Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Appuntamento di lavoro in ufficio
Vul de lege plekken in: ricordo, quarto, ultimo, ricordare, secondo, primo
(Sollicitatiegesprek op kantoor)
Domani ho un colloquio di lavoro in un grande ufficio in centro. Nel messaggio di conferma leggo: “L’ufficio è al terzo piano. L’ingresso è sulla destra. L’appuntamento è il della mattina”. Devo arrivare puntuale e mi preparo bene.
Quando arrivo, cerco il palazzo e leggo i nomi sul citofono. Il mio colloquio è nello studio Rossi, al piano. Entro, prendo l’ascensore e premo il tasto tre, ma poi che il posto giusto è il quarto piano. Allora scendo e salgo di nuovo. Oggi il mio colloquio è il della giornata, non l’ . Voglio fare una buona impressione e tutte le informazioni.Morgen heb ik een sollicitatiegesprek in een groot kantoor in het centrum. In het bevestigingsbericht lees ik: “Het kantoor is op de derde verdieping. De ingang is aan de rechterkant. De afspraak is de eerste van de ochtend.” Ik moet op tijd zijn en bereid me goed voor.
Als ik aankom, zoek ik het gebouw en lees de namen op het intercompaneel. Mijn gesprek is bij kantoor Rossi, op de vierde verdieping. Ik ga naar binnen, neem de lift en druk op knop drie, maar dan herinner ik me dat de juiste verdieping de vierde is. Dus ga ik naar beneden en vervolgens weer omhoog. Vandaag is mijn gesprek de tweede van de dag, niet de laatste. Ik wil een goede indruk maken en alle informatie onthouden.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Dove si trova lo studio del dottore nel corridoio?
Qual è la posizione della donna che parla in fila alla cassa?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Non ___ se l’ufficio del direttore è al quinto o al sesto piano.
(Ik ___ niet of het kantoor van de directeur op de vijfde of zesde verdieping is.)2. Scusi, lei ___ a quale piano dell’edificio abbiamo la riunione di domani?
(Pardon, u ___ op welke verdieping van het gebouw we morgen de vergadering hebben?)3. Io e i miei colleghi ___ che il corso è nell’aula al terzo piano.
(Mijn collega’s en ik ___ dat de cursus in het lokaal op de derde verdieping is.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Sei in uno studio medico per una visita. L'infermiera chiama: «Il primo, il secondo, il terzo…». Tu sei il secondo. Dillo in modo semplice. (Usa: il secondo, io sono, visita)
(Je bent in een dokterspraktijk voor een afspraak. De verpleegkundige roept: «De eerste, de tweede, de derde…». Jij bent de tweede. Zeg het op een eenvoudige manier. (Gebruik: il secondo, io sono, visita))Io sono
(Io sono ...)Voorbeeld:
Io sono il secondo per la visita.
(Io sono il secondo per la visita.)2. Hai un appuntamento di lavoro in un grande ufficio. Alla reception chiedi: «Scusi, dov'è l'ufficio?». L'ufficio è al quinto piano. Chiedi il piano in modo semplice. (Usa: il quinto piano, scusi, per favore)
(Je hebt een zakelijke afspraak in een groot kantoorgebouw. Bij de receptie vraag je: «Pardon, waar is het kantoor?». Het kantoor is op de vijfde verdieping. Vraag op een eenvoudige manier op welke verdieping het is. (Gebruik: il quinto piano, scusi, per favore))Scusi, il piano
(Scusi, il piano ...)Voorbeeld:
Scusi, il piano è il quinto, per favore?
(Scusi, il piano è il quinto, per favore?)Oefening 7: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over een van jouw afspraken (echt of denkbeeldig): geef de plaats aan, de verdieping of het nummer van de afspraak tijdens de dag (eerste/tweede/laatste) en het tijdstip.
Nuttige uitdrukkingen:
Ho un appuntamento alle … / L’ufficio è al … piano. / Il mio appuntamento è il primo / secondo / ultimo della giornata. / Voglio arrivare puntuale.