De lijdende vorm met essere + participio

La forma passiva con essere + participio


Nella forma passiva il soggetto subisce l'azione espressa dal verbo, che è compiuta da qualcos'altro o qualcun altro.

(In de passieve vorm ondergaat het onderwerp de handeling die door het werkwoord wordt uitgedrukt; die handeling wordt uitgevoerd door iets of iemand anders.)

Wanneer gebruik je de passieve vorm?

  • Je wil de actie of het resultaat benadrukken, niet wie het doet.
  • De uitvoerder is onbekend, onbelangrijk of je wil hem/haar niet noemen.
  • Typisch in nieuws, werkcontext en planning: tickets, programma, reservaties.
Actief (wie doet wat?) Passief (wat gebeurt er?)

Il direttore firma il contratto.

Il contratto è firmato (dal direttore).

Zo bouw je het passief met essere (tegenwoordige tijd)

  1. Neem het lijdend voorwerp uit de actieve zin (het “ding” dat de actie krijgt).
  2. Zet het vooraan: dat wordt het onderwerp van de passieve zin.
  3. Gebruik essere in de juiste vorm: è / sono.
  4. Voeg het participio passato toe (voltooid deelwoord).
  5. Wil je de uitvoerder noemen? Voeg toe: da + persoon/organisatie (vaak dal/dalla/dai/dalle).

Let op: het voltooid deelwoord moet “meegaan” (accordo)

Belangrijk verschil met het Nederlands: in het Italiaans past het voltooid deelwoord zich aan aan het onderwerp.

Onderwerp essere participio passato Voorbeeld
mannelijk enkelvoud è -o

Il film è scelto.

vrouwelijk enkelvoud è -a

La canzone è interpretata.

mannelijk meervoud sono -i

Gli inviti sono mandati.

vrouwelijk meervoud sono -e

Le prenotazioni sono fatte.

De uitvoerder: da + lidwoord (dal, dalla, dai, dalle)

Als je zegt door wie, gebruik je da. Meestal staat er een lidwoord aan vast.

Vorm Gebruik Voorbeeld
dal = da + il mannelijk enkelvoud

Lo spettacolo è organizzato dal teatro.

dalla = da + la vrouwelijk enkelvoud

La canzone è interpretata dalla cantante.

dai = da + i mannelijk meervoud

Il programma è scelto dai partecipanti.

dalle = da + le vrouwelijk meervoud

Le e-mail sono mandate dalle colleghe.

Snelle check: da chi? (door wie?) → dan zit je goed met da.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze meteen herkent)

  • 1) È / Sono

    Singular onderwerp → è. Meervoud → sono.

    Le prenotazioni è fatteLe prenotazioni sono fatte.

  • 2) Verkeerde uitgang van het participio passato

    Het participio passato volgt geslacht + aantal van het onderwerp.

    La musica è suonatoLa musica è suonata.

  • 3) Actief werkwoord na essere

    Na essere komt geen vervoegde tegenwoordige tijd.

    Il film è sceglieIl film è scelto.

Zelfcheck in 10 seconden

  1. Wat is het onderwerp van mijn passieve zin?
  2. Is het enkelvoud of meervoud? → è of sono?
  3. Past het participio passato bij dat onderwerp? (-o/-a/-i/-e)
  4. Wil ik “door wie” zeggen? → da + correct lidwoord (dal/dalla/dai/dalle)

Wat leer je hier precies?

  • Je kan een actieve zin omzetten naar passief: oggetto → onderwerp.
  • Je gebruikt correct: essere + participio passato.
  • Je let op twee punten die het verschil maken: è/sono en accordo van het voltooid deelwoord.
  1. De passieve vorm gebruikt essere + voltooid deelwoord.
Frase attiva (Actieve zin)Frase passiva (Passieve zin)
La critica sceglie il film vincitore (De jury kiest de winnende film)Il film vincitore è scelto dalla critica (De winnende film wordt gekozen door de jury)
Il teatro organizza lo spettacolo (Het theater organiseert de voorstelling)Lo spettacolo è organizzato dal teatro (De voorstelling wordt georganiseerd door het theater)
Il regista dirige lo spettacolo (De regisseur regisseert de voorstelling)Lo spettacolo è diretto dal regista (De voorstelling wordt geregisseerd door de regisseur)
Il cantante interpreta la canzone (De zanger zingt het lied)La canzone è interpretata dal cantante (Het lied wordt gezongen door de zanger)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Il film ___ da Marta per la serata di venerdì.

De film ___ door Marta gekozen voor de vrijdagavond.

2. Lo spettacolo ___ dal teatro comunale.

De voorstelling ___ door het gemeentelijke theater.

3. I biglietti ___ dall'amico che lavora in centro.

De tickets ___ door de vriend die in het centrum werkt.

4. La musica ___ dal gruppo in una piccola discoteca vicino al teatro.

De muziek ___ door de groep in een kleine discotheek vlak bij het theater.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zinnen van de actieve naar de passieve vorm in de tegenwoordige tijd om. Voorbeeld: Io scelgo il film → Il film è scelto da me.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Io preparo la cena.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La cena è preparata da me.
    (Het avondeten wordt door mij bereid.)
  2. Il professore spiega la grammatica.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La grammatica è spiegata dal professore.
    (De grammatica wordt door de professor uitgelegd.)
  3. I turisti visitano il museo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il museo è visitato dai turisti.
    (Het museum wordt door de toeristen bezocht.)
  4. Maria compra il pane.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il pane è comprato da Maria.
    (Het brood wordt door Maria gekocht.)
  5. L'azienda organizza il corso di italiano.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il corso di italiano è organizzato dall'azienda.
    (De cursus Italiaans wordt door het bedrijf georganiseerd.)
  6. Il cameriere porta il caffè.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il caffè è portato dal cameriere.
    (De koffie wordt door de ober gebracht.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Praat en bepaal het avondprogramma met behulp van passieve zinnen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Tu e un collega decidete cosa fare insieme venerdì sera.
(Jij en een collega besluiten samen te bepalen wat jullie vrijdagavond gaan doen.)

Bespreek
  • Quali attività sono proposte nel tuo quartiere per venerdì sera? (Welke activiteiten worden in jouw buurt voorgesteld voor vrijdagavond?)
  • Quali film o spettacoli sono organizzati di solito vicino a casa tua? dai due esempi (cinema, teatro, concerto).","Tra queste opzioni — cinema, concerto, teatro, discoteca — quali sono preferite dai tuoi amici e perché? prova a rispondere usando la forma passiva.","Pensa a un venerdì sera ideale: quali cose sono preparate prima di uscire (biglietti, tavolo, ecc.)? descrivile con frasi passive. (Welke films of voorstellingen worden meestal bij jou in de buurt georganiseerd? geef twee voorbeelden (bioscoop, theater, concert).)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Il cinema è vicino. (De bioscoop is dichtbij.)
  • Il concerto è organizzato dal teatro. (Het concert wordt georganiseerd door het theater.)
  • La birra è bevuta al bar con l’amico. (Het bier wordt in de bar met de vriend gedronken.)

Gebruik in gesprek
  • Il film è scelto da... (De film wordt gekozen door...)
  • Lo spettacolo è organizzato dal... (De voorstelling wordt georganiseerd door...)
  • I biglietti sono comprati da... (De tickets worden gekocht door...)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 17/04/2026 02:53