Le preposizioni "a, in, su, con" indicano luogo o tempo.

(De voorzetsels "a, in, su, con" geven plaats of tijd aan.)

Kies het juiste tijdsvoorzetsel: eerst ‘wat bedoel ik?’

Bij tijdsuitdrukkingen is de belangrijkste vraag:

  • Start (vanaf wanneer?) → da
  • Eindpunt / exact moment (wanneer precies?) → a
  • Duur / periode (in welke periode gebeurt het?) → in
  • Deadline / rond een tijd (tegen wanneer?) → per
  • Interval (tussen … en …) → tra/fra
  • Deel van de dag (ochtend/middag/avond) → di

‘Da’ = startpunt (vanaf)

Gebruik da als je het begin van een periode noemt.

  • Da domani sono in vacanza. (Vanaf morgen)
  • Lavoro da lunedì. (Vanaf maandag)

Tip: vaak voel je in het Nederlands “vanaf/sinds”.

‘A’ = exact moment of eindpunt

A gebruik je voor een precies tijdstip (een punt op de klok) en ook voor het einde van een periode.

  • Mangio a mezzogiorno. (Om 12:00)
  • La riunione finisce a mezzogiorno. (eindigt om 12:00)

Let op: in het Italiaans is het vaak gewoon a + tijd, zonder extra woorden.

‘Da … a …’ = van … tot …

Wil je begin én einde zeggen? Dan is het bijna altijd:

  • da + start + a + einde
  • Lavoro da lunedì a venerdì. (van maandag tot vrijdag)
  • Sono in Italia da domani a sabato. (van morgen tot zaterdag)

‘In’ = periode waarbinnen iets gebeurt

Gebruik in als je het hebt over de periode (niet één exact moment).

  • Studio in settimana. (doordeweeks)
  • Ci vediamo in giornata. (ergens vandaag / in de loop van de dag)

Zelfcheck: kun je in het Nederlands “in/gedurende” invullen? Dan past in vaak goed.

‘Di’ = deel van de dag (’s ochtends/’s middags/’s avonds)

Voor een dagdeel gebruik je in het Italiaans typisch di.

Italiaans Betekenis
di mattina ’s ochtends
di pomeriggio ’s middags
di sera ’s avonds
di notte ’s nachts
  • Lavoro di mattina. (Ik werk ’s ochtends.)
  • Mangio qualcosa di pomeriggio. (Ik eet ’s middags iets.)

Veelgemaakte fout: in mattinadi mattina

‘Tra/Fra’ = interval of “over … tijd”

Tra en fra betekenen hetzelfde. Kies wat je mooier vindt.

  • La pausa è tra le 13 e le 14. (tussen 13:00 en 14:00)
  • Arrivo tra cinque minuti. (over 5 minuten)

‘Per’ = tegen (deadline) / rond een tijd

Gebruik perstreeftijd of deadline bedoelt.

  • Pranzo per le 12. (Ik lunch tegen 12 uur / rond 12 uur.)
  • Il report è pronto per domani. (klaar tegen morgen)

Verschil met a:

  • a = exact: alle 12:00
  • per = ongeveer/tegen: rond 12:00

Snelle beslisboom (1 zin)

  1. Is het een dagdeel? → di
  2. Is het een exact tijdstip of eindpunt? → a
  3. Is het een startpunt? → da
  4. Is het een periode? → in
  5. Is het een interval (tussen/over)? → tra/fra
  6. Is het een deadline (tegen/ongeveer)? → per
  1. Gebruik "da" om het begin van een tijdsperiode aan te geven.
  2. Gebruik "a" om een precies tijdstip aan te geven, en het einde van een tijdsperiode.
  3. Gebruik "in" om een tijdsperiode aan te geven waarin iets gebeurt.
  4. Gebruik "tra/fra" om een tijdsinterval aan te geven.
  5. Gebruik "di" om een deel van de dag aan te geven.
Preposizione (Voorzetsel)Esempio (Voorbeeld)
DiLavoro di pomeriggio (Ik werk ’s middags)
AMangio a mezzogiorno (Ik eet om twaalf uur ’s middags)
DaDa domani sono in vacanza (Vanaf morgen heb ik vakantie)
InStudio in settimana (Ik studeer doordeweeks)
PerMangio per le 12 (Ik eet rond 12 uur)
Tra/fraFra le 6 e le 12 è mattina (Tussen 6 en 12 uur is het ochtend)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Lavoro ___ mattina e spesso abbiamo una riunione a mezzogiorno.

Ik werk ___ 's ochtends en vaak hebben we rond het middaguur een vergadering.)

2. ___ settimana studio italiano la sera, ma a mezzanotte dormo sempre.

___ week studeer ik 's avonds Italiaans, maar om middernacht slaap ik altijd.)

3. Domani i bambini vanno a scuola ___ mattina e al parco nel pomeriggio.

Morgen gaan de kinderen naar school ___ 's ochtends en naar het park 's middags.)

4. ___ le 9 e le 11 abbiamo molte telefonate, poi lavoriamo tranquilli di pomeriggio.

___ 9 en 11 hebben we veel telefoontjes; daarna werken we 's middags rustig.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste tijdsvoorzetsel (di, a, da, in, per, tra/fra) aangegeven tussen haakjes.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (di) Lavoro il pomeriggio.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Lavoro di pomeriggio.
    (Ik werk 's middags.)
  2. Hint Hint (a) Mangiamo il mezzogiorno.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mangiamo a mezzogiorno.
    (We eten om twaalf uur 's middags.)
  3. Hint Hint (da) Domani sono in vacanza.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Da domani sono in vacanza.
    (Vanaf morgen ben ik met vakantie.)
  4. Hint Hint (in) Studio la settimana.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Studio in settimana.
    (Ik studeer doordeweeks.)
  5. Hint Hint (per) Pranzo verso le 12.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Pranzo per le 12.
    (Ik lunch rond 12 uur.)
  6. Hint Hint (tra/fra) Le lezioni sono le 9 e le 11.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Le lezioni sono tra le 9 e le 11.
    (De lessen zijn tussen 9 en 11 uur.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Koppelgewijs, vergelijk jullie roosters en plan de week.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Due colleghi organizzano la settimana di lavoro e il tempo libero insieme.
(Twee collega’s plannen samen de werkweek en hun vrije tijd.)

Bespreek
  • Quando lavori di mattina, di pomeriggio o di sera durante la settimana? (Wanneer werk je doordeweeks ’s ochtends, ’s middags of ’s avonds?)
  • A che ora di solito dormi la sera e a che ora ti svegli la mattina?','Cosa hai fatto ieri sera e cosa fai domani sera? (Hoe laat ga je meestal ’s avonds naar bed en hoe laat word je ’s ochtends wakker?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Lavoro di mattina il lunedì e di pomeriggio il martedì. (Ik werk maandagochtend en dinsdagmiddag.)
  • Mangio a mezzogiorno; dormo la notte; studio in settimana. (Ik eet ’s middags om twaalf uur; ik slaap ’s nachts; ik studeer doordeweeks.)
  • Da domani sono libero venerdì sera e sabato pomeriggio. (Vanaf morgen ben ik vrij: vrijdagavond en zaterdagmiddag.)

Gebruik in gesprek
  • usare di per periodo della giornata (gebruik di voor deel van de dag)
  • usare a, in, da, tra/fra per indicare il tempo (gebruik a, in, da, tra/fra om tijd aan te geven)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 23:44