Il video mostra cinque consigli per prendersi cura in modo corretto di un animale domestico anziano.
De video toont vijf tips om goed voor een oudere huisdier te zorgen.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Un cane Een hond
L'animale domestico Het huisdier
I gatti De katten
Le cucce De hondenhokken
Le passeggiate De wandelingen
A quattro zampe Op vier poten
Quando il tuo animale domestico è vecchio, ha bisogno di più aiuto. (Als je huisdier oud is, heeft het meer hulp nodig.)
Fai qualche cambiamento in casa: cani e gatti anziani possono avere bisogno di mobili diversi. (Breng wat veranderingen aan in huis: oudere honden en katten kunnen ander meubilair nodig hebben.)
Puoi mettere scale, rampe, tappeti antiscivolo e una cuccia ortopedica. (Je kunt trapjes, oprijplaten, antislipmatten en een orthopedisch mandje neerzetten.)
Porta il tuo animale dal veterinario due volte all'anno per i controlli. (Breng je dier twee keer per jaar naar de dierenarts voor controles.)
Questi controlli aiutano a scoprire i problemi di salute in tempo. (Deze controles helpen gezondheidsproblemen op tijd te ontdekken.)
Dai al tuo animale un cibo speciale per anziani, con i nutrienti giusti. (Geef je dier speciaal voer voor oudere dieren, met de juiste voedingsstoffen.)
Puoi chiedere al veterinario se servono integratori per le articolazioni. (Vraag de dierenarts of er supplementen voor de gewrichten nodig zijn.)
Osserva se ci sono problemi, per esempio cisti o difficoltà a muoversi. (Let op of er problemen zijn, bijvoorbeeld cysten of moeite met bewegen.)
Se il tuo animale fa fatica a muoversi, portalo dal veterinario subito. (Als je dier moeite heeft met bewegen, breng het dan direct naar de dierenarts.)
Passeggiate brevi e attività semplici lo aiutano a restare attivo anche mentalmente. (Korte wandelingen en eenvoudige activiteiten helpen het ook mentaal actief te blijven.)

1. Di cosa ha bisogno un animale domestico quando è vecchio?

(Wat heeft een huisdier nodig als het oud is?)

2. Quale di queste soluzioni è utile in casa per un cane o un gatto anziano?

(Welke van deze oplossingen is nuttig in huis voor een oudere hond of kat?)

3. Quanto spesso è consigliato portare l'animale dal veterinario per i controlli?

(Hoe vaak wordt aangeraden het dier naar de dierenarts te brengen voor controles?)

4. Che tipo di attività è consigliata per mantenere attivo un animale anziano?

(Welk type activiteit wordt aanbevolen om een oud dier actief te houden?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Adottare un cucciolo per la famiglia

Een puppy adopteren voor het gezin
1. Luca: Buongiorno, vorrei adottare un cucciolo per mia figlia. (Goedemorgen, ik zou graag een puppy willen adopteren voor mijn dochter.)
2. Addetta del canile: Buongiorno, certo. Le mostro i cani disponibili qui al canile. (Goedemorgen, natuurlijk. Ik laat u de honden zien die hier in het asiel beschikbaar zijn.)
3. Luca: Questo cagnolino mi piace molto, sembra davvero affettuoso. (Deze pup vind ik erg leuk, hij lijkt echt aanhankelijk.)
4. Addetta del canile: Ha un bel carattere, è socievole e ama giocare con le persone. (Hij heeft een fijn karakter: hij is sociaal en speelt graag met mensen.)
5. Luca: Quanti anni ha? È un cane molto attivo? (Hoe oud is hij? Is het een heel actieve hond?)
6. Addetta del canile: Ha un anno e tre mesi, è ancora giovane e ha molta energia. Ama correre e una passeggiata regolare gli fa molto bene. (Hij is één jaar en drie maanden oud. Hij is nog jong en heeft veel energie. Hij rent graag en een regelmatige wandeling doet hem goed.)
7. Luca: Va bene, posso portarlo al parco tutti i giorni. (Prima, ik kan hem elke dag naar het park meenemen.)
8. Addetta del canile: Ricordi solo di usare sempre il guinzaglio, perché si entusiasma facilmente. (Onthoud alleen altijd de riem te gebruiken, want hij raakt snel opgewekt.)
9. Luca: Perfetto. E per la casa basta una cuccia, giusto? (Perfect. En voor in huis is een mandje genoeg, toch?)
10. Addetta del canile: Esatto, e anche delle ciotole per il cibo e l’acqua, e qualche gioco. (Precies, en ook kommetjes voor eten en water, en wat speelgoed.)
11. Luca: Ottimo, grazie mille per le informazioni. Sono sicuro che mia figlia lo amerà. (Geweldig, heel erg bedankt voor de informatie. Ik weet zeker dat mijn dochter van hem zal houden.)

1. Perché Luca va al canile?

(Waarom gaat Luca naar het asiel?)

2. Come è il carattere del cagnolino?

(Wat voor karakter heeft de pup?)