Leer hoe je de onbepaalde hoeveelheid aangeeft met Italiaanse bijvoeglijke naamwoorden zoals 'molto' (veel), 'tanto' (zoveel), 'poco' (weinig) en 'tutto' (alles), en oefen hun juiste vorm en gebruik in zinnen.
  1. Molto, tanto, poco stemmen overeen met het zelfstandig naamwoord.
  2. We gebruiken tutto met het lidwoord: tutto il, tutti i.
Singolare (Enkelvoud)PluraleEsempi (Voorbeelden)
Molto / MoltaMolti / Molte

Ho molto pane. (Ik heb veel brood.)

Tu hai molte carte (Jij hebt veel kaarten).

Tanto / TantaTanti / Tante

Compro tanto cibo. (Ik koop zoveel eten.)

Fabio ha tante giacche. (Fabio heeft tante jassen.)

Poco / PocaPochi / Poche

Compro poca pasta. (Ik koop weinig pasta.)

Laura ha pochi soldi. (Laura heeft weinig geld.)

Tutto / TuttaTutti / Tutte

Controllo tutti i prezzi. (Ik controleer alle prijzen.)

Lavoro tutta la mattina. (Ik werk de hele ochtend.)

Oefening 1: Gli indefiniti: 'molto', 'tanto', 'poco', etc...

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

molte, tutta, pochi, tante, poco, molto, tanto

1.
Questo tè è ... buono, lo ricomprerò.
(Deze thee is heel lekker, ik zal hem opnieuw kopen.)
2.
Costa ..., ma è davvero buono.
(Het kost zoveel, maar het is echt lekker.)
3.
Abbiamo ... soldi, dobbiamo fare attenzione.
(We hebben weinig geld, we moeten oppassen.)
4.
Hai ... pane per la colazione di domani.
(Je hebt weinig brood voor het ontbijt van morgen.)
5.
Paghi ... con la carta?
(Betaal je veel met de kaart?)
6.
Sto ... la mattina al mercato.
(Ik ben de hele ochtend op de markt.)
7.
Lei ha ... carte.
(Zij heeft veel kaarten.)
8.
Abbiamo ... carte nel portafoglio oggi.
(We hebben vandaag veel kaarten in onze portemonnee.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ho comprato _____ mele al mercato oggi.

(Ik heb _____ appels op de markt gekocht.)

2. C'è _____ acqua nella bottiglia, dobbiamo comprarne ancora.

(Er zit _____ water in de fles, we moeten er nog wat kopen.)

3. Voglio _____ pane per la cena.

(Ik wil _____ brood voor het avondeten.)

4. Ho pagato _____ i prezzi che ho visto nel negozio.

(Ik heb _____ de prijzen betaald die ik in de winkel zag.)

5. Abbiamo _____ soldi per fare la spesa oggi.

(We hebben _____ geld om vandaag boodschappen te doen.)

6. Lavoro _____ la mattina prima di andare a comprare il caffè.

(Ik werk _____ de ochtend voordat ik koffie ga kopen.)

Lesdoel: Onbepaalde Hoeveelheidswoorden in het Italiaans

In deze les leer je hoe je onbepaalde hoeveelheidswoorden zoals molto, tanto, poco en tutto correct gebruikt in het Italiaans. Deze woorden worden gebruikt om een onbepaalde hoeveelheid of hoeveelheid aan te geven en passen zich aan in geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en getal (enkelvoud of meervoud) aan het zelfstandig naamwoord waaraan ze gekoppeld zijn.

Belangrijkste Onbepaalde Hoeveelheidswoorden en Hun Verbuigingen

  • Molto / Molta (veel) – molti / molte in meervoud
  • Tanto / Tanta (zoveel, veel) – tanti / tante in meervoud
  • Poco / Poca (weinig) – pochi / poche in meervoud
  • Tutto / Tutta (alles, heel) – tutti / tutte in meervoud, meestal gebruikt met bepaald lidwoord

Voorbeelden in Context

Hieronder enkele voorbeeldzinnen die het gebruik van deze woorden illustreren:

  • Ho molto pane.
  • Tu hai molte carte.
  • Compro tanto cibo.
  • Fabio ha tante giacche.
  • Compro poca pasta.
  • Laura ha pochi soldi.
  • Controllo tutti i prezzi.
  • Lavoro tutta la mattina.

Extra uitleg over gebruik

Deze bijvoeglijke naamwoorden geven een ongedefinieerde hoeveelheid aan en stemmen qua geslacht en getal overeen met het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen. Bijvoorbeeld, "molto" wordt "molta" bij vrouwelijke enkelvoud, en "molti" of "molte" in meervoud, afhankelijk van het geslacht. Het woord "tutto" wordt meestal gebruikt met een bepaald lidwoord zoals tutto il of tutti i.

Belangrijke verschillen met het Nederlands

In het Nederlands veranderen hoeveelheidswoorden zoals "veel" of "weinig" niet van vorm, ongeacht geslacht of getal van het zelfstandig naamwoord. In het Italiaans is deze aanpassing echter noodzakelijk. Ook wordt "tutto" in het Italiaans vaak gecombineerd met het bepaalde lidwoord, wat in het Nederlands niet gebruikelijk is. Een goed voorbeeld is tutti i prezzi (alle prijzen).

Nuttige Italiaanse uitdrukkingen en hun Nederlandse equivalenten

  • molto pane - veel brood
  • tante giacche - veel jassen
  • poca acqua - weinig water
  • tutta la mattina - de hele ochtend
  • tutti i prezzi - alle prijzen

Door deze woorden correct te gebruiken leer je preciezer te spreken over hoeveelheden, wat erg nuttig is in dagelijkse gesprekken zoals boodschappen doen of plannen maken.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 20:03