Gli aggettivi e pronomi interrogativi si usano per fare domande.

(Interrogatieve bijvoeglijke naamwoorden en voornaamwoorden worden gebruikt om vragen te stellen.)

Quando? vs. Quanto/Quanta/Quanti/Quante: wat vraag je precies?

Quando? gebruik je voor tijd (datum, dag, moment).

  • Quando è il tuo compleanno? = Wanneer is je verjaardag?
  • Quando è la riunione? = Wanneer is de vergadering?

Quanto/Quanta/Quanti/Quante? gebruik je voor hoeveel / hoeveel stuks.

  • Quanta acqua…? = hoeveel water (hoeveelheid)
  • Quanti amici…? = hoeveel vrienden (aantal)

Kies het juiste ‘quanto’-woord: kijk naar geslacht + enkelvoud/meervoud

Deze vraagwoorden passen zich aan aan het zelfstandig naamwoord dat erna komt.

Zelfstandig naamwoord Vorm Voorbeeld
mannelijk enkelvoud quanto Quanto tempo hai?
vrouwelijk enkelvoud quanta Quanta acqua bevi?
mannelijk meervoud quanti Quanti amici hai?
vrouwelijk meervoud quante Quante sorelle ha Lucia?

Telbaar of niet telbaar? (en waarom dat jou helpt)

In deze les gebruik je quanto/quanta/quanti/quante met namen die je kunt tellen of als hoeveelheid kunt meten.

  • Telbaar (aantal): amici, libri, riunioni, regali → meestal quanti/quante.
  • Hoeveelheid (massa): acqua, pasta, torta, caffè → meestal quanto/quanta.

Handig: als je in het Nederlands “hoeveel stuks” kunt zeggen, zit je meestal bij quanti/quante.

Snelle valkuilen (die vaak fout gaan)

  • ‘Quando’ ≠ ‘Quanto’
    • Quanto è il tuo compleanno?Quando è il tuo compleanno?
    • Quando costa questo libro?Quanto costa questo libro?
  • Kijk naar het woord erna (niet naar jezelf)
    • Quanti anni hai? (anni = mannelijk meervoud)
    • Quante riunioni hai oggi? (riunioni = vrouwelijk meervoud)
  • Geld is vaak meervoud in het Italiaans
    • Quanti soldi hai? (soldi = meervoud)

Mini-checklist (zelf controleren in 10 seconden)

  1. Vraag ik naar tijd? → kies Quando?
  2. Vraag ik naar hoeveel/aantal? → kies Quanto/Quanta/Quanti/Quante
  3. Welk woord komt erna?
    • m. ev. → quanto
    • v. ev. → quanta
    • m. mv. → quanti
    • v. mv. → quante

Klaar voor gesprek: 5 nuttige vragen (professionele context)

  • Quando è la prossima riunione?
  • Quanto tempo abbiamo oggi?
  • Quante riunioni hai questa settimana?
  • Quanti colleghi ci sono nel team?
  • Quanta acqua bevi in ufficio?
  1. Sommige vraagwoorden veranderen afhankelijk van het geslacht en/of het aantal van het zelfstandig naamwoord.
  2. Gebruik quanto, quanta, quanti, quante met telbare zelfstandige naamwoorden.
Interrogativi (Vraagwoorden)Esempi (Voorbeelden)
Quanto? / Quanta?Quanta acqua bevi ogni giorno? (Hoeveel water drink je elke dag?)
Quanti? / Quante?Quanti amici hai? (Hoeveel vrienden heb je?)
Quando?Quando è il tuo compleanno? (Wanneer ben je jarig?)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ________ anni hai oggi, per il tuo compleanno?

________ jaar word je vandaag, met je verjaardag?)

2. ________ è la festa per il tuo compleanno?

________ is het feest voor je verjaardag?)

3. ________ torta mangi di solito alla tua festa di compleanno?

________ taart eet je gewoonlijk op je verjaardagsfeest?)

4. ________ regali ricevi di solito per il tuo compleanno?

________ cadeaus krijg je meestal met je verjaardag?)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door ze te veranderen in vragen met quanto, quanta, quanti of quante, zoals in het voorbeeld: Bevi molta acqua ogni giorno. → Quanta acqua bevi ogni giorno?

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Quanto) Hai tempo libero durante la settimana.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quanto tempo libero hai durante la settimana?
    (Quanto tempo libero heb je tijdens de week?)
  2. Hint Hint (Quanti) Hai soldi in contanti nel portafoglio.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quanti soldi in contanti hai nel portafoglio?
    (Quanti contanti heb je in je portemonnee?)
  3. Hint Hint (Quanto) Bevi caffè al giorno.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quanto caffè bevi al giorno?
    (Quanto caffè drink je per dag?)
  4. Hint Hint (Quanta) Mangia verdura a cena.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quanta verdura mangia a cena?
    (Quanta groente eet hij/zij 's avonds?)
  5. Hint Hint (Quante) Hai riunioni oggi?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quante riunioni hai oggi?
    (Quante vergaderingen heb je vandaag?)
  6. Hint Hint (Quanti) Ci sono studenti nel tuo corso di italiano?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quanti studenti ci sono nel tuo corso di italiano?
    (Quanti studenten zijn er in jouw Italiaanse cursus?)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Maak in tweetallen vragen en antwoord over leeftijd en verjaardag.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sei a una festa di compleanno con nuovi colleghi italiani.
(Je bent op een verjaardagsfeestje met nieuwe Italiaanse collega’s.)

Bespreek
  • Quando è il tuo compleanno? In che giorno e mese? (Wanneer ben je jarig? Op welke dag en in welke maand?)
  • Quanti anni hai? Quanti anni compi il prossimo compleanno? (Hoe oud ben je? Hoe oud word je bij je volgende verjaardag?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Quanti anni hai? — Ho ... anni. (Hoe oud ben je? — Ik ben ... jaar.)
  • Quando compi gli anni? (Wanneer ben je jarig?)
  • Festeggiare la festa, la torta e il regalo (Het feestje vieren, de taart en het cadeau)

Gebruik in gesprek
  • Quando? (Wanneer?)
  • Quanti / Quante? (Hoeveel?)
  • Quanto / Quanta (con nomi contabili) (Hoeveel (bij telbare zelfstandige naamwoorden))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 06/03/2026 00:59