Ontdek hoe je met 'stare per + infinito' in het Italiaans aankondigt dat je iets gaat doen, bijvoorbeeld 'sto per andare' (ik sta op het punt te gaan). Leer de vervoegingen en neem handige uitdrukkingen onder de knie voor het uitdrukken van onmiddellijke intenties.
  1. De formule is: stare per + infinitief.
  2. Je gebruikt deze constructie om te spreken over naderende handelingen.
Pronome (Voornaamwoord)Formula (Formule)Esempio (Voorbeeld)
IoSto per + infinitoIo sto per andare in montagna (Ik sta op het punt te gaan naar de bergen)
TuStai per + infinitoTu stai per fare una vacanza (Je staat op het punt een vakantie te nemen)
Lui/LeiSta per + infinitoLei sta per andare a casa (Zij gaat zo naar huis)
NoiStiamo per + infinitoNoi stiamo per cambiare lavoro (Wij staan op het punt om te veranderen van werk)
VoiState per + infinitoVoi stare per andare al mare (Jullie staan op het punt te gaan naar de zee)
LoroStanno per + infinitoLoro stanno per cambiare città (Zij staan op het punt om te verhuizen)

Oefening 1: Stare per + infinito

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

sta, stanno, stiamo, stai, Sta, sto

1.
... per piovere.
(Het staat op het punt te regenen.)
2.
Loro ... per andare in montagna.
(Zij staan op het punt om naar de bergen te gaan.)
3.
Io ... per andare a lavoro.
(Ik sta op het punt om naar mijn werk te gaan.)
4.
Tu ... per andare al mare.
(Je staat op het punt om naar zee te gaan.)
5.
... per nevicare.
(Het gaat sneeuwen.)
6.
Noi ... per vedere la neve!
(We staan op het punt om sneeuw te zien!)
7.
Non uscite oggi, ... per arrivare un temporale.
(Ga vandaag niet naar buiten, er staat een onweersbui op het punt te komen.)
8.
Lui ... per andare in montagna.
(Hij staat op het punt om naar de bergen te gaan.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Io ___ per partire per le vacanze estive a luglio.

(Ik ___ op het punt om in juli op zomervakantie te vertrekken.)

2. Tu ___ per andare in montagna in inverno.

(Jij ___ op het punt om in de winter naar de bergen te gaan.)

3. Lei ___ per visitare una città d'arte a settembre.

(Zij ___ op het punt om in september een kunststad te bezoeken.)

4. Noi ___ per organizzare una festa di primavera.

(Wij ___ op het punt om een lentefeest te organiseren.)

5. Voi ___ per fare una gita al mare a giugno.

(Jullie ___ op het punt om in juni een dagje aan zee te maken.)

6. Loro ___ per cambiare città in autunno.

(Zij ___ op het punt om in de herfst van stad te veranderen.)

Introductie tot de constructie „Stare per + infinito”

In deze les leer je een veelgebruikte Italiaanse grammaticale structuur om een directe nabije toekomst aan te geven: „stare per” gevolgd door een werkwoord in de infinitief. Deze constructie gebruik je om uit te drukken dat iets op het punt staat te gebeuren.

Wat leert deze les?

  • De juiste vervoeging van het werkwoord stare in combinatie met per en een infinitief.
  • Hoe je aankondigt dat een handeling op het punt staat te beginnen.
  • Praktische voorbeelden die je helpen deze vorm in het dagelijks Italiaans te herkennen en te gebruiken.

Formule

De basisformule is:

stare (geconjugeerd) + per + infinitief van het werkwoord

Voorbeelden van vervoegingen

PersoonFormuleVoorbeeld
IoSto per + infinitoIo sto per andare in montagna
TuStai per + infinitoTu stai per fare una vacanza
Lui/LeiSta per + infinitoLei sta per andare a casa
NoiStiamo per + infinitoNoi stiamo per cambiare lavoro
VoiState per + infinitoVoi state per andare al mare
LoroStanno per + infinitoLoro stanno per cambiare città

Gebruik en betekenis

Met stare per + infinito geef je aan dat een actie heel binnenkort zal plaatsvinden. Het benadrukt de onmiddellijke toekomst, vergelijkbaar met het Nederlandse „op het punt staan om iets te doen”.

Belangrijke woorden en uitdrukkingen

  • Stare: het werkwoord „staan”, maar hier gebruikt als hulpwerkwoord.
  • Per: voorzetsel dat „om te” betekent in deze constructie.
  • Infinito: de onverbogen vorm van een werkwoord (bijvoorbeeld andare, fare, cambiare).

Vergelijking met het Nederlands

In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld „Ik sta op het punt om te vertrekken”, wat overeenkomt met het Italiaans „Io sto per partire”. Een belangrijk verschil is dat het Nederlandse „staan” letterlijk is, terwijl „stare” hier als hulpwerkwoord functioneert.

Andere nuttige zinnen in het Italiaans die je kunt oefenen zijn bijvoorbeeld:

  • Sto per mangiare. (Ik sta op het punt te eten.)
  • Stanno per arrivare. (Zij staan op het punt aan te komen.)
  • Stai per uscire? (Sta jij op het punt te vertrekken?)

Let op dat de woordvolgorde in het Italiaans meestal direct „stare per” gevolgd door de infinitief is, terwijl het Nederlands vaker een omschrijving gebruikt.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 19:55