Lessen

A1.42 - Vervoer

A1.42 - Vervoer - Oefeningen

Haal je boek

Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Ogni mattina vado in macchina per andare al lavoro in centro. (Elke ochtend ga ik met de auto om naar mijn werk in het centrum te gaan.)
Prendiamo l'autobus per arrivare in ufficio. (We nemen de bus om op kantoor te komen.)
Scendo dal treno alla stazione di Milano Centrale. (Ik stap uit de trein op station Milaan Centraal.)
Per andare in aeroporto prendiamo il taxi perché è più comodo. (Om naar de luchthaven te gaan nemen we de taxi omdat dat comfortabeler is.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…


Abbonamento mensile per i trasporti

A Milano molti professionisti non vanno al lavoro in , ma usano i trasporti pubblici. Con un mensile puoi prendere , tram e . L'abbonamento si compra in o online e non devi fare un ogni giorno. Così risparmi tempo e soldi.

Per andare in ufficio puoi andare piedi fino alla fermata e poi prendere l'autobus o il tram. Se lavori fuori città puoi prendere anche il . Con i mezzi arrivi spesso prima, perché in c'è molto traffico di auto. Usare i trasporti pubblici è anche una scelta ecologica: l'aria è più pulita e la città è più silenziosa.
In Milaan gaan veel professionals niet met de auto naar het werk, maar gebruiken ze het openbaar vervoer. Met een maandabonnement kun je de bus, tram en metro nemen. Het abonnement koop je op het station of online en je hoeft niet elke dag een kaartje te kopen. Zo bespaar je tijd en geld.

Om naar kantoor te gaan kun je te voet naar de halte lopen en daarna de bus of de tram nemen. Als je buiten de stad werkt kun je ook de trein nemen. Met het openbaar vervoer kom je vaak sneller aan, omdat er op de weg veel autoverkeer is. Het openbaar vervoer gebruiken is ook een ecologische keuze: de lucht is schoner en de stad is stiller.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

1. Come va la donna dall'autobus all'ufficio?

(Hoe gaat de vrouw van de bus naar het kantoor?)
Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

2. Che mezzo di trasporto usa l'uomo per andare a Roma?

(Met welk vervoermiddel gaat de man naar Rome?)

Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Ogni mattina io ___ da casa mia alla stazione dei treni.

(Elke ochtend ___ ik van mijn huis naar het treinstation.)

2. Lui ___ la macchina per andare al lavoro in centro.

(Hij ___ met de auto om naar zijn werk in het centrum te gaan.)

3. Noi ___ verso l’aeroporto e poi prendiamo l’aereo per Roma.

(Wij ___ richting de luchthaven en nemen daarna het vliegtuig naar Rome.)

Oefening 5: Dialoogbegrip

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

Comprare il biglietto dell'autobus

Cliente: Show Buongiorno, vorrei un biglietto per l'autobus per il centro, per favore.

(Goedemorgen, ik zou graag een kaartje voor de bus naar het centrum willen, alstublieft.)

Venditrice del chiosco: Show Buongiorno, un biglietto urbano costa due euro.

(Goedemorgen, een stadskaartje kost twee euro.)

Cliente: Show Ecco due euro, grazie. Da qui l'autobus va diretto in stazione?

(Hier is twee euro, dank u. Gaat de bus vanaf hier rechtstreeks naar het station?)

Venditrice del chiosco: Show Sì, passa dalla stazione e poi va in centro; la fermata è poco più avanti, davanti alla farmacia.

(Ja, hij komt langs het station en gaat daarna naar het centrum; de halte is iets verderop, voor de apotheek.)


Open vragen:

1. Per quale mezzo di trasporto il cliente compra il biglietto?

Voor welk vervoermiddel koopt de klant het kaartje?

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

Chiedere indicazioni per la stazione

Studente: Show Scusi, per favore: come arrivo alla stazione dei treni?

