Leer hoe je in het Italiaans data vormt met de structuur 'giorno + mese + anno', inclusief belangrijke woorden zoals 'primo aprile' (1 april), '3 aprile' en gebruik in zinnen als 'Che giorno è oggi?'. Deze les behandelt ook de vermelding van feestdagen zoals 'Pasqua' zonder lidwoord.
  1. Het jaar wordt altijd na de maand geschreven zonder lidwoord.
  2. De eerste dag van de maand wordt uitgedrukt in een rangtelwoord. De overige dagen worden uitgedrukt met hoofdtelwoorden. Voorbeeld: 'primo aprile' (1 april); '3 aprile' (3 april).
Formato (Formaat)Esempio (Voorbeeld)
Data completa (Volledige datum)1 gennaio 2023 (1 januari 2023)
Data senza l'anno (Datum zonder het jaar)15 agosto (15 augustus)
Data con il giorno della settimana (Datum met de dag van de week)Martedì, 5 luglio 2022 (Dinsdag 5 juli 2022)
Domanda (Vraag)Che giorno è oggi? - E' il 3 aprile. (Welke dag is het vandaag? - Het is 3 april.)
Uso in contesto (Gebruik in context)Le vacanze iniziano il 15 giugno. (De vakantie begint op 15 juni.)

Uitzonderingen!

  1. Voor feestdagen wordt vaak de dag zonder lidwoord gebruikt: Natale, Pasqua.

Oefening 1: Come si forma la data?

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

25 dicembre, 10 luglio, 1 ottobre, 1 gennaio, 5 maggio, 30 aprile, 25 aprile, 12 agosto

1. 5/5:
Oggi è il ....
(Vandaag is het 5 mei.)
2. 30/4:
La festa è il ....
(Het feest is op 30 april.)
3. 1/10:
Il mio compleanno è il ....
(Mijn verjaardag is op 1 oktober.)
4. 25/12:
Il Natale è il ....
(Kerstmis is op 25 december.)
5. 1/1:
Capodanno è il ....
(Nieuwjaar is op 1 januari.)
6. 25/4:
Il prossimo ponte è il ....
(De volgende brugdag is 25 april.)
7. 10/7:
Il mio amico nasce il ....
(Mijn vriend is geboren op 10 juli.)
8. 12/8:
La vacanza inizia il ....
(De vakantie begint op 12 augustus.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Oggi è il ____ maggio.

(Vandaag is het ____ mei.)

2. La festa è il ____ agosto.

(Het feest is op ____ augustus.)

3. Il mio compleanno è il ____ aprile.

(Mijn verjaardag is op ____ april.)

4. La riunione è il ____ gennaio 2023.

(De vergadering is op ____ januari 2023.)

5. ____ è una festa importante.

(____ is een belangrijk feest.)

6. Domani è martedì, ____ luglio 2022.

(Morgen is het dinsdag, ____ juli 2022.)

Hoe vormt men een datum in het Italiaans?

In deze les leer je hoe je een datum correct kunt vormen en gebruiken in het Italiaans. Het centrale onderwerp is het opbouwen van een datum met dag, maand en jaar, en het gebruik van bepaalde uitspraken en vragen rondom datums.

Basisstructuur van een datum

De standaardvolgorde in het Italiaans is “dag + maand + jaar”.

  • Het jaar volgt altijd na de maand en wordt geschreven zonder lidwoord.
  • De eerste dag van de maand wordt aangeduid met een ordinaal getal, bijvoorbeeld primo aprile (1 april).
  • Voor de overige dagen gebruikt men cardinale getallen, zoals 3 aprile (3 april).

Voorbeelden van datumformaten

  • Volledige datum: 1 gennaio 2023
  • Datum zonder jaartal: 15 agosto
  • Datum met dag van de week: Martedì, 5 luglio 2022

Gebruik van data in context

Je kunt ook vragen en zinnen maken zoals:

  • Che giorno è oggi? – E’ il 3 aprile.
  • Le vacanze iniziano il 15 giugno.

Feestdagen en speciale vermeldingen

Bij feestdagen zoals Natale (Kerst) en Pasqua (Pasen) wordt vaak alleen de naam gebruikt zonder artikel of datum.

Belangrijk voor Nederlandse sprekers

In het Nederlands is de volgorde bij het noemen van een datum vaak “dag-maand-jaar”, vergelijkbaar met het Italiaans, maar we gebruiken altijd het lidwoord bij de datum, zoals “de 3e april”. In het Italiaans daarentegen staat er slechts “il 3 aprile” zonder vervoeging van het lidwoord aan het jaar.

Een belangrijk verschil is dat de eerste dag van de maand in het Italiaans een speciaal ordinaal getal krijgt: primo, terwijl we in het Nederlands “eerstë” zeggen, maar in dat geval vaak gewoon “1 april” uitschrijven zonder “eerst” te gebruiken.

Handige zinnen en woorden voor Nederlandse deelnemers

  • Che giorno è oggi? – Welke dag is het vandaag?
  • il primo maggio – de eerste mei
  • il 15 giugno – de vijftiende juni
  • Pasqua – Pasen

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 18/07/2025 00:26