Leer de basale aggettivi qualificativi in het Italiaans, zoals "buono" (goed), "grande" (groot) en "fresco" (vers), en begrijp hun juiste gebruik bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.
  1. Het bijvoeglijk naamwoord stemt overeen met het onderwerp in geslacht en getal.
  2. De normale positie van het bijvoeglijk naamwoord is achter het zelfstandig naamwoord.
Aggettivo (Bijvoeglijk naamwoord)Maschile (Mannelijk)Femminile (vrouwelijk)
BuonoUn piatto buono (Een gerecht goed)Una torta buona (Een taart goede)
GrandeUn pomodoro grande (Een grote tomaat)Una cipolla grande (Een ui grote)
PiccoloUn pezzo piccolo (Een klein stuk)Una panna piccola (Een kleine room)
DolceUn burro dolce (Een zoete boter)Una crema dolce (Een zoete crème)
FacileUn esercizio facile (Een makkelijk oefening)Una ricetta facile (Een makkelijke recept)
FrescoUn ingrediente fresco (Een verse ingrediënt)Una spezia fresca (Een verse specerij)

Uitzonderingen!

  1. Sommige veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden kunnen ook vóór het onderwerp staan: il buon caffè.

Oefening 1: Aggettivi qualificativi

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

buon, grande, facile, fresco, buono

1.
Abbiamo un ingrediente ... da usare.
(We hebben een vers ingrediënt om te gebruiken.)
2.
Questo è un olio ... e leggero.
(Dit is een verse en lichte olie.)
3.
Ho preparato un ... caffè per tutti.
(Ik heb voor iedereen een goede koffie gezet.)
4.
Abbiamo cucinato un piatto molto ... oggi.
(We hebben vandaag een heel lekker gerecht gekookt.)
5.
Ho preparato un ... caffè per tutti.
(Ik heb voor iedereen een goede koffie gezet.)
6.
Il burro è troppo ... per questa ricetta.
(De boter is te groot voor dit recept.)
7.
Quella è una ... quantità di farina.
(Dat is een grote hoeveelheid meel.)
8.
È una ricetta molto ... per iniziare.
(Het is een heel eenvoudig recept om mee te beginnen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Il pomodoro ____ è maturo e perfetto per l'insalata.

(De tomaat ____ is rijp en perfect voor de salade.)

2. La torta ____ ha un sapore dolce e piacevole.

(De taart ____ heeft een zoete en aangename smaak.)

3. Metti un pezzo ____ di burro nella padella.

(Doe een ____ stukje boter in de pan.)

4. L'esercizio ____ aiuta a imparare la ricetta rapidamente.

(De ____ oefening helpt het recept snel te leren.)

5. Una spezia ____ rende il piatto più aromatico.

(Een ____ kruid maakt het gerecht aromatischer.)

6. Il ____ caffè è essenziale dopo il pasto.

(De ____ koffie is essentieel na de maaltijd.)

Aggettivi qualificativi: een introductie

In deze les leer je over aggettivi qualificativi, oftewel bijvoeglijke naamwoorden in het Italiaans. Deze woorden beschrijven een eigenschap of kenmerk van een zelfstandig naamwoord, zoals bijvoorbeeld 'buono' (goed), 'grande' (groot) of 'dolce' (zoet). Het correct gebruiken van deze bijvoeglijke naamwoorden helpt je om je Italiaanse zinnen duidelijker en kleurrijker te maken.

Belangrijkste kenmerken van Italiaanse bijvoeglijke naamwoorden

  • Overeenkomst in geslacht en aantal: Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort, zowel in mannelijk/vrouwelijk als in enkelvoud/meervoud. Bijvoorbeeld: \"un piatto buono\" (een goede schotel, mannelijk enkelvoud) en \"una torta buona\" (een goede taart, vrouwelijk enkelvoud).
  • Plaatsing na het zelfstandig naamwoord: Normaal gesproken staat het bijvoeglijk naamwoord ná het zelfstandig naamwoord, zoals in \"un pomodoro grande\" (een grote tomaat).
  • Uitzonderingen bij veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden: Sommige bijvoeglijke naamwoorden kunnen ook vóór het zelfstandig naamwoord geplaatst worden, bijvoorbeeld \"il buon caffè\" (de goede koffie).

Voorbeelden van veelvoorkomende aggettivi qualificativi

AggettivoMaschileFemminile
BuonoUn piatto buonoUna torta buona
GrandeUn pomodoro grandeUna cipolla grande
PiccoloUn pezzo piccoloUna panna piccola
DolceUn burro dolceUna crema dolce
FacileUn esercizio facileUna ricetta facile
FrescoUn ingrediente frescoUna spezia fresca

Belangrijke tips voor Nederlandssprekenden

In het Nederlands veranderen bijvoeglijke naamwoorden niet qua vorm afhankelijk van het geslacht van het zelfstandig naamwoord. In het Italiaans moet je daar juist goed op letten: elk bijvoeglijk naamwoord krijgt een mannelijk of vrouwelijk einde, en ook enkelvoud of meervoud heeft invloed op de vorm. Bijvoorbeeld:

  • Een grote tomaat wordt un pomodoro grande (mannelijk enkelvoud)
  • Een grote ui wordt una cipolla grande (vrouwelijk enkelvoud)

Daarnaast is het handig om te onthouden dat, anders dan in het Nederlands waar het bijvoeglijk naamwoord vaak vóór het zelfstandig naamwoord staat, in het Italiaans het meestal erachter komt. Echter, bij sommige bijvoeglijke naamwoorden (zoals buono) kan dat ook andersom zijn.

Een paar handige Italiaanse uitdrukkingen en woorden:

  • Buon (goede) – vaak voor het zelfstandig naamwoord, zoals in il buon caffè
  • Grande (groot) – onveranderd in mannelijk/vrouwelijk enkelvoud
  • Piccolo/a (klein) – verandert afhankelijk van het geslacht
  • Facile (makkelijk) – hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk enkelvoud

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 10:26