Impara la negazione semplice in italiano.

(Leer de eenvoudige ontkenning in het Italiaans.)

No vs. non: twee soorten ‘nee’

  • No = een kort antwoord (zoals NL: “nee”).
  • Non = een ontkenning in de zin (zoals NL: “niet”).
Situatie Italiaans Nederlands
Kort antwoord No, grazie. Nee, bedankt.
Ontkenning + werkwoord Non lavoro oggi. Ik werk vandaag niet.

Let op: in het Italiaans zeg je vaak beide: No, non + werkwoord.

  • Hai tempo? → No, non ho tempo.

Basisregel: “non” staat vóór het werkwoord

  • Non + verbo
  • Dus niet zoals NL “ik werk niet” achteraan, maar voor het werkwoord.
Correct Fout
Non capisco. Capisco non.
Non posso venire. Posso non venire. (andere betekenis)

Opmerking: posso non venire betekent eerder “ik mag wegblijven / ik hoef niet te komen” (niet de standaardontkenning).

“Neanche” en “nemmeno”: ‘ook niet’ / ‘zelfs niet’

Met neanche en nemmeno voeg je een extra ontkenning toe: iemand anders ook niet, of iets extra’s ook niet.

  • neanche ≈ ook niet / zelfs niet
  • nemmeno ≈ ook niet / zelfs niet
  • In de praktijk zijn ze op A1 vaak uitwisselbaar.
Betekenis Voorbeeld
“X niet, en Y ook niet” Non vado in banca e neanche in posta.
“Zelfs X niet” (sterke nadruk) Nemmeno il direttore capisce questo.

Waar zet je “neanche/nemmeno” in de zin?

  • Na een negatieve zin, om iets toe te voegen:
    • Non ho tempo, neanche domani.
  • Aan het begin, om het onderwerp te benadrukken:
    • Nemmeno Luca può venire.

Vuistregel: als er al non staat, dan gebruik je neanche/nemmeno voor “ook niet”.

  • Non posso venire e neanche lui può venire.

“Neanch’io”: ‘ik ook niet’ (akkoord met een negatieve zin)

Gebruik neanch’io als je reageert op een ontkenning van iemand anders.

Situatie Voorbeeld
Iemand zegt iets negatiefs A: Non lavoro domani.
Jij bent het eens B: Neanch’io (non lavoro).

Handig: je mag het werkwoord weglaten als het duidelijk is.

Snelle zelfcheck (in 10 seconden)

  1. Wil je alleen “nee” zeggen? → No
  2. Ontken je een actie? → Non + werkwoord
  3. Bedoel je “ook niet / zelfs niet”? → neanche / nemmeno
  4. Reageer je met “ik ook niet”? → Neanch’io

Mini-formule voor gesprekken: No, non + werkwoord … en neanche/nemmeno + extra info.

  1. Gebruik non vóór het werkwoord.
  2. Gebruik no voor korte antwoorden.
  3. "Neanche" en "nemmeno" voegen extra ontkenning toe.
Negazione (Ontkenning)Esempio (Voorbeeld)
NoPrendi il treno oggi? -No, prendo l'autobus (Neem je vandaag de trein? -Nee, ik neem de bus)
NonNon ho passato l'esame (Ik ben niet geslaagd voor het examen)
NeancheCi siete alla festa sabato? -Non posso venire, neanche lui può. (Zijn jullie op het feest zaterdag? -Ik kan niet komen, hij kan ook niet.)
NemmenoNon ho ancora trovato un appartamento per settembre. -Nemmeno il mio amico è riuscito a trovare casa. (Ik heb nog geen appartement gevonden voor september. -Mijn vriend is ook niet geslaagd om een woning te vinden.)

Uitzonderingen!

  1. De vorm "neanch'io" drukt instemming uit met een negatieve zin die iemand anders heeft gezegd.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Mi dispiace, oggi la farmacia ___ è aperta.

Het spijt me, de apotheek is vandaag ___ open.)

2. ___, oggi non ho lezione all’università.

___, vandaag heb ik geen college aan de universiteit.)

3. ___ posso venire in banca oggi, ___ domani ho tempo.

___ kan ik vandaag niet naar de bank komen, ___ morgen heb ik tijd.)

4. La posta non è aperta la domenica e ___ il sabato pomeriggio.

Het postkantoor is op zondag niet open en ___ op zaterdagmiddag.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Beantwoord of herschrijf de zinnen correct met: non, no, neanche, nemmeno, neanch’io.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (No) Vuoi un caffè? (rispondi in modo negativo, risposta breve)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    No, grazie.
    (Nee, bedankt.)
  2. Hint Hint (Non) Prendo lo zucchero nel tè. (nega l’azione)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Non metto lo zucchero nel tè.
    (Ik doe geen suiker in de thee.)
  3. Hint Hint (Neanche) Posso venire alla riunione. Mia collega può venire. (esprimi che nessuno dei due può venire)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Non posso venire alla riunione, neanche la mia collega può venire.
    (Ik kan niet naar de vergadering komen; ook mijn collega kan niet komen.)
  4. Hint Hint (Nemmeno) Il mio collega capisce questo contratto. Il direttore capisce questo contratto. (esprimi che nessuno dei due capisce, usando "nemmeno" all’inizio della seconda frase)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Il mio collega non capisce questo contratto; nemmeno il direttore lo capisce.
    (Mijn collega begrijpt dit contract niet; zelfs de directeur begrijpt het niet.)
  5. Hint Hint (Neanch'io) Io non lavoro domani. (esprimi accordo con la frase negativa: anche tu non lavori)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Neanch’io lavoro domani.
    (Ik ook niet, ik werk morgen niet.)
  6. Hint Hint (Non) Hai passato l’esame di italiano? (rispondi: non ho passato l’esame, frase completa con verbo)
    ⇒ _______________________________________________ Example
    No, non ho passato l’esame di italiano.
    (Nee, ik heb het examen Italiaans niet gehaald.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Praat over het programma: wat jullie vandaag wel en niet doen, en leg uit waarom.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Tu e un collega organizzate la mattina per fare vari servizi in città.
(Jij en een collega regelen ’s ochtends verschillende zaken in de stad.)

Bespreek
  • Quali servizi devi fare oggi e quali non fai? Spiega brevemente. (Welke zaken moet je vandaag regelen en welke niet? Leg kort uit.)
  • Vai in banca o all’ufficio postale? Se non ci vai, perché?','C’è un servizio che non piace a te o al collega? Come rispondete negativamente? (Ga je naar de bank of naar het postkantoor? Als je er niet naartoe gaat, waarom niet?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • No, oggi non vado in banca, è troppo tardi. (Nee, vandaag ga ik niet naar de bank, het is te laat.)
  • Non passo in farmacia e neanche in biblioteca oggi. (Ik kom vandaag niet langs bij de apotheek en ook niet bij de bibliotheek.)
  • Nemmeno lui aspetta all’ufficio postale, è tutto chiuso. (Ook hij wacht niet bij het postkantoor; alles is gesloten.)

Gebruik in gesprek
  • non + verbo (niet + werkwoord)
  • no come risposta breve (nee als kort antwoord)
  • neanche / nemmeno / neanch'io (ook niet / evenmin / ik ook niet)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 06/03/2026 13:18