Impara la negazione semplice in italiano.
(Leer de eenvoudige ontkenning in het Italiaans.)
- Gebruik non vóór het werkwoord.
- Gebruik no voor korte antwoorden.
- "Neanche" en "nemmeno" voegen extra ontkenning toe.
| Negazione (Ontkenning) | Esempio (Voorbeeld) |
|---|---|
| No | Prendi il treno oggi? -No, prendo l'autobus (Neem je vandaag de trein? -Nee, ik neem de bus) |
| Non | Non ho passato l'esame (Ik ben niet geslaagd voor het examen) |
| Neanche | Ci siete alla festa sabato? -Non posso venire, neanche lui può. (Zijn jullie op het feest zaterdag? -Ik kan niet komen, hij kan ook niet.) |
| Nemmeno | Non ho ancora trovato un appartamento per settembre. -Nemmeno il mio amico è riuscito a trovare casa. (Ik heb nog geen appartement gevonden voor september. -Mijn vriend is ook niet geslaagd om een woning te vinden.) |
Uitzonderingen!
- De vorm "neanch'io" drukt instemming uit met een negatieve zin die iemand anders heeft gezegd.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Mi dispiace, oggi la farmacia ___ è aperta.
Het spijt me, de apotheek is vandaag ___ open.)2. ___, oggi non ho lezione all’università.
___, vandaag heb ik geen college aan de universiteit.)3. ___ posso venire in banca oggi, ___ domani ho tempo.
___ kan ik vandaag niet naar de bank komen, ___ morgen heb ik tijd.)4. La posta non è aperta la domenica e ___ il sabato pomeriggio.
Het postkantoor is op zondag niet open en ___ op zaterdagmiddag.)Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Beantwoord of herschrijf de zinnen correct met: non, no, neanche, nemmeno, neanch’io.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleNon metto lo zucchero nel tè.(Ik doe geen suiker in de thee.)
-
Hint Hint (Neanche) Posso venire alla riunione. Mia collega può venire. (esprimi che nessuno dei due può venire)⇒ _______________________________________________ ExampleNon posso venire alla riunione, neanche la mia collega può venire.(Ik kan niet naar de vergadering komen; ook mijn collega kan niet komen.)
-
Hint Hint (Nemmeno) Il mio collega capisce questo contratto. Il direttore capisce questo contratto. (esprimi che nessuno dei due capisce, usando "nemmeno" all’inizio della seconda frase)⇒ _______________________________________________ ExampleIl mio collega non capisce questo contratto; nemmeno il direttore lo capisce.(Mijn collega begrijpt dit contract niet; zelfs de directeur begrijpt het niet.)
-
Hint Hint (Neanch'io) Io non lavoro domani. (esprimi accordo con la frase negativa: anche tu non lavori)⇒ _______________________________________________ ExampleNeanch’io lavoro domani.(Ik ook niet, ik werk morgen niet.)
-
Hint Hint (Non) Hai passato l’esame di italiano? (rispondi: non ho passato l’esame, frase completa con verbo)⇒ _______________________________________________ ExampleNo, non ho passato l’esame di italiano.(Nee, ik heb het examen Italiaans niet gehaald.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Praat over het programma: wat jullie vandaag wel en niet doen, en leg uit waarom.
- Quali servizi devi fare oggi e quali non fai? Spiega brevemente. (Welke zaken moet je vandaag regelen en welke niet? Leg kort uit.)
- Vai in banca o all’ufficio postale? Se non ci vai, perché?','C’è un servizio che non piace a te o al collega? Come rispondete negativamente? (Ga je naar de bank of naar het postkantoor? Als je er niet naartoe gaat, waarom niet?)
- No, oggi non vado in banca, è troppo tardi. (Nee, vandaag ga ik niet naar de bank, het is te laat.)
- Non passo in farmacia e neanche in biblioteca oggi. (Ik kom vandaag niet langs bij de apotheek en ook niet bij de bibliotheek.)
- Nemmeno lui aspetta all’ufficio postale, è tutto chiuso. (Ook hij wacht niet bij het postkantoor; alles is gesloten.)
- non + verbo (niet + werkwoord)
- no come risposta breve (nee als kort antwoord)
- neanche / nemmeno / neanch'io (ook niet / evenmin / ik ook niet)