Leer het Italiaanse passato prossimo met hulpwerkwoord avere, met sleutelwoorden zoals ho sentito (ik heb gehoord) en abbiamo sentito (wij hebben gevoeld). Dit lesmateriaal helpt je transitieve werkwoorden correct te vervoegen met onveranderlijk participio passato.
  1. We gebruiken het werkwoord "avere" met transitieve werkwoorden.
  2. Met het hulpwerkwoord avere blijft het voltooid deelwoord onveranderd.
Coniugazione di 'avere' (Vervoeging van 'hebben')Participio  (Voltooid deelwoord)Esempio (Voorbeeld)
Io hoSentitoHo sentito un rumore forte. (Ik heb gehoord een hard geluid.)
Tu haiHai sentito delle emozioni forti. (Je hebt gehoord van sterke emoties.)
Lui/lei haHai sentito molta felicità. (Je hebt veel geluk gevoeld.)
Noi abbiamoAbbiamo sentito della rabbia. (We hebben gehoord van woede.)
Voi aveteAvete sentito un bel suono. (Jullie hebben gehoord een mooi geluid.)
Loro hannoHanno sentito dei rumori. (Ze hebben gehoord geluiden.)

Oefening 1: Il passato prossimo con avere

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

hai sentito, ho fatto, abbiamo mangiato, avete parlato, ha parlato, ha compiuto, ha cucinato, abbiamo sentito

1. Fare:
Io ... in pane in casa.
(Ik heb het brood thuis gemaakt.)
2. Parlare:
Lui ... tutta la notte.
(Hij heeft de hele nacht tegen hem gepraat.)
3. Sentire:
Noi ... delle emozioni forti.
(Wij hebben sterke emoties gevoeld.)
4. Compiere:
Lei ... 20 anni.
(Ze is 20 jaar geworden.)
5. Mangiare:
Noi ... poco.
(Wij hebben weinig gegeten.)
6. Sentire:
Tu ... quel rumore strano?
(Heb jij dat vreemde geluid gehoord?)
7. Parlare:
Voi ... per ore ieri sera.
(Jullie hebben gisteravond uren gesproken.)
8. Cucinare:
Lui ... con le spezie.
(Hij heeft gekookt met de kruiden.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Noi ______ partiti presto stamattina per arrivare in orario.

(Wij ______ vanmorgen vroeg vertrokken om op tijd te zijn.)

2. Lei ______ tornata felice dopo il viaggio di lavoro.

(Zij ______ gelukkig teruggekomen na de zakenreis.)

3. Io ______ arrivato a casa alle sette di sera.

(Ik ______ om zeven uur ’s avonds thuis aangekomen.)

4. Loro ______ usciti dal ristorante felici della serata.

(Zij ______ blij de restaurant uit gegaan na de avond.)

5. Tu ______ rimasta sorpresa dalla notizia del collega.

(Jij ______ verrast door het nieuws van de collega.)

6. Noi ______ stati molto contenti della festa ieri sera.

(Wij ______ zeer tevreden geweest over het feest gisteravond.)

Inleiding tot het passato prossimo met avere

In deze les leer je hoe je het voltooid tegenwoordige tijd, het passato prossimo, vormt met het hulpwerkwoord avere. Deze tijd wordt gebruikt om handelingen of gebeurtenissen uit het recente verleden aan te geven die afgerond zijn.

Structuur van het passato prossimo met avere

Het passato prossimo met avere wordt gevormd door twee onderdelen: het vervoegde werkwoord avere en het voltooid deelwoord (participio passato) van het hoofdwerkwoord. Hierbij verandert het voltooid deelwoord niet in geslacht of getal.

Vervoeging van avere in de tegenwoordige tijd

PersoonParticipio passatoVoorbeeld
Io hoSentitoHo sentito un rumore forte.
Tu haiHai sentito delle emozioni forti.
Lui/lei haHa sentito molta felicità.
Noi abbiamoAbbiamo sentito della rabbia.
Voi aveteAvete sentito un bel suono.
Loro hannoHanno sentito dei rumori.

Wanneer gebruik je avere als hulpwerkwoord?

Het werkwoord avere wordt gebruikt bij transitieve werkwoorden, dat wil zeggen werkwoorden die een lijdend voorwerp hebben. Bijvoorbeeld: sentire (horen, voelen) in de voorbeelden hierboven.

Belangrijk om te onthouden

  • Met avere verandert het voltooid deelwoord niet naar geslacht of aantal.
  • Dit in tegenstelling tot het hulpwerkwoord essere, dat vooral wordt gebruikt bij intransitieve werkwoorden (zoals bewegingen) en reflexieve werkwoorden, waarbij het voltooid deelwoord wel verandert.

Verschillen tussen Nederlands en Italiaans bij voltooid verleden tijd

In het Nederlands wordt de voltooid verleden tijd gevormd met het hulpwerkwoord "hebben" of "zijn" plus het voltooid deelwoord. Net als in het Italiaans, bepaalt het hoofdwerkwoord welk hulpwerkwoord je gebruikt. In het Italiaans is het gebruik van avere en essere strikter dan in het Nederlands. Ook verandert het voltooid deelwoord met avere in het Italiaans niet, terwijl dit in het Nederlands evenmin gebeurt.

Handige Italiaanse woorden en uitdrukkingen met avere

  • avere fame – honger hebben
  • avere sonno – slaperig zijn
  • avere caldo/freddo – het warm/koud hebben

Let op: dit zijn uitdrukkingen met avere maar geen voltooid deelwoord, dus een ander gebruik dan in de les, maar belangrijk om te herkennen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 23:27