Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord | Vertaling |
|---|---|
| Un cane | Een hond |
| L'animale domestico | Het huisdier |
| I gatti | Katten |
| Le cuccie | Hondenmanden |
| Le passeggiate | Wandelingen |
| A quattro zampe | Op vier poten |
1. Che cosa puoi mettere in casa per aiutare un animale anziano a muoversi meglio?
(Wat kun je in huis zetten om een oud dier te helpen zich beter te bewegen?)2. Quanto spesso è consigliato portare l'animale dal veterinario per i controlli?
(Hoe vaak wordt aangeraden het dier naar de dierenarts te brengen voor controles?)3. Che tipo di cibo è consigliato per un animale domestico anziano?
(Welk soort voer wordt aanbevolen voor een oud huisdier?)4. Quale attività aiuta l'animale a restare attivo anche mentalmente?
(Welke activiteit helpt het dier ook mentaal actief te blijven?)Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Luca va al canile per adottare un cucciolo per sua figlia
| 1. | Luca: | Buongiorno, vorrei adottare un cucciolo per mia figlia. | (Goedemorgen, ik wil graag een puppy adopteren voor mijn dochter.) |
| 2. | Addetta del canile: | Buongiorno! Certo, le mostro i cani disponibili al canile. | (Goedemorgen! Natuurlijk, ik laat u de honden zien die in het asiel beschikbaar zijn.) |
| 3. | Luca: | Questo cagnolino mi piace molto, sembra davvero affettuoso. | (Deze pup vind ik erg leuk, hij lijkt echt aanhankelijk.) |
| 4. | Addetta del canile: | Ha un bel carattere: è socievole e ama giocare con le persone. | (Hij heeft een prettig karakter: hij is sociaal en houdt ervan met mensen te spelen.) |
| 5. | Luca: | Quanti anni ha? È un cane molto attivo? | (Hoe oud is hij? Is het een erg actieve hond?) |
| 6. | Addetta del canile: | Ha un anno e tre mesi. È ancora giovane e ha molta energia. Ama correre e una passeggiata regolare gli fa bene. | (Hij is een jaar en drie maanden. Hij is nog jong en heeft veel energie. Hij rent graag en een dagelijkse wandeling is goed voor hem.) |
| 7. | Luca: | Va bene, posso portarlo al parco tutti i giorni. | (Prima, ik kan hem elke dag naar het park meenemen.) |
| 8. | Addetta del canile: | Ricordi solo di usare sempre il guinzaglio, perché si entusiasma facilmente. | (Vergeet alleen niet altijd de riem te gebruiken, want hij raakt snel opgewonden.) |
| 9. | Luca: | Perfetto. E per la casa basta una cuccia, giusto? | (Perfect. En voor in huis is een mand genoeg, toch?) |
| 10. | Addetta del canile: | Esatto. Servono anche le ciotole per il cibo e qualche gioco. | (Precies. Je hebt ook voederbakken en wat speelgoed nodig.) |
| 11. | Luca: | Ottimo, grazie mille per le informazioni. Sono sicuro che mia figlia lo amerà. | (Geweldig, hartelijk dank voor de informatie. Ik weet zeker dat mijn dochter dol op hem zal zijn.) |
1. Perché Luca è al canile?
(Waarom is Luca in het asiel?)2. Cosa consiglia l'addetta quando portano il cane fuori?
(Wat raadt de medewerker aan wanneer ze de hond buiten brengen?)