Nella forma passiva il soggetto subisce l'azione espressa dal verbo, che è compiuta da qualcos'altro o qualcun altro.

(In de lijdende vorm ondergaat het onderwerp de handeling die door het werkwoord wordt uitgedrukt, en die wordt uitgevoerd door iets of iemand anders.)

Wat is de passieve vorm in het Italiaans?

In de actieve zin doet iemand de actie.

  • Io scelgo il film. – Ik kies de film.

In de passieve zin gebeurt de actie met het onderwerp.

  • Il film è scelto da me. – De film wordt door mij gekozen.

De informatie blijft hetzelfde, maar de focus verschuift:

  • Actief: focus op wie iets doet.
  • Passief: focus op wat er gebeurt.

Stap 1 – Herken onderwerp, werkwoord en lijdend voorwerp

Gebruik eerst de actieve zin. Stel jezelf drie vragen.

  1. Wie doet de actie? → onderwerp
  2. Wat doet hij/zij? → werkwoord
  3. Wat / wie krijgt de actie? → lijdend voorwerp
Actieve zin Analyse
Io scelgo il film.
  • Io = onderwerp (degene die kiest)
  • scelgo = werkwoord
  • il film = lijdend voorwerp (wat wordt gekozen)
L’amico compra i biglietti.
  • L’amico = onderwerp
  • compra = werkwoord
  • i biglietti = lijdend voorwerp

Tip: je kunt alleen een normale passieve zin maken als er een duidelijk lijdend voorwerp is (iets dat “gekozen”, “gekocht”, “georganiseerd” kan worden).

Stap 2 – Basisvorm: essere + participio passato

De standaardregel die je in dit hoofdstuk nodig hebt:

Passief = essere (tegenwoordige tijd) + participio passato

Actief Passief (tegenwoordige tijd)
Io scelgo il film. Il film è scelto da me.
Il teatro organizza lo spettacolo. Lo spettacolo è organizzato dal teatro.
L’amico compra i biglietti. I biglietti sono comprati dall’amico.

In dit hoofdstuk werk je vooral met de tegenwoordige tijd van essere:

Onderwerp Essere
singularis (il / la)è
meervoud (i / le / gli)sono

Belangrijk: kies è of sono op basis van het nieuwe onderwerp (het oude lijdend voorwerp).

Stap 3 – Verander de volgorde van de zin

Actief → Passief in 3 bewegingen:

  1. Lijdend voorwerp → onderwerp (vooraan in de zin)
  2. Essere + participio passato in het midden
  3. Het oude onderwerp gaat achteraan met da
Stap Actief → Passief
1. Start L’amico compra i biglietti.
2. Nieuw onderwerp I biglietti
3. Essere + participio I biglietti sono comprati
4. Door wie? I biglietti sono comprati dall’amico.

Het Italiaanse da = “door” in de betekenis “door iemand gedaan”.

Stap 4 – Let op de overeenstemming (mannelijk/vrouwelijk, enkelvoud/meervoud)

In het Italiaans moet het participio passato zich aanpassen aan het nieuwe onderwerp.

Nederlands onderwerp Italiaans onderwerp Vorm participio Voorbeeld
de film il film (m. ev.) -o Il film è scelto da noi.
de voorstelling la musica / la cena (v. ev.) -a La musica è suonata dal gruppo.
de kaartjes i biglietti (m. mv.) -i I biglietti sono comprati dall’amico.
de reserveringen le prenotazioni (v. mv.) -e Le prenotazioni sono fatte dalla segreteria.

Veelgemaakte fouten:

  • *La musica è suonatoLa musica è suonata
  • *I biglietti sono compratoI biglietti sono comprati

Essere of venire?

In de teksten zie je ook zinnen met venire + participio passato:

  • Le cene di venerdì vengono organizzate dal ristorante.

Op A1 hoef je het verschil niet diep te kennen. Handig om te weten:

  • essere + participio = vorm die je als basis leert.
  • venire + participio = ook passief, klinkt vaak iets actiever, meer als een proces.

Voor nu: herken beide als passieve vorm. Gebruik zelf vooral essere.

Veelvoorkomende vragen (FAQ)

  • 1. Moet ik het “door …” (da …) altijd zeggen?

    Nee. Alleen als het belangrijk is wie het doet.

    • Il film è scelto. – De film is gekozen (we weten niet door wie / het is niet belangrijk).
    • Il film è scelto da Marta. – Benadrukt wie kiest.
  • 2. Is dit hetzelfde als het Nederlandse “worden + voltooid deelwoord”?

    Ja, vaak wel.

    • La musica è suonata dal gruppo. = De muziek wordt gespeeld door de band.
    • I biglietti sono comprati. = De kaartjes worden gekocht.
  • 3. Wanneer gebruik ik liever actief?

    In het dagelijkse Italiaans is de actieve vorm vaker en natuurlijker.

    • Actief: L’amico compra i biglietti.
    • Passief: I biglietti sono comprati dall’amico.

    In dit hoofdstuk oefen je de passieve vorm vooral om hem te begrijpen en herkennen.

