Leer essentile Italiaanse groeten en afscheidswoorden zoals 'ciao', 'buongiorno' en 'arrivederci', plus basiswerkwoorden als 'essere' en 'avere' in praktische contexten voor dagelijks gebruik.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (13) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Groeper de woorden volgens het moment van de dag waarop ze gewoonlijk worden gebruikt: groeten voor de ochtend of groeten voor de middag/avond.
Saluti del mattino
Saluti del pomeriggio e della sera
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Come stai?
Hoe gaat het met je?
2
Buongiorno
Goedemorgen
3
Buon pomeriggio
Goedemiddag
4
Avere
Hebben
5
A domani
Tot morgen
Esercizio 5: Gespreksoefening
Istruzione:
- Gebruik de juiste begroeting in elke situatie en begin een praatje. (Gebruik de juiste begroeting in elke situatie en begin een praatje.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Buongiorno! Goedemorgen! |
Buon pomeriggio! Goedemiddag! |
Buonasera! Goedenavond! |
Come stai? Hoe gaat het met je? |
Bene. E tu? Prima. En met jou? |
A dopo! Tot ziens! |
Scusa, puoi ripetere per favore? Sorry, kun je het herhalen alsjeblieft? |
Non capisco. Ik begrijp het niet. |
Potresti fare lo spelling? Kunt u dat spellen? |
Piacere di conoscerti. Aangenaam kennis te maken. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Io ___ felice di conoscerti.
(Ik ___ blij je te ontmoeten.)2. Tu ___ un bel sorriso.
(Jij ___ een mooie glimlach.)3. Lui ___ il mio nuovo collega.
(Hij ___ mijn nieuwe collega.)4. Noi ___ una lezione interessante oggi.
(Wij ___ vandaag een interessante les.)Oefening 8: Begroetingen en afscheid op kantoor
Instructie:
Werkwoordschema's
Essere - Zijn
Presente
- Io sono
- Tu sei
- Lui/Lei è
- Noi siamo
- Voi siete
- Loro sono
Avere - Hebben
Presente
- Io ho
- Tu hai
- Lui/Lei ha
- Noi abbiamo
- Voi avete
- Loro hanno
Stare - Staan
Presente
- Io sto
- Tu stai
- Lui/Lei sta
- Noi stiamo
- Voi state
- Loro stanno
Vedere - Zien
Presente
- Io vedo
- Tu vedi
- Lui/Lei vede
- Noi vediamo
- Voi vedete
- Loro vedono
Oefening 9: I pronomi personali
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Persoonlijke voornaamwoorden
Toon vertaling Toon antwoordenTu, Io, Loro, Voi, Lei, Lui, Noi
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Essere zijn Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) sono | ik ben |
(tu) sei | jij bent |
(lui/lei) è | hij/zij is |
(noi) siamo | wij zijn |
(voi) siete | jullie zijn |
(loro) sono | zij zijn |
Avere hebben Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) ho | ik heb |
(tu) hai | jij hebt |
(lui/lei) ha | hij/zij heeft |
(noi) abbiamo | wij hebben |
(voi) avete | jullie hebben |
(loro) hanno | zij hebben |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Groeten en afscheid nemen in het Italiaans
In deze les leer je basisbegroetingen en manieren om jezelf voor te stellen in het Italiaans, ideaal voor beginners op A1-niveau. Naast de begroetingen ligt de focus op persoonlijke voornaamwoorden en enkele veelgebruikte werkwoorden in de tegenwoordige tijd zoals essere (zijn), avere (hebben), stare (zich voelen/blijven) en vedere (zien).
Belangrijke woorden en uitdrukkingen
- Buongiorno – goedemorgen, goedendag
- Ciao – hallo, hoi (informeel)
- Come stai? – hoe gaat het?
- Arrivederci – tot ziens (formeel)
- Buona giornata – prettige dag
- Buonanotte – welterusten
Persoonlijke voornaamwoorden
Belangrijk om goed te kennen, want ze vormen de basis van het communiceren over jezelf en anderen. Voorbeelden zijn:
- Io – ik
- Tu – jij
- Lui/Lei – hij/zij
- Noi – wij
- Voi – jullie
- Loro – zij (meervoud)
Werkwoorden in de tegenwoordige tijd
Je moet vooral de vervoegingen van deze veelgebruikte werkwoorden leren:
- Essere: io sono, tu sei, lui/lei è, noi siamo, voi siete, loro sono
- Avere: io ho, tu hai, lui/lei ha, noi abbiamo, voi avete, loro hanno
- Stare: io sto, tu stai, lui/lei sta, noi stiamo, voi state, loro stanno
- Vedere: io vedo, tu vedi, lui/lei vede, noi vediamo, voi vedete, loro vedono
Culturele en taalkundige verschillen met het Nederlands
In het Italiaans worden begroetingen vaak uitgebreider en formeler gebruikt dan in het Nederlands. Bijvoorbeeld, Buongiorno zegt men gedurende de hele ochtend en vroege middag, terwijl in het Nederlands meestal alleen "goedemorgen" wordt gebruikt vóór de middag. Verder heeft het Italiaans formele en informele vormen (zoals Lei als beleefde vorm tegenover tu), die in het Nederlands minder uitgesproken zijn.
Enkele nuttige vergelijkingen en uitdrukkingen:
- Come stai? = Hoe gaat het met je?
- Arrivederci = Tot ziens
- Grazie = Dank je
- Mi chiamo... = Ik heet...