Leer de delen van de dag.
Leer de namen van de 7 dagen van de week
Beschrijf je wekelijkse activiteiten.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: De korte werkweek
Na een vergadering praten twee collega’s over de korte werkweek en bespreken de voor- en nadelen.
Grammatica: Voorzetsels: tijdstippen van de dag
De voorzetsels a, in, su, con geven plaats of tijd aan.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!