Come combinare i colori per avere degli outfit belli da vedere? Ecco delle semplici regole da seguire.
Hoe kun je kleuren combineren om mooie outfits te creëren? Hier zijn een paar eenvoudige regels om te volgen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Colori Kleuren
Bianco Wit
Nero Zwart
Grigio Grijs
Marrone Bruin
Verde Groen
Blu Blauw
Indossare i colori non è mai stato così facile: basta seguire semplici regole. (Kleuren dragen is nog nooit zo makkelijk geweest: volg gewoon een paar eenvoudige regels.)
Esistono due tipi di colori: i colori neutri e gli altri colori. (Er zijn twee soorten kleuren: neutrale kleuren en overige kleuren.)
I colori neutri sono il bianco, il nero e alcune sfumature di grigio e marrone. (Neutrale kleuren zijn wit, zwart en bepaalde tinten grijs en bruin.)
A volte altri colori possono comportarsi da neutri, per esempio il verde oliva e il blu. (Soms kunnen andere kleuren als neutraal functioneren, zoals olijfgroen of blauw.)
Si possono abbinare uno, due o al massimo tre colori, altrimenti diventa più difficile. (Je kunt één, twee of maximaal drie kleuren combineren; meer maakt het meestal lastiger.)
Con un solo colore è semplice, soprattutto se usiamo colori neutri. (Met één kleur is het eenvoudig, vooral als je neutrale kleuren gebruikt.)
Con due colori si possono unire due colori neutri oppure un colore neutro con un colore vivace. (Met twee kleuren kun je twee neutrale kleuren combineren of een neutrale met een levendige kleur.)
Chi vuole osare può usare tre colori: due colori neutri e un colore diverso, oppure due colori vivaci e un neutro. (Wie durft, kan drie kleuren gebruiken: twee neutrale en één afwijkende kleur, of twee levendige kleuren met één neutraal.)
I colori vicini o opposti nel cerchio dei colori stanno di solito bene insieme. (Kleuren die dicht bij elkaar of tegenover elkaar liggen in de kleurencirkel passen doorgaans goed bij elkaar.)
Mantenere lo stesso tono e la stessa intensità dei colori rende il look più armonioso. (Het aanhouden van dezelfde toon en intensiteit van de kleuren zorgt voor een harmonieuzer geheel.)

1. Quali colori vengono indicati come neutri?

(Welke kleuren worden aangeduid als neutraal?)

2. Quanti colori è consigliato usare al massimo in un outfit semplice?

(Hoeveel kleuren wordt aangeraden maximaal te gebruiken in een eenvoudige outfit?)

3. Perché è semplice usare un solo colore?

(Waarom is het eenvoudig om één kleur te gebruiken?)

4. Quale regola aiuta ad abbinare i colori?

(Welke regel helpt bij het combineren van kleuren?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Colori per il soggiorno

Kleuren voor de woonkamer
1. Simone: Vorrei ridipingere il soggiorno, ma non so quali colori scegliere. (Ik wil de woonkamer opnieuw verven, maar ik weet niet welke kleuren ik moet kiezen.)
2. Imbianchina: Capisco. Ti piacciono di più i colori chiari, neutri o scuri? (Dat begrijp ik. Houd je meer van lichte, neutrale of donkere kleuren?)
3. Simone: Preferisco i colori neutri, come bianco, grigio o nero. Odio i colori troppo accesi. (Ik geef de voorkeur aan neutrale kleuren, zoals wit, grijs of zwart. Ik heb een hekel aan te felle kleuren.)
4. Imbianchina: Ottimo, i colori neutri sono molto versatili. Ti può piacere il marrone per i mobili? (Prima, neutrale kleuren zijn erg veelzijdig. Zou bruin voor de meubels je bevallen?)
5. Simone: Sì, mi piace, ma non troppo scuro, meglio marrone chiaro. (Ja, dat vind ik mooi, maar niet te donker — liever lichtbruin.)
6. Imbianchina: Allora possiamo abbinare pareti grigie con mobili marroni chiari. (Dan kunnen we grijze muren combineren met lichtbruine meubels.)
7. Simone: Perfetto, però vorrei aggiungere anche un tocco di colore, qualcosa di semplice. (Perfect, maar ik wil ook een subtiel kleurtje toevoegen, iets eenvoudigs.)
8. Imbianchina: Possiamo usare il verde chiaro o il blu, si abbinano bene con i colori che abbiamo già scelto. (We kunnen lichtgroen of lichtblauw gebruiken; die passen goed bij de kleuren die we al gekozen hebben.)
9. Simone: Sì, il verde chiaro mi piace. (Ja, lichtgroen vind ik fijn.)
10. Imbianchina: Perfetto, così il soggiorno avrà quel tocco di colore che cercavi. (Goed, zo krijgt de woonkamer dat vleugje kleur dat je zoekt.)
11. Simone: Ottimo, allora procediamo. Non vedo l’ora di vedere il risultato! (Top, laten we beginnen. Ik kijk ernaar uit het resultaat te zien!)

1. Leggi il dialogo. Che cosa vuole fare Simone?

(Lees de dialoog. Wat wil Simone doen?)

2. Che tipo di colori preferisce Simone?

(Wat voor soort kleuren heeft Simone het liefst?)

Oefening 3: Oefening in context

Instructie: Ascolta la canzone "Come un pittore" della band Modà e trova queste parole: il colore, l'azzurro, il giallo, il rosso, il verde, il blu, il bianco.

  1. https://www.youtube.com/watch?v=RuYbA55IWGs&list=RDRuYbA55IWGs&start_radio=1
  2. https://genius.com/Moda-come-un-pittore-lyrics