Impariamo a formare i tipi di plurale dei sostantivi in italiano.

(We leren hoe we de verschillende meervoudsvormen van zelfstandige naamwoorden in het Italiaans vormen.)

Hoe herken je enkelvoud en meervoud? Kijk eerst naar het lidwoord

In het Italiaans verraadt het lidwoord vaak sneller dan het woord zelf of het enkelvoud of meervoud is.

  • Singolare: il, lo, l’, la
  • Plurale: i, gli, le

Praktisch: als je twijfelt aan de uitgang, controleer dan eerst het lidwoord in de zin.

De 3 basisregels voor het meervoud (uitgangen)

Type (enkelvoud) Meervoud Voorbeeld
-o (meestal mannelijk) -i il naso → i nasi
-a (meestal vrouwelijk) -e la gamba → le gambe
-e (mannelijk of vrouwelijk) -i il piede → i piedi
  • -e → -i is “neutraal”: je ziet het bij veel lichaamsdelen en beroepen.
  • Leer woorden liefst met lidwoord: il piede, la gamba. Dan maak je later sneller het juiste meervoud.

Let op: sommige woorden veranderen van geslacht in het meervoud

Dit is een klassieker bij lichaamsdelen: mannelijk enkelvoud kan vrouwelijk meervoud worden.

Enkelvoud Meervoud Wat verandert er?
il dito le dita il → le, -o → -a
il braccio le braccia il → le, -o → -a
la mano le mani la → le, -o → -i (uitzondering)

Tip om te onthouden: bij dito en braccio is het meervoud vaak le …a.

Onregelmatige meervouden die je gewoon moet herkennen

Sommige woorden vormen het meervoud niet “mechanisch”. Deze kom je vaak tegen:

  • l’uomogli uomini (niet: i uomi)
  • la facciale facce (spelling verandert: -cc-)
  • la panciale pance (spelling verandert: -c-)

Zelfcheck: zo maak je snel het juiste meervoud (3 stappen)

  1. Check het lidwoord: il/la/l’ of i/le/gli?
  2. Check de uitgang: -o, -a, -e → pas de basisregel toe.
  3. Check “alarmwoorden”: dito, braccio, mano, uomo, faccia, pancia → kijk of het een uitzondering is.

Mini-test in je hoofd: kun je meteen zeggen wat klopt?

  • … dita → le dita (niet: i dita)
  • … piedi → i piedi
  • … uomini → gli uomini

Handig voor gesprekken over pijn: enkelvoud vs. meervoud in de zin

Als je over klachten praat, wissel je vaak tussen één plek en meerdere plekken.

  • Mi fa male + enkelvoud: Mi fa male la gamba.
  • Mi fanno male + meervoud: Mi fanno male le gambe.

Check: hoor je fa (enkelvoud) of fanno (meervoud)? Dat moet passen bij het zelfstandig naamwoord.

  • Mi fa male il piede.
  • Mi fanno male i piedi.
  • Mi fanno male le braccia.
  1. Het lidwoord zegt ons of het zelfstandig naamwoord enkelvoud of meervoud is.
Singolare (Enkelvoud) Plurale (Meervoud)
-o -iIl naso (De neus)I nasi (De neuzen)
-a -eLa gamba (Het been)Le gambe (De benen)
-e -iIl piede (De voet)I piedi (De voeten)

Uitzonderingen!

  1. Alcuni nomi cambiano di genere dal singolare al plurale: il dito → le dita; la mano → le mani; il braccio → le braccia.
  2. Alcuni plurali irregolari: l'uomo → gli uomini; la faccia → le facce; la pancia → le pance

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Oggi ho mal di testa e mi fanno male ___ occhi.

Vandaag heb ik hoofdpijn en doen mijn ___ ogen pijn.)

2. Dottore, da ieri mi fanno molto male ___ gambe e ___ piedi.

Dokter, sinds gisteren doen mijn ___ benen en ___ voeten heel veel pijn.)

3. Non vengo in ufficio perché ho ___ braccia e ___ schiena molto stanche.

Ik kom niet naar kantoor omdat mijn ___ armen en ___ rug erg vermoeid zijn.)

4. Il medico guarda ___ mani e conta ___ dita.

De arts kijkt naar ___ handen en telt ___ vingers.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zinnen van enkelvoud naar meervoud om, waarbij je het lidwoord en het zelfstandig naamwoord correct wijzigt.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ho mal di testa, mi fa male la gamba sinistra.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ho mal di testa, mi fanno male le gambe sinistre.
    (Ho mal di testa, mi fanno male le gambe sinistre.)
  2. Oggi il collega ha mal di braccio e di piede.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Oggi i colleghi hanno mal di braccia e di piedi.
    (Oggi i colleghi hanno mal di braccia e di piedi.)
  3. In ufficio l'uomo ha mal di schiena e di pancia.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    In ufficio gli uomini hanno mal di schiena e di pance.
    (In ufficio gli uomini hanno mal di schiena e di pance.)
  4. La mano è gonfia e il dito è rosso.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Le mani sono gonfie e le dita sono rosse.
    (Le mani sono gonfie e le dita sono rosse.)
  5. In palestra il trainer controlla la faccia e il naso dello sportivo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    In palestra i trainer controllano le facce e i nasi degli sportivi.
    (In palestra i trainer controllano le facce e i nasi degli sportivi.)
  6. La collega è stanca, le fa male il braccio e la gamba.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Le colleghe sono stanche, hanno male alle braccia e alle gambe.
    (Le colleghe sono stanche, hanno male alle braccia e alle gambe.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Formeer tweetallen en bespreek jullie pijnklachten met gebruik van enkelvoud en meervoud.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Dal medico aziendale, descrivete semplici dolori usando le parti del corpo.
(Bij de bedrijfsarts: beschrijf eenvoudige pijnklachten met behulp van lichaamsdelen.)

Bespreek
  • Quali parti del corpo ti fanno male oggi? Descrivile brevemente. (Welke lichaamsdelen doen je vandaag pijn? Beschrijf ze kort.)
  • Hai dolori in una parte sola o in più parti? Spiega con esempi concreti (es. schiena, gambe, braccia). (Heb je pijn op één plek of op meerdere plekken? Leg uit met concrete voorbeelden (bv. rug, benen, armen).)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Mi fa male la schiena / Mi fanno male le gambe. (Mi fa male la schiena / Mi fanno male le gambe.)
  • Mi fa male la testa / Mi fanno male gli occhi. (Mi fa male la testa / Mi fanno male gli occhi.)
  • Mi fanno male le braccia e le mani. (Mi fanno male le braccia e le mani.)

Gebruik in gesprek
  • singolare e plurale dei sostantivi del corpo (enkelvoud en meervoud van lichaamsnaamwoorden)
  • articoli determinativi singolari/plurali (il, la, l', i, le, gli) (bepaalde lidwoorden enkelvoud/meervoud (il, la, l', i, le, gli))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 06/03/2026 01:14