Le uova al pomodoro è una ricetta veloce e semplice da preparare con pochi ingredienti.
Eieren in tomatensaus is een snel en eenvoudig recept om te maken met weinig ingrediënten.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord Vertaling
La ricetta Het recept
Le uova De eieren
Il pomodoro De tomaat
I pomodori freschi Verse tomaten
L’olio De olie
La cipolla De ui
Il sale Het zout
Un po’ di pepe Een beetje peper
Cuocere Koken
Una ricetta gustosa e veloce? Le uova al pomodoro sono perfette. (Een smakelijk en snel recept? Eieren in tomatensaus zijn perfect.)
In stagione usiamo pomodori freschi, per esempio i pomodori Perini, tagliati a cubetti. (In het seizoen gebruiken we verse tomaten, bijvoorbeeld Perini-tomaten, in blokjes gesneden.)
In una padella antiaderente mettiamo un po’ d’olio e cipolla tritata e la facciamo cuocere per cinque minuti. (In een anti-aanbakpan doen we een beetje olie en fijngesneden ui en laten die vijf minuten zachtjes bakken.)
Quando la cipolla è morbida e trasparente aggiungiamo i pomodori e un po’ di sale. (Wanneer de ui zacht en glazig is, voegen we de tomaten en een beetje zout toe.)
Mescoliamo e facciamo cuocere ancora per circa cinque minuti, fino a formare un sughetto. (We roeren en laten nog ongeveer vijf minuten sudderen, totdat er een licht sausje ontstaat.)
Poi creiamo degli spazi nel sugo e facciamo scivolare le uova senza guscio negli spazietti. (Dan maken we kuiltjes in de saus en laten we de eieren zonder schaal in die kuiltjes glijden.)
Mettiamo un po’ di sale sull’albume e un po’ di pepe, copriamo con il coperchio e facciamo cuocere per circa cinque minuti. (We strooien een beetje zout op het eiwit en wat peper, doen de deksel erop en laten het ongeveer vijf minuten garen.)
Possiamo scegliere la cottura che preferiamo, ma è meglio l’albume ben cotto e il tuorlo morbido. (We kunnen de gewenste garing kiezen, maar het is beter dat het eiwit goed gaar is en de dooier zacht.)
Completiamo con un po’ di prezzemolo tritato. (We maken het af met wat fijngehakte peterselie.)
Le uova al pomodoro sono pronte: un secondo piatto facilissimo e delizioso. Buon appetito. (De eieren in tomatensaus zijn klaar: een heel eenvoudig en heerlijk hoofdgerecht. Eet smakelijk.)

Begripsvragen:

  1. Che cosa si prepara in questa ricetta e com’è il piatto finale?

    (Wat wordt er in dit recept klaargemaakt en hoe is het eindgerecht?)

  2. Quali ingredienti principali si usano nella padella prima di aggiungere le uova?

    (Welke hoofdingrediënten worden in de pan gebruikt voordat de eieren worden toegevoegd?)

  3. Come devono essere l’albume e il tuorlo alla fine della cottura, secondo il testo?

    (Hoe moeten het eiwit en de dooier aan het einde van de bereiding zijn, volgens de tekst?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Cucinare le uova al pomodoro

Eieren in tomatensaus bereiden
1. Carlo: Che ti sei portato oggi da mangiare per pranzo? (Wat heb je vandaag meegenomen om als lunch te eten?)
2. Sara: Non molto, solo un panino con prosciutto e formaggio. Però voglio cucinare qualcosa di buono stasera. (Niet veel, alleen een broodje met ham en kaas. Maar vanavond wil ik iets lekkers koken.)
3. Carlo: Hai già deciso che cosa cucini? (Heb je al besloten wat je gaat koken?)
4. Sara: Sì, uova al pomodoro. Me le faceva sempre mia mamma. (Ja, eieren in tomatensaus. Mijn moeder maakte ze altijd voor mij.)
5. Carlo: E hai già tutti gli ingredienti? (En heb je al alle ingrediënten?)
6. Sara: Ho i pomodori freschi e la cipolla, ma mi mancano proprio le uova: devo passare al supermercato dopo. (Ik heb verse tomaten en ui, maar ik mis echt de eieren: ik moet later even naar de supermarkt.)
7. Carlo: E come si prepara? È difficile da fare? (En hoe maak je het klaar? Is het moeilijk?)
8. Sara: No, è un piatto molto semplice. Devi solo preparare il sugo e poi aggiungere le uova. (Nee, het is een heel simpel gerecht. Je maakt eerst de saus en daarna voeg je de eieren toe.)
9. Carlo: Usi qualche spezia particolare? Ieri ho provato a fare il sugo, ma mi è venuto insipido. (Gebruik je speciale kruiden? Gisteren probeerde ik de saus te maken, maar hij was flauw.)
10. Sara: Il segreto è il prezzemolo fresco, aggiunge molto sapore! (Het geheim is verse peterselie, dat geeft veel smaak!)
11. Carlo: Grazie! Proverò a usarlo la prossima volta che cucino. (Dank je! Ik zal het de volgende keer proberen als ik kook.)

1. Leggi il dialogo. Che cosa mangia Sara a pranzo oggi?

(Lees de dialoog. Wat eet Sara vandaag als lunch?)

2. Perché Sara deve passare al supermercato dopo il lavoro?

(Waarom moet Sara later naar de supermarkt?)

Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. Stasera inviti un collega a cena a casa tua. Che cosa vuoi cucinare? Descrivi il piatto in 1–2 frasi.
    Vanavond nodig je een collega bij je thuis uit voor het avondeten. Wat wil je koken? Beschrijf het gerecht in 1–2 zinnen.

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Per il tuo piatto preferito, quali ingredienti ti servono? Nomina almeno tre ingredienti principali.
    Voor je favoriete gerecht: welke ingrediënten heb je nodig? Noem minstens drie belangrijke ingrediënten.

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Spiega in modo semplice come prepari le uova al pomodoro o un altro piatto facile: quali sono i passaggi principali?
    Leg eenvoudig uit hoe je eieren in tomatensaus maakt of een ander gemakkelijk gerecht: wat zijn de belangrijkste stappen?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Hai un impegno domani e devi preparare il pranzo in anticipo. Cosa devi comprare al supermercato e cosa devi fare in cucina prima di uscire?
    Je hebt morgen een afspraak en moet de lunch van tevoren klaarmaken. Wat moet je in de supermarkt kopen en wat moet je in de keuken doen voordat je weggaat?

    __________________________________________________________________________________________________________