Leer het superlativo relativo in het Italiaans met uitdrukkingen als il più generoso en la meno timida, om personen binnen een groep te vergelijken volgens eigenschappen.
  1. We gebruiken de betrekkelijke overtreffende trap om een persoon met een groep te vergelijken.
Grado (Graad)Masculino (Mannelijk)Femenino (Vrouwelijk)
Superlativo di maggioranza (Overtreffende trap van meerderheid)Singolare: Il più Il più generoso (De gulste)Singolare: La più La più generosa (De meest gulle)
Plurale: I più I più generosi (De meest gulle)Plurale: Le più Le più generose (De meest gulle)
Superlativo di minoranza (Overtreffende trap van minderheid)Singolare: Il meno Il meno timido (de minst verlegen)Singolare: La meno La meno timida (De minst verlegen)
Plurale: I menoI meno timidi (de minder verlegen)Plurale: Le meno Le meno timide (De minst verlegenen)

Oefening 1: Il superlativo relativo: il più, il meno, i più, ...

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

il più intelligente, il più pigro, la più bugiarda, la più generosa, il più goffo, la più timida, la meno stressata, il meno socievole

1.
Luca sembra ... di tutti.
(Luca lijkt de meest onhandige van allemaal.)
2.
Era ... di tutte.
(Zij was de grootste leugenaar van allemaal.)
3.
Pietro è ... della famiglia.
(Pietro is de minst sociale van het gezin.)
4.
Giulia è ... della classe.
(Giulia is het meest verlegen van de klas.)
5.
Lucia sembra ... del gruppo.
(Lucia lijkt de meest gulle van de groep.)
6.
Chiara è ... in ufficio.
(Chiara is het minst gestrest op kantoor.)
7.
Mio fratello è ... che conosco.
(Mijn broer is de luiste die ik ken.)
8.
Sei ... tra gli studenti.
(Je bent de slimste van de studenten.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Marco è ___ del gruppo.

(Marco is ___ van de groep.)

2. Maria è ___ della squadra.

(Maria is ___ van het team.)

3. I ragazzi ___ sono Luca e Paolo.

(De ___ jongens zijn Luca en Paolo.)

4. Francesca è ___ della classe.

(Francesca is ___ van de klas.)

5. Gli studenti ___ arrivano sempre in ritardo.

(De ___ studenten komen altijd te laat.)

6. Anna e Giulia sono ___ della festa.

(Anna en Giulia zijn ___ van het feest.)

Het relatieve overtreffende trap: il più, il meno, i più, ...

In deze les leer je hoe je in het Italiaans de relatieve overtreffende trap vormt. Dit is een grammaticale structuur waarmee je aangeeft dat iets of iemand de meeste of minste eigenschap bezit binnen een groep. Bijvoorbeeld: 'Marco è il più timido del gruppo' betekent 'Marco is de meest verlegen van de groep'.

Wat leer je in deze les?

  • De constructie van de relatieve overtreffende trap met il più (de meeste) en il meno (de minste).
  • Verschillen in gebruik tussen mannelijk en vrouwelijk, in enkelvoud en meervoud (bijvoorbeeld: il più generoso, la più generosa, i più generosi, le più generose).
  • Hoe je deze structuren toepast om personen of zaken binnen een groep te vergelijken.

Voorbeelden van vormen

  • Superlatief van meerderwaardigheid (de meeste):
    Singularis mannelijk: il più generoso
    Singularis vrouwelijk: la più generosa
    Pluralis mannelijk: i più generosi
    Pluralis vrouwelijk: le più generose
  • Superlatief van minderwaardigheid (de minste):
    Singularis mannelijk: il meno timido
    Singularis vrouwelijk: la meno timida
    Pluralis mannelijk: i meno timidi
    Pluralis vrouwelijk: le meno timide

Gebruik

We gebruiken de relatieve overtreffende trap om te zeggen dat iemand of iets de meeste of minste eigenschap binnen een bepaalde groep heeft. Dit helpt om duidelijk vergelijkingen te maken, zoals in voorbeelden die al eerder genoemd zijn.

Verschillen en nuttige opmerkingen

In het Nederlands uit je de overtreffende trap vaak met het woord "meest" of "minst", vergelijkbaar met het Italiaanse il più en il meno. Een belangrijk verschil is dat het Italiaans het bepaalde lidwoord (il, la, i, le) nodig heeft bij deze constructies, terwijl het Nederlands vaak zonder lidwoord kan.

Voor nuttige woordenschat kun je denken aan woorden als generoso (gul), timido (verlegen), paziente (geduldig), gentile (vriendelijk), simpatico (sympathiek), puntuale (stipt), en divertente (leuk/grappig). Het is handig om deze woorden te onthouden en te oefenen met de vormen van de overtreffende trap.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 18/07/2025 00:36