Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord | Vertaling |
|---|---|
| I servizi socio‑sanitari | De sociaal‑gezondheidsdiensten |
| La banca | De bank |
| Il supermercato | De supermarkt |
| L'ambulatorio | De huisartsenpraktijk |
| La farmacia | De apotheek |
| Il mercato | De markt |
| L'ospedale | Het ziekenhuis |
1. Dove ha ristrutturato il paese gli edifici per i servizi?
(Waar heeft het dorp de gebouwen gerenoveerd voor de diensten?)2. Quali servizi sono indicati tra quelli negli edifici ristrutturati?
(Welke diensten worden genoemd onder die in de gerenoveerde gebouwen?)3. Quali prestazioni si fanno in farmacia secondo il testo?
(Welke diensten worden volgens de tekst in de apotheek gedaan?)4. Quanto tempo ci vuole per arrivare al primo ospedale?
(Hoe lang duurt het om bij het eerste ziekenhuis te komen?)Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Andrea ed Emma in un piccolo paese di montagna: commissioni quotidiane
| 1. | Andrea: | Emma, oggi ho un po' di commissioni da fare: devo passare all'ufficio postale e in banca. Vuoi venire con me? | (Emma, vandaag heb ik een paar boodschappen te doen: ik moet langs het postkantoor en naar de bank. Wil je met me meegaan?) |
| 2. | Emma: | Sì, volentieri! Anch'io devo andare in farmacia e all'ospedale. | (Ja, graag! Ik moet ook naar de apotheek en naar het ziekenhuis.) |
| 3. | Andrea: | Va bene, prima passiamo all'ufficio postale: ho un appuntamento alle 9:30 e non voglio arrivare tardi. | (Goed, eerst gaan we langs het postkantoor: ik heb een afspraak om 9:30 en ik wil niet te laat komen.) |
| 4. | Emma: | Ok, ma dopo dobbiamo andare in paese: ho un appuntamento con il medico all'ospedale alle 11:00. | (Oké, maar daarna moeten we naar het dorp: ik heb om 11:00 een afspraak met de dokter in het ziekenhuis.) |
| 5. | Andrea: | Perfetto, così ne approfitto per andare in banca a prelevare. | (Perfect, dan maak ik meteen van de gelegenheid gebruik om naar de bank te gaan om geld op te nemen.) |
| 6. | Emma: | Pensi che riusciamo anche a fermarci in farmacia? | (Denk je dat we ook nog kunnen stoppen bij de apotheek?) |
| 7. | Andrea: | Sì, certo. La farmacia non chiude prima delle sette e mezza di sera. | (Ja, zeker. De apotheek sluit niet vóór half acht 's avonds.) |
| 8. | Emma: | Ah, perfetto! Allora abbiamo tempo per passare al bar per un caffè! | (Ah, perfect! Dan hebben we tijd om langs het café te gaan voor een koffie!) |
| 9. | Andrea: | Ahah, certo, ma prima andiamo alle poste! | (Haha, zeker, maar eerst gaan we naar het postkantoor!) |
1. A che ora è l'appuntamento di Andrea all'ufficio postale?
(Hoe laat is Andrea’s afspraak bij het postkantoor?)2. Perché Emma dice che hanno tempo per andare al bar?
(Waarom zegt Emma dat ze tijd hebben om naar het café te gaan?)