Snelle zelfcheck: Begrijp ik het?

Beantwoord deze vragen voor jezelf. Als je overal “ja” zegt, beheers je de basis.

  1. Kan ik in een actieve zin het onderwerp en het lijdend voorwerp aanwijzen?

    • Bijv. in Maria compra il pane: wie doet het, wat wordt er gedaan?
  2. Kan ik van deze zin een correcte passieve zin maken?

    • Maria compra il pane.Il pane è comprato da Maria.
    • Let ik op è (niet *sono) en op comprato (mannelijk enkelvoud)?
  3. Kan ik beslissen of ik è of sono nodig heb?

    • Enkelvoud nieuw onderwerp → è
    • Meervoud nieuw onderwerp → sono
  4. Let ik op de eindletter van het participio passato?

    • -o (m. ev.), -a (v. ev.), -i (m. mv.), -e (v. mv.)

Zelf oefenen: kleine stappen

Neem een paar eenvoudige actieve zinnen uit je eigen werk- of privécontext, bijvoorbeeld:

  • “Ik stuur de e-mails.”
  • “De collega organiseert de vergadering.”
  • “Wij reserveren de tafel.”

Zet ze om naar het Italiaans en maak daarna een passieve zin. Controleer elke keer:

  1. Is mijn nieuw onderwerp het oude lijdend voorwerp?
  2. Heb ik essere in de juiste vorm gebruikt (è / sono)?
  3. Komt het participio passato overeen met geslacht en getal?
  4. Is da + persoon correct (bijv. da Maria, dal collega)?

Als dat allemaal klopt, gebruik je de passieve vorm in het Italiaans op A1-niveau al heel solide.

  1. De lijdende vorm gebruikt essere + voltooid deelwoord.
Frase attiva (Actieve zin)Frase passiva (Passieve zin)
Io scelgo il filmIl film è scelto da me
Il teatro organizza lo spettacoloLo spettacolo è organizzato dal teatro
L'amico compra i bigliettiI biglietti sono comprati dall'amico
Il gruppo suona la musicaLa musica è suonata dal gruppo

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Il film ___ da Marta per la serata di venerdì.

De film ___ door Marta uitgekozen voor de vrijdagavond.)

2. Lo spettacolo ___ dal teatro comunale.

De voorstelling ___ door het gemeentetheater.)

3. I biglietti ___ dall'amico che lavora in centro.

De kaartjes ___ door de vriend die in het centrum werkt.)

4. La musica ___ dal gruppo in una piccola discoteca vicino al teatro.

De muziek ___ door de band in een kleine discotheek vlakbij het theater.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zinnen van de actieve naar de passieve vorm in de tegenwoordige tijd om. Voorbeeld: Io scelgo il film → Il film è scelto da me.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Io preparo la cena.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La cena è preparata da me.
    (De avondmaaltijd wordt door mij klaargemaakt.)
  2. Il professore spiega la grammatica.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La grammatica è spiegata dal professore.
    (De grammatica wordt door de docent uitgelegd.)
  3. I turisti visitano il museo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il museo è visitato dai turisti.
    (Het museum wordt door de toeristen bezocht.)
  4. Maria compra il pane.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il pane è comprato da Maria.
    (Het brood wordt door Maria gekocht.)
  5. L'azienda organizza il corso di italiano.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il corso di italiano è organizzato dall'azienda.
    (De cursus Italiaans wordt door het bedrijf georganiseerd.)
  6. Il cameriere porta il caffè.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il caffè è portato dal cameriere.
    (De koffie wordt door de ober gebracht.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Praat en bepaal het avondprogramma met behulp van passieve zinnen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Tu e un collega decidete cosa fare insieme venerdì sera.
(Jij en een collega beslissen wat jullie samen vrijdagavond gaan doen.)

Bespreek
  • Quali attività sono proposte nel tuo quartiere per venerdì sera? (Welke activiteiten worden er in jouw wijk aangeboden voor vrijdagavond?)
  • Quali film o spettacoli sono organizzati di solito vicino a casa tua? dai due esempi (cinema, teatro, concerto).","Tra queste opzioni — cinema, concerto, teatro, discoteca — quali sono preferite dai tuoi amici e perché? prova a rispondere usando la forma passiva.","Pensa a un venerdì sera ideale: quali cose sono preparate prima di uscire (biglietti, tavolo, ecc.)? descrivile con frasi passive. (Welke films of voorstellingen worden gewoonlijk bij jou in de buurt georganiseerd? Geef twee voorbeelden (bioscoop, theater, concert).)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Il cinema è vicino. (De bioscoop is dichtbij.)
  • Il concerto è organizzato dal teatro. (Het concert wordt door het theater georganiseerd.)
  • La birra è bevuta al bar con l’amico. (Het bier wordt in de bar met een vriend gedronken.)

Gebruik in gesprek
  • Il film è scelto da... (De film wordt gekozen door...)
  • Lo spettacolo è organizzato dal... (De voorstelling wordt georganiseerd door...)
  • I biglietti sono comprati da... (De kaartjes worden gekocht door...)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 18/02/2026 16:56