Questa è una scena del film "Il bismetico indomato", del 1980. Il protagonista è interpretato da Adriano Celentano, attore, cantate e grande interprete della musica leggera italiana.
Dit is een scène uit de film "Il bismetico indomato" uit 1980. De hoofdrol wordt gespeeld door Adriano Celentano, acteur, zanger en groot vertolker van de Italiaanse lichte muziek.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Simpatico Aangenaam
Molto conosciuto Zeer bekend
Ho un brutto carattere Ik heb een slecht karakter
Irascibile Prikkelbaar
Intrattabile Onhandelbaar
"Mi sono informato e i suoi amici mi hanno parlato di lei." ("Ik heb me geïnformeerd en zijn vrienden hebben mij over hem verteld.")
"Ah, sì? Che cosa hanno detto?" ("Ah echt? Wat hebben ze gezegd?")
"Ad essere sinceri, non è uscito un bel ritratto: lei è simpatico, molto conosciuto, però ha un brutto carattere." ("Om eerlijk te zijn is het geen fraai portret: hij is aardig, zeer bekend, maar hij heeft een slecht karakter.")
"Ho un brutto carattere? Ho un brutto carattere io?" ("Ik heb een slecht karakter? Heb ik een slecht karakter?")
"Sì. Ve ne approfittate perché siete in tanti, ma presi uno a uno..." ("Ja. Jullie maken er gebruik van omdat jullie met velen zijn, maar stuk voor stuk...")
"Bravo, hai del fegato." ("Goed zo, dat vergt lef.")
"Dicono che è irascibile e intrattabile perché non è ancora sposato." ("Ze zeggen dat hij prikkelbaar en onhandelbaar is omdat hij nog niet getrouwd is.")
"Irascibile e intrattabile perché non è ancora sposato!" ("Prikkelbaar en onhandelbaar omdat hij nog niet getrouwd is!")
"Eh, allora ho capito bene... E voi avete avuto il coraggio di dire questo?" ("Ah, dan heb ik het goed begrepen... En jullie hadden de moed om dat te zeggen?")

1. Cosa dicono gli amici della persona?

(Wat zeggen de vrienden over de persoon?)

2. Come reagisce la persona quando sente «Ho un brutto carattere»?

(Hoe reageert de persoon wanneer hij hoort "Ik heb een slecht karakter"?)

3. Per quale motivo dicono che è irascibile e intrattabile?

(Waarom zeggen ze dat hij prikkelbaar en onhandelbaar is?)

4. Cosa significa «ve ne approfittate perché siete in tanti» nel contesto?

(Wat betekent "Jullie maken er gebruik van omdat jullie met velen zijn" in deze context?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Angela torna a casa dopo il primo giorno di lavoro e parla con Sergio dei nuovi colleghi

Angela komt thuis na haar eerste werkdag en praat met Sergio over de nieuwe collega’s
1. Sergio: Com'è andata oggi al lavoro? (Hoe is het vandaag op het werk gegaan?)
2. Angela: Bene! Oggi ho incontrato tutti i nuovi colleghi. (Goed! Vandaag heb ik al mijn nieuwe collega’s ontmoet.)
3. Sergio: Davvero? E come ti sono sembrati? (Echt? En wat vond je van hen?)
4. Angela: Mi sono sembrati tutti molto gentili e amichevoli, soprattutto Marco. (Ze leken me allemaal erg aardig en hartelijk, vooral Marco.)
5. Sergio: E chi è Marco? (En wie is Marco?)
6. Angela: Marco è il collega che mi ha presentata a tutti. Secondo me è il più simpatico. (Marco is de collega die me aan iedereen heeft voorgesteld. Volgens mij is hij het aardigst.)
7. Sergio: E perché, secondo te, è il più simpatico? (En waarom denk jij dat hij het aardigst is?)
8. Angela: Perché è amico di tutti nel nostro ufficio. (Omdat hij met iedereen op ons kantoor bevriend is.)
9. Sergio: Hai incontrato anche il capo? (Heb je ook de baas ontmoet?)
10. Angela: Sì, mi è sembrato una persona molto intelligente e socievole. (Ja, hij leek me een heel intelligente en sociale persoon.)
11. Sergio: Sono contento per te! (Ik ben blij voor je!)

1. Come sono sembrati i nuovi colleghi ad Angela?

(Hoe kwamen de nieuwe collega’s volgens Angela over?)

2. Perché Angela dice che Marco è il più simpatico?

(Waarom zegt Angela dat Marco het aardigst is?)