Le cene al buio, o sensoriali, sono un tipo di esperienza che alcuni ristoranti offrono. Ti fanno vivere il cibo e i piatti in maniera diversa, sfruttando i cinque sensi.
Diner in het donker, of zintuiglijke diners, zijn een soort ervaring die sommige restaurants aanbieden. Ze laten je het eten en de gerechten op een andere manier beleven, door gebruik te maken van de vijf zintuigen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
I sensi De zintuigen
Il gusto Smaak
Il tatto Tastzin
L'olfatto Reuk
L'udito Gehoor
La vista Zicht
Il suono Geluid
Il buio Donker
Chiudi gli occhi e immagina di mangiare un piatto senza sapere com'è fatto, usando solo i tuoi sensi. (Sluit je ogen en stel je je voor dat je een gerecht eet zonder te weten hoe het gemaakt is, waarbij je alleen je zintuigen gebruikt.)
Questa non è una cena normale, ma un'esperienza immersiva. (Dit is geen gewone maaltijd, maar een meeslepende ervaring.)
Sei pronto a scoprire nuovi modi di cenare fuori? (Ben je klaar om nieuwe manieren van uit eten gaan te ontdekken?)
Abbiamo partecipato a una serata che ha cambiato la nostra percezione. (We namen deel aan een avond die onze beleving heeft veranderd.)
Nel buio tutto si trasforma: il gusto, il tatto, l'olfatto e l'udito diventano protagonisti. (In het donker verandert alles: smaak, tastzin, reuk en gehoor worden de hoofdrolspelers.)
Ogni sapore è più intenso; l'aroma può evocare ricordi, una consistenza può sorprendere e un morso può raccontare una storia. (Elke smaak is intenser; het aroma kan herinneringen oproepen, een textuur kan verrassen en een hap kan een verhaal vertellen.)
Il suono di un brindisi o una risata nel buio crea nuove emozioni. (Het geluid van een toast of een lach in het donker creëert nieuwe emoties.)
Qui non si mangia solo: si scopre il cibo in modo diverso; non è solo nutrimento ma anche emozione. (Hier eet je niet alleen: je ontdekt voedsel op een andere manier; het is niet alleen voeding maar ook beleving.)
Nel buio non ci sono pregiudizi e alla fine della cena capisci di aver vissuto qualcosa di unico. (In het donker bestaan geen vooroordelen en aan het einde van het diner realiseer je je dat je iets unieks hebt meegemaakt.)
La chef Barbara Dell'Argine guida gli ospiti in un viaggio sensoriale unico e annuncia le nuove date della cena sensoriale. (Chef-kok Barbara Dell'Argine neemt de gasten mee op een unieke zintuiglijke reis en kondigt de nieuwe data voor het zintuiglijke diner aan.)

1. Cosa si usa soprattutto per conoscere il cibo in questa cena speciale?

(Wat gebruik je vooral om het eten te leren kennen tijdens dit speciale diner?)

2. Com'è la sala durante questa cena sensoriale?

(Hoe is de zaal tijdens dit zintuiglijke diner?)

3. Cosa succede ai sapori durante questa esperienza?

(Wat gebeurt er met de smaken tijdens deze ervaring?)

4. Chi prepara e guida questa esperienza di cena?

(Wie bereidt en begeleidt deze dinerervaring?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Prima degustazione di vini

Eerste wijnproeverij
1. Pietro: Grazie per l’invito, è la mia prima degustazione di vini. (Bedankt voor de uitnodiging, dit is mijn eerste wijnproeverij.)
2. Anna: Sono contenta che tu sia qui. Possiamo iniziare annusando il vino bianco, è piuttosto dolce. (Fijn dat je er bent. Laten we beginnen met het ruiken van de witte wijn; die is vrij zoet.)
3. Pietro: Sì, lo sento. È più dolce del vino che bevo di solito. (Ja, dat proef ik. Hij is zoeter dan de wijn die ik gewoonlijk drink.)
4. Anna: Ora prova ad assaggiarlo e dimmi com’è il gusto per te. (Probeer hem nu eens en vertel me hoe de smaak voor jou is.)
5. Pietro: Mi sembra poco amaro, sicuramente più delicato di altri vini. (Hij lijkt mij niet erg bitter, zeker delicater dan andere wijnen.)
6. Anna: Bene, adesso annusa il vino rosso. Dovresti sentire un profumo più intenso. (Goed, ruik nu eens aan de rode wijn. Je zou een intensere geur moeten opmerken.)
7. Pietro: Sì, è più intenso e più aspro rispetto al bianco. (Ja, hij is intenser en wat zuurder vergeleken met de witte.)
8. Anna: Prova un sorso e senti se il gusto è più deciso. (Neem een slok en voel of de smaak steviger is.)
9. Pietro: È decisamente più deciso del bianco, la differenza si nota subito. (Hij is duidelijk steviger dan de witte, het verschil merk je meteen.)
10. Anna: In effetti bianco e rosso hanno due gusti molto diversi. Passiamo ad altri vini? (Inderdaad, wit en rood hebben heel verschillende smaken. Zullen we de andere wijnen proberen?)
11. Pietro: Sì, d’accordo. Sono curioso di assaggiare anche gli altri. (Ja, graag. Ik ben benieuwd naar de andere wijnen.)

1. Dove sono Pietro e Anna?

(Waar zijn Pietro en Anna?)

2. Per Pietro questa degustazione di vini è...

(Voor Pietro is deze wijnproeverij...)