Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Per la ricetta facile, mi servono la farina e il burro. (Voor het eenvoudige recept heb ik bloem en boter nodig.)
Dobbiamo tagliare la cipolla in pezzi piccoli per la salsa. (We moeten de ui in kleine stukjes snijden voor de saus.)
Per una torta dolce, mescolo lo zucchero con la panna. (Voor een zoete taart meng ik de suiker met de slagroom.)
A pranzo cucino un piatto semplice con aglio, olio e spezie fresche. ('s Middags maak ik een eenvoudig gerecht met knoflook, olie en verse kruiden.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Ricetta facile per una cena tra colleghi

Vul de lege plekken in: fatto, in, ingredienti, tagliare, ricetta, farina, sale, burro, pepe, casa

(Eenvoudig recept voor een diner met collega’s)

Oggi Marco invita due colleghi a casa per cena. Vuole preparare un piatto semplice e . Compra pochi : , , latte, e . Con questi ingredienti prepara una salsa bianca facile per la pasta.

Per la cena Marco deve la cipolla, mescolare la salsa e cucinare la pasta. Prima mette il burro in una padella, poi aggiunge la farina e il latte e mescola bene. Alla fine aggiunge un po' di sale, pepe e cipolla. La è molto semplice e il risultato è un piatto buono per parlare e mangiare insieme dopo il lavoro.
Vandaag nodigt Marco twee collega’s bij hem thuis uit voor het avondeten. Hij wil een eenvoudig, zelfgemaakt gerecht bereiden. Hij koopt maar een paar ingrediënten: bloem, boter, melk, zout en peper. Met deze ingrediënten maakt hij een eenvoudige witte saus voor de pasta.

Voor het diner moet Marco de ui snijden, de saus bereiden en de pasta koken. Eerst doet hij de boter in een pan, daarna voegt hij de bloem en de melk toe en roert goed. Op het einde voegt hij wat zout, peper en ui toe. Het recept is heel eenvoudig en het resultaat is een lekker gerecht om na het werk samen van te eten en te praten.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Ciao Marta, domani preparo una torta fatta in casa per i colleghi. Ho la farina e lo zucchero, ma devo comprare del burro fresco. Senza burro la ricetta non è possibile.

Cosa deve comprare la parlante per fare la torta?

(Wat moet de spreker kopen om de taart te maken?)
2. Per la cena di lavoro devo cucinare una zuppa semplice. Taglio una cipolla grande e un po’ d’aglio, poi mescolo con spezie buone. Senza cipolla la zuppa è troppo insipida.

Qual è un ingrediente indispensabile per la zuppa?

(Wat is een onmisbaar ingrediënt voor de soep?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Per la cena di lavoro io ___ la cipolla fresca a pezzi piccoli.

(Voor het zakelijke diner ik ___ de verse ui in kleine stukjes.)

2. Oggi noi ___ una torta dolce fatta in casa per i colleghi.

(Vandaag wij ___ een zoete zelfgemaakte taart voor de collega’s.)

3. Per questa ricetta facile tu ___ la farina con lo zucchero e il sale.

(Voor dit eenvoudige recept jij ___ de bloem met de suiker en het zout.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Inviti un collega italiano a cena a casa tua. Vuoi cucinare qualcosa di semplice e chiedi se va bene una pasta fatta in casa. (Usa: fatto in casa, la pasta, va bene?)

(Je nodigt een Italiaanse collega bij je thuis uit voor het avondeten. Je wilt iets eenvoudigs koken en vraagt of zelfgemaakte pasta goed is. (Gebruik: fatto in casa, la pasta, va bene?))

Per cena preparo    

(Voor het avondeten maak ik ...)

Voorbeeld:

Per cena preparo una pasta fatta in casa. Va bene per te?

(Voor het avondeten maak ik zelfgemaakte pasta. Va bene per te?)

2. Sei al supermercato e non trovi la farina per fare un dolce. Chiedi aiuto all'addetto del reparto. (Usa: la farina, per un dolce, dove è?)

(Je bent in de supermarkt en kunt de bloem voor een cake niet vinden. Je vraagt hulp aan de medewerker van de afdeling. (Gebruik: la farina, per un dolce, dove è?))

Scusi, cerco    

(Pardon, ik zoek ...)

Voorbeeld:

Scusi, cerco la farina per un dolce. Dove è il reparto?

(Pardon, ik zoek la farina per un dolce. Dove è il reparto?)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Ciao! Sono Carlo 😊

Stasera passo da te verso le 19:30. Possiamo fare le uova al pomodoro? Io ho già pomodori e cipolla, ma non ho le uova.

Puoi comprare anche un po' di sale e pepe? E mi dici cosa devo fare quando arrivo?


Hoi! Ik ben Carlo 😊

Vanavond kom ik bij je langs rond 19:30. Zullen we eieren in tomatensaus maken? Ik heb al tomaten en ui, maar ik heb geen eieren.

Kun je ook wat zout en peper kopen? En kun je me zeggen wat ik moet doen als ik aankom?


Nuttige zinnen:

  1. Possiamo fare…?

    (Zullen we ...?)

  2. Devo comprare…

    (Moet ik ... kopen?)

  3. Quando arrivi, devi…

    (Als je aankomt, moet je ...)

Ciao Carlo! Va bene, facciamo le uova al pomodoro. Io compro le uova, il sale e il pepe. Quando arrivi, taglia la cipolla e metti un giro d'olio in padella. Poi mescola i pomodori e cuoci 5 minuti. A dopo!

Hoi Carlo! Prima, laten we eieren in tomatensaus maken. Ik koop de eieren, het zout en de peper. Als je aankomt, snijd de ui en doe een scheutje olie in de pan. Meng dan de tomaten en laat 5 minuten sudderen. Tot straks!