Il video spiega la differenza tra le domande aperte e le domande chiuse.
De video legt het verschil uit tussen open en gesloten vragen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Le domande aperte Open vragen
Rispondere Antwoord geven
La risposta Het antwoord
Le domande chiuse Gesloten vragen
Sì o no Ja of nee
Qual è Wat is
Le domande aperte sono quelle in cui l'altra persona è libera di dire quello che vuole. (Open vragen zijn vragen waarbij de andere persoon vrij is te zeggen wat hij wil.)
Il grado di libertà della risposta cambia. (De mate van vrijheid in het antwoord kan variëren.)
La risposta a una domanda aperta può essere molto breve oppure il racconto della storia della sua vita. (Het antwoord op een open vraag kan heel kort zijn of het volledige verhaal van iemands leven.)
Le domande chiuse non sono quelle a cui puoi rispondere solo "sì" o "no". (Gesloten vragen zijn niet vragen waarop je alleen "ja" of "nee" kunt antwoorden.)
Le domande chiuse sono quelle in cui l'altra persona non è libera di dire tutto quello che vuole. (Gesloten vragen zijn vragen waarbij de ander niet vrij is om alles te zeggen wat hij wil.)
Magari hanno cinque possibili risposte, ma non ne hanno infinite. (Soms hebben ze vijf mogelijke antwoorden, maar ze zijn niet oneindig.)
Per esempio: "Qual è il tuo colore preferito?" è una domanda aperta. (Bijvoorbeeld: "Wat is je lievelingskleur?" is een open vraag.)
"Preferisci il verde, il rosso, il blu o il giallo?" è una domanda chiusa. ("Heb je liever groen, rood, blauw of geel?" is een gesloten vraag.)

1. Che cosa significa «domanda aperta»?

(Wat betekent "open vraag"?)

2. Cosa dice il testo sulle domande chiuse?

(Wat zegt de tekst over gesloten vragen?)

3. Quale delle seguenti è un esempio di domanda aperta?

(Welke van de volgende is een voorbeeld van een open vraag?)

4. Com'è la possibile risposta a una domanda aperta?

(Hoe kan het mogelijke antwoord op een open vraag zijn?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Giacomo chiede informazioni per prenotare una postazione in un coworking per domani.

Giacomo vraagt informatie om morgen een werkplek in een coworkingruimte te reserveren.
1. Giacomo: Buongiorno, vorrei lavorare qui domani e ho alcune domande. (Goedendag, ik wil hier morgen werken en ik heb een paar vragen.)
2. Receptionist: Certo, nessun problema. Che cosa vuole sapere? (Natuurlijk, geen probleem. Wat wilt u weten?)
3. Giacomo: Prima di tutto, qual è l'orario di apertura per domani? (Allereerst: hoe laat gaat het morgen open?)
4. Receptionist: Apriamo alle 08:00 e chiudiamo alle 19:00. (We openen om 08:00 en sluiten om 19:00.)
5. Giacomo: Perfetto. Dove posso trovare una postazione tranquilla? (Perfect. Waar kan ik een rustige werkplek vinden?)
6. Receptionist: Al primo piano c'è un'area silenziosa, molto comoda. (Op de eerste verdieping is een stille zone, heel comfortabel.)
7. Giacomo: Ottimo. Quanto costa usare lo spazio per una giornata? (Geweldig. Hoeveel kost het om de ruimte één dag te gebruiken?)
8. Receptionist: Costa venti euro e può restare fino alla chiusura. (Het kost twintig euro en u kunt blijven tot sluitingstijd.)
9. Giacomo: Bene. Come posso prenotare una postazione per domani? (Goed. Hoe kan ik een werkplek voor morgen reserveren?)
10. Receptionist: Se mi lascia il suo nome, la prenoto subito. (Als u uw naam achterlaat, reserveer ik meteen.)
11. Giacomo: Perfetto, prenoti pure per Giacomo Bianchi. Grazie mille! (Prima, reserveer dan voor Giacomo Bianchi. Hartelijk dank!)

1. A che ora apre il coworking domani?

(Hoe laat gaat het coworking morgen open?)

2. Dove si trova l'area silenziosa?

(Waar bevindt zich de stille zone?)