Wat is multimodaliteit?
Wat is multimodaliteit?

Wat is multimodaliteit?

Che cos'è la multimodalità?


Lo sapevi che il Nord Italia è una delle zone più inquinate d'Europa? Questo è un video per incentivare l'uso dei mezzi di trasporto pubblico e ridurre l'inquinamento.
Wist je dat Noord-Italië een van de meest vervuilde gebieden van Europa is? Dit is een video om het gebruik van het openbaar vervoer aan te moedigen en de vervuiling te verminderen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Le auto De auto's
Le strade De wegen
I mezzi di trasporto De vervoermiddelen
L'autobus De bus
Il tram De tram
La metropolitana De metro
Il treno De trein
In Italia ci piacciono le auto. (In Italië houden we van auto's.)
Anzi, si può quasi dire che le amiamo. (Sterker nog, je zou bijna kunnen zeggen dat we ervan houden.)
Ma siccome siamo in tanti ad amarle, siamo in tanti anche sulle strade. (Maar omdat we met velen zijn die ervan houden, zijn we ook met velen op de wegen.)
E quindi si crea traffico, inquinamento, stress e perdita di tempo. (En daardoor ontstaan er verkeer, vervuiling, stress en tijdverlies.)
Fortunatamente oggi esiste una nuova soluzione: la multimodalità. (Gelukkig bestaat er tegenwoordig een nieuwe oplossing: multimodaliteit.)
Non usiamo più solo l'auto per spostarci, ma anche vari mezzi di trasporto. (We gebruiken niet langer alleen de auto om ons te verplaatsen, maar ook verschillende vervoermiddelen.)
Prima di tutto usiamo le gambe, poi la bici, l'autobus, il tram, la metropolitana o il treno. (Allereerst gebruiken we onze benen, daarna de fiets, de bus, de tram, de metro of de trein.)
Così l'aria diventa più pulita, la circolazione più fluida e le città più belle. (Zo wordt de lucht schoner, het verkeer vlotter en de steden mooier.)
Con la multimodalità si migliora la condizione fisica e si spendono meno soldi in benzina. (Met multimodaliteit verbeter je je lichamelijke conditie en geef je minder geld uit aan benzine.)
I soldi che risparmiamo li possiamo usare per le cose che ci piacciono di più. (Het geld dat we besparen kunnen we gebruiken voor de dingen die we het leukst vinden.)
Essere multimodale è una scelta buona e responsabile. (Multimodaal zijn is een goede en verantwoordelijke keuze.)

1. Qual è un problema quando molte persone usano l'auto?

(Wat is een probleem wanneer veel mensen de auto gebruiken?)

2. Che cosa indica il termine 'multimodalità'?

(Wat betekent de term 'multimodaliteit'?)

3. Quale mezzo è elencato insieme a autobus e tram nel testo?

(Welk vervoermiddel wordt in de tekst genoemd samen met bus en tram?)

4. Qual è un vantaggio della multimodalità secondo il testo?

(Wat is volgens de tekst een voordeel van multimodaliteit?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Tommaso arriva in ritardo e Marta gli propone i mezzi

Tommaso komt te laat en Marta stelt het openbaar vervoer voor
1. Tommaso: Scusami per il ritardo. Stamattina sono rimasto bloccato nel traffico. (Sorry voor het te laat komen. Vanochtend ben ik vast komen te staan in het verkeer.)
2. Marta: Tranquillo. Ma come mai non prendi i mezzi? Nelle ore di punta arrivi più sicuro e spesso anche prima. (Rustig maar. Maar waarom neem je het openbaar vervoer niet? Tijdens de spits kom je zekerder aan en vaak ook eerder.)
3. Tommaso: Hai ragione. Potrei prendere l'autobus: oggi in macchina ho perso davvero tanto tempo. (Je hebt gelijk. Ik zou de bus kunnen nemen: vandaag heb ik met de auto echt veel tijd verloren.)
4. Marta: Io prendo il tram: da casa mia è la soluzione più veloce. (Ik neem de tram: vanaf mijn huis is dat de snelste oplossing.)
5. Tommaso: Posso andare a piedi o in bici fino alla fermata e poi prendere i mezzi. (Ik kan te voet of met de fiets naar de halte gaan en dan het openbaar vervoer nemen.)
6. Marta: Certo, e poi decidi se ti è più comodo il tram, l'autobus o la metropolitana. (Zeker, en dan beslis je of de tram, de bus of de metro voor jou handiger is.)
7. Tommaso: Magari faccio un abbonamento mensile. Sai come funziona? (Misschien neem ik een maandabonnement. Weet jij hoe dat werkt?)
8. Marta: Io pago 35 euro al mese. Include metro, tram e autobus, ma non gli extraurbani. Quindi ti puoi muovere solo in città. (Ik betaal 35 euro per maand. Het omvat metro, tram en bus, maar niet de streekbussen. Dus je kunt je alleen in de stad verplaatsen.)
9. Tommaso: Va bene, grazie! Allora domani passo alla stazione vicino a casa per chiedere informazioni. (Oké, bedankt! Dan ga ik morgen langs bij het station bij mij in de buurt om informatie te vragen.)

1. Perché Tommaso è in ritardo?

(Waarom is Tommaso te laat?)

2. Cosa comprende l'abbonamento mensile di Marta?

(Wat omvat Marta’s maandabonnement?)