(Pardon, alstublieft: hoe kom ik bij het treinstation?)

Passante: Show La stazione è vicina: può andare a piedi, sono circa dieci minuti, oppure prendere l'autobus.

(Het station is dichtbij: u kunt te voet gaan, het is ongeveer tien minuten, of de bus nemen.)

Studente: Show Preferisco andare a piedi, devo seguire questa strada?

(Ik ga liever te voet, moet ik deze straat volgen?)

Passante: Show Sì, cammini sempre dritto; alla fine della strada vede la stazione sulla sinistra.

(Ja, loop altijd rechtdoor; aan het einde van de straat ziet u het station aan de linkerkant.)


Open vragen:

1. Quali due opzioni di trasporto propone il passante?

Welke twee vervoersopties stelt de voorbijganger voor?

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Sei alla biglietteria in una grande città italiana. Vuoi andare al lavoro con "il treno" e hai bisogno di un biglietto. Chiedi un biglietto in modo semplice. (Usa: il treno, il biglietto, per favore)

(Je bent bij de kaartverkoop in een grote Italiaanse stad. Je wilt naar je werk met "de trein" en je hebt een kaartje nodig. Vraag op een eenvoudige manier om een kaartje. (Gebruik: de trein, het kaartje, alstublieft))

Vorrei un biglietto    

(Ik zou graag een kaartje ...)

Voorbeeld:

Vorrei un biglietto per il treno, per favore.

(Ik zou graag een kaartje voor de trein willen, alstublieft.)

2. Un collega nuovo viene in ufficio per la prima volta. Spieghi come arrivare dall'hotel all'ufficio con "l'autobus". (Usa: l'autobus, la fermata, arrivare)

(Een nieuwe collega komt voor het eerst naar kantoor. Je legt uit hoe je van het hotel naar het kantoor komt met "de bus". (Gebruik: de bus, de halte, aankomen))

Puoi prendere    

(Je kunt ... nemen)

Voorbeeld:

Puoi prendere l'autobus numero 12 dalla fermata davanti all'hotel.

(Je kunt bus nummer 12 nemen vanaf de halte voor het hotel.)

Oefening 7: Brief schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Ciao,

domani abbiamo la riunione a Bologna alle 10:00.

Io vado in treno dalla stazione centrale alle 8:15.

Tu come vieni? In macchina, in autobus o in treno?

Se vuoi, posso comprare io il biglietto per te.

Fammi sapere,

Luca


Hoi,

morgen hebben we de vergadering in Bologna om 10:00.

Ik ga met de trein vanaf het centrale station om 8:15.

Hoe kom jij? Met de auto, met de bus of met de trein?

Als je wilt, kan ik het kaartje voor jou kopen.

Laat het me weten,

Luca


Nuttige zinnen:

  1. Ciao Luca, grazie del messaggio.

    (Hoi Luca, bedankt voor je bericht.)

  2. Io vengo in...

    (Ik kom met...)

  3. Puoi comprare il biglietto per...

    (Kun je het kaartje kopen voor...)

Ciao Luca, grazie del messaggio.

Domani vengo in treno. Prendo il treno dalla stazione centrale delle 8:15 e arrivo a Bologna con te. Puoi comprare il biglietto per favore?

Parto da Modena e arrivo in stazione verso le 7:50.

A domani,
[Il tuo nome]

Hoi Luca, bedankt voor je bericht.

Morgen kom ik met de trein. Ik neem de trein vanaf het centrale station van 8:15 en ik kom samen met jou aan in Bologna. Kun je het kaartje alsjeblieft kopen?

Ik vertrek uit Modena en ik kom rond 7:50 aan op het station.

Tot morgen,
[Jouw naam]

Italiaans leren voor beginners - een gestructureerde A1 cursus met audio

ISBN 979-13-88253-08-9

Deze app ondersteunt dit boek.

Amazon.nl