend inwoners.)

1. Dove ha ristrutturato il paese gli edifici per i servizi?

(Waar heeft het dorp de gebouwen voor de diensten gerenoveerd?)

2. Quali servizi sono indicati tra quelli negli edifici ristrutturati?

(Welke diensten worden genoemd onder die in de gerenoveerde gebouwen?)

3. Quali prestazioni si fanno in farmacia secondo il testo?

(Welke diensten worden volgens de tekst in de apotheek verleend?)

4. Quanto tempo ci vuole per arrivare al primo ospedale?

(Hoeveel tijd kost het om bij het eerste ziekenhuis te komen?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Andrea ed Emma in un piccolo paese di montagna: commissioni quotidiane

Andrea en Emma in een klein bergdorpje: dagelijkse boodschapjes
1. Andrea: Emma, oggi ho un po' di commissioni da fare: devo passare all'ufficio postale e in banca. Vuoi venire con me? (Emma, vandaag moet ik een paar boodschapjes doen: ik moet even naar het postkantoor en naar de bank. Wil je meegaan?)
2. Emma: Sì, volentieri! Anch'io devo andare in farmacia e all'ospedale. (Ja, graag! Ik moet zelf ook naar de apotheek en het ziekenhuis.)
3. Andrea: Va bene, prima passiamo all'ufficio postale: ho un appuntamento alle 9:30 e non voglio arrivare tardi. (Oké, eerst gaan we naar het postkantoor: ik heb een afspraak om 9:30 en ik wil niet te laat komen.)
4. Emma: Ok, ma dopo dobbiamo andare in paese: ho un appuntamento con il medico all'ospedale alle 11:00. (Oké, maar daarna moeten we het dorp in: ik heb om 11:00 een afspraak bij de dokter in het ziekenhuis.)
5. Andrea: Perfetto, così ne approfitto per andare in banca a prelevare. (Perfect, dan kan ik meteen even naar de bank om geld op te nemen.)
6. Emma: Pensi che riusciamo anche a fermarci in farmacia? (Denk je dat we ook bij de apotheek kunnen stoppen?)
7. Andrea: Sì, certo. La farmacia non chiude prima delle sette e mezza di sera. (Ja, natuurlijk. De apotheek sluit niet vóór half acht 's avonds.)
8. Emma: Ah, perfetto! Allora abbiamo tempo per passare al bar per un caffè! (Ah, perfect! Dan hebben we tijd om even bij het café een kop koffie te drinken!)
9. Andrea: Ahah, certo, ma prima andiamo alle poste! (Haha, natuurlijk, maar eerst naar het postkantoor!)

1. A che ora è l'appuntamento di Andrea all'ufficio postale?

(Hoe laat is Andrea's afspraak bij het postkantoor?)

2. Perché Emma dice che hanno tempo per andare al bar?

(Waarom zegt Emma dat ze tijd hebben om naar het café te gaan?)