A1.25 - Emoties en gevoelens
Haal je boekDruk je basisemoties uit.
Beschrijf de gevoelens van anderen.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Mattia komt gestrest van zijn werk thuis en vertelt alles aan zijn vrouw Cecilia.
Il passato prossimo si forma con essere + participio passato.
Il passato prossimo si forma con avere + participio passato.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.