A1.11 - Rangtelwoorden
A1.11 - Rangtelwoorden

A1.11 - Rangtelwoorden - Spreken

Numeri ordinali


Esercizio: Gespreksoefening

  1. A quale piano vive ciascuna persona? (Op welke verdieping woont elke persoon?)
  2. Vivi in un appartamento? A quale piano vivi? (Woon je in een appartement? Op welke verdieping woon je?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten