Ontdek in deze les hoe je de Italiaanse passieve vorm met "essere + participio passato" gebruikt, bijvoorbeeld in zinnen als "Il film è scelto" en "La musica è suonata". Leer essentiële werkwoorden zoals scegliere, organizzare en suonare in de passieve constructie.
  1. De passieve vorm gebruikt zijn + participio passato.
Frase attiva (Actieve zin)Frase passiva (Passieve zin)
Io scelgo il film (Ik kies de film)Il film è scelto da me (De film is gekozen door mij)
Il teatro organizza lo spettacolo (Het spektakel wordt georganiseerd door het theater)Lo spettacolo è organizzato dal teatro (De voorstelling is georganiseerd door het theater)
L'amico compra i biglietti (De vriend koopt de kaartjes)I biglietti sono comprati dall'amico (De kaartjes zijn gekocht door de vriend)
Il gruppo suona la musica (De muziek wordt gespeeld door de groep)La musica è suonata dal gruppo (De muziek wordt gespeeld door de groep)

Oefening 1: La forma passiva con essere + participio

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

è organizzato, è invitata, è scelto, è visto, è ballata, sono servite, è accompagnata, sono comprati

1. Organizzare:
Il teatro ... dal comune locale.
(Het theater wordt georganiseerd door de lokale gemeente.)
2. Vedere:
L'attore ... spesso alla pizzeria vicino.
(De acteur wordt vaak gezien bij de pizzeria in de buurt.)
3. Ballare:
La canzone ... da tutti in discoteca.
(Het lied wordt door iedereen in de discotheek gedanst.)
4. Invitare:
L'attrice ... al concerto di venerdì.
(De actrice is uitgenodigd voor het concert van vrijdag.)
5. Servire:
Le birre ... insieme ai drink.
(De bieren worden samen met de drankjes geserveerd.)
6. Scegliere:
Il film ... dal gruppo di amici.
(De film wordt gekozen door de vriendengroep.)
7. Comprare:
I biglietti ... ieri sera.
(De kaartjes zijn gisteravond gekocht.)
8. Accompagnare:
La cena ... da un buon vino.
(Het diner wordt vergezeld door een goede wijn.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Il programma ___ scelto dai partecipanti per la serata.

(Het programma ___ gekozen door de deelnemers voor de avond.)

2. Le cene di venerdì ___ organizzate dal ristorante vicino.

(De diners op vrijdag ___ georganiseerd door het restaurant in de buurt.)

3. Gli inviti ___ mandati dagli amici per la festa.

(De uitnodigingen ___ verstuurd door de vrienden voor het feest.)

4. La musica ___ suonata dal gruppo locale durante la serata.

(De muziek ___ gespeeld door de lokale band tijdens de avond.)

5. Le prenotazioni ___ fatte dalla segreteria del teatro.

(De reserveringen ___ gemaakt door het secretariaat van het theater.)

6. Il film ___ scelto da noi per la serata di venerdì.

(De film ___ gekozen door ons voor de vrijdagavond.)

De lijdende vorm met essere + voltooid deelwoord

In deze les leer je hoe je de passieve vorm (de lijdende vorm) maakt in het Italiaans met het hulpwerkwoord essere plus het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord. Deze constructie drukt uit dat het onderwerp van de zin de actie ondergaat, in plaats van dat het de actie uitvoert.

Wat leer je in deze les?

  • Hoe je actieve zinnen kunt omzetten naar passieve zinnen met essere + participio passato.
  • Woordvolgorde en gebruik van het voorzetsel da om de handelende persoon of zaak aan te geven.
  • Voorbeelden van dagelijkse woorden en uitdrukkingen in passieve vorm om je begrip te versterken.

Belangrijke kenmerken van de passieve vorm

In de passieve zin wordt het oorspronkelijke lijdend voorwerp het onderwerp dat wordt ondergaan. Het werkwoord bestaat uit twee delen:

  • essere: het hulpwerkwoord dat wordt vervoegd volgens het onderwerp.
  • Het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord, dat overeenkomt in geslacht en aantal met het onderwerp.

Bijvoorbeeld:

Frase attivaFrase passiva
Io scelgo il filmIl film è scelto da me
Il teatro organizza lo spettacoloLo spettacolo è organizzato dal teatro
L'amico compra i bigliettiI biglietti sono comprati dall'amico
Il gruppo suona la musicaLa musica è suonata dal gruppo

Taaltip: Verschillen tussen Italiaans en Nederlands

In het Nederlands gebruik je vaak de passieve vorm met hulpwerkwoorden zoals worden of zijn met het voltooid deelwoord. Het Italiaanse essere functioneert gelijk aan het Nederlandse zijn in deze constructies. De handelende persoon wordt aangegeven met door in het Nederlands, en met da in het Italiaans.

Voorbeelden van nuttige Italiaanse woorden en hun Nederlandse equivalenten:

  • è scelto = is gekozen
  • è organizzato = is georganiseerd
  • sono comprati = zijn gekocht
  • è suonata = is gespeeld (muziek)

Deze passieve structuur helpt je om meer variatie en precisie in je Italiaanse taalgebruik te brengen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 18/07/2025 04:12