Lessen

A1.19 - Prijzen en geld

A1.19 - Prijzen en geld - Oefeningen

Haal je boek

Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Scusi, quanto costa questa giacca? (Pardon, hoeveel kost dit jasje?)
Pago in contanti per favore. (Ik betaal contant, alstublieft.)
Vorrei comprare questo libro, il prezzo è economico? (Ik zou dit boek willen kopen, is de prijs goedkoop?)
In questo negozio ci sono poche cose gratis. (In deze winkel zijn er weinig dingen gratis.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…


Volantino del negozio “Moda Porta Romana”

Nel negozio di vestiti “Moda Porta Romana” oggi ci sono sconti. Un cappotto in lana 70 euro, mentre un cappello costa solo 15 euro. Con alcuni prodotti il negozio regala anche una borsa . I sono buoni per il quartiere.
In questo negozio puoi pagare con o con . Molti clienti hanno soldi e solo un capo. Altri comprano molto: cappotti, cappelli e sciarpe. Il cassiere tutti i prezzi e dice sempre il totale prima di prendere i soldi.
In de kledingwinkel “Moda Porta Romana” zijn er vandaag veel kortingen. Een wollen jas kost 70 euro, terwijl een goedkope hoed maar 15 euro kost. Bij sommige producten geeft de winkel ook een tas cadeau. De prijzen zijn goed voor de buurt.
In deze winkel kun je contant of met kaart betalen. Veel klanten hebben weinig geld en kopen maar één kledingstuk. Anderen kopen veel: jassen, hoeden en sjaals. De kassier controleert alle prijzen en zegt altijd het totaal voordat hij het geld aanneemt.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

1. Come paga la signora il pane?

(Hoe betaalt de mevrouw het brood?)
Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

2. Che cosa dice l’uomo sul caffè?

(Wat zegt de man over de koffie?)

Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Io ___ il caffè con la carta di credito.

(Ik ___ de koffie met de creditcard.)

2. Tu ___ poco perché il libro è molto economico.

(Jij ___ weinig omdat het boek heel goedkoop is.)

3. Noi ___ molta frutta al mercato e paghiamo in contanti.

(Wij ___ veel fruit op de markt en betalen contant.)

Oefening 5: Dialoogbegrip

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

Comprare il pranzo in panetteria

Cliente: Show Buongiorno, quanto costa questo panino con la mozzarella?

(Goedemorgen, hoeveel kost dit broodje met mozzarella?)

Commessa: Show Buongiorno, costa 5 euro.

(Goedemorgen, het kost 5 euro.)

Cliente: Show Va bene, lo prendo. Posso pagare con la carta?

(Oké, ik neem het. Kan ik met de kaart betalen?)

Commessa: Show Sì, certo: passi la carta qui. Grazie e buona pausa!

(Ja, natuurlijk: haal de kaart hier langs. Dank u en fijne pauze!)


Open vragen:

1. Quanto costa il panino nella conversazione?

Hoeveel kost het broodje in het gesprek?

Gratis IT

Audio voorbereiden…

IT + NL

Audio voorbereiden…

Pagare la spesa al supermercato

Cassiera: Show Sono 23 euro in totale.

(Het is 23 euro in totaal.)

Cliente: Show Va bene, è un po' costoso, ma pago in contanti.

(Oké, het is een beetje duur, maar ik betaal contant.)

Cassiera: Show Grazie. Ha 2 euro di sconto, quindi sono 21 euro.

(Dank u. U krijgt 2 euro korting, dus het is 21 euro.)

Cliente: Show Perfetto, ecco i soldi. Grazie, buona giornata.

(Perfect, hier is het geld. Dank u, fijne dag.)


Open vragen:

1. Quanto costa in totale la spesa nella conversazione?

Hoeveel kosten de boodschappen in totaal in het gesprek?

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Sei in un bar vicino all’ufficio. Vuoi sapere il prezzo di un caffè prima di ordinare. Fai una domanda al barista. (Usa: il prezzo, Quanto costa?, euro)

(Je bent in een bar bij het kantoor. Je wilt de prijs van een koffie weten voordat je bestelt. Stel een vraag aan de barman. (Gebruik: de prijs, Hoeveel kost het?, euro))

Per favore, quanto    

(Alstublieft, hoeveel ...)

Voorbeeld:

Per favore, quanto è il prezzo del caffè?

(Alstublieft, wat is de prijs van de koffie?)

2. Sei in un piccolo negozio di quartiere. Vuoi comprare una bottiglia d’acqua, ma hai solo contanti. Chiedi se puoi pagare così. (Usa: i contanti, pagare, va bene)

(Je bent in een kleine buurtwinkel. Je wilt een fles water kopen, maar je hebt alleen contant geld. Vraag of je zo kunt betalen. (Gebruik: contant geld, betalen, is dat goed))

Posso pagare    

(Kan ik betalen ...)

Voorbeeld:

Posso pagare con i contanti?

(Kan ik contant betalen?)

Oefening 7: Brief schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Giulia: Ciao! Sono in un negozio vicino all'ufficio. Voglio comprare un regalo per Marco.

Ci sono due portafogli:

  • uno economico, costa 20 euro
  • uno più costoso, costa 45 euro

Io ho pochi soldi oggi e posso pagare solo in contanti. Tu puoi mandarmi i soldi dopo con bonifico o carta?

Quale prendiamo per Marco?


Giulia: Hoi! Ik ben in een winkel vlak bij kantoor. Ik wil een cadeau kopen voor Marco.

Er zijn twee portemonnees:

  • een goedkope, kost 20 euro
  • een duurdere, kost 45 euro

Ik heb vandaag weinig geld en ik kan alleen betalen met contant geld. Kun jij me het geld later sturen via overschrijving of kaart?

Welke nemen we voor Marco?


Nuttige zinnen:

  1. Secondo me è meglio il portafoglio...

    (Volgens mij is de portemonnee... beter)

  2. Io posso pagare con...

    (Ik kan betalen met...)

  3. Per me 20/45 euro va bene, perché...

    (Voor mij is 20/45 euro goed, omdat...)

Ciao Giulia,

secondo me prendiamo il portafoglio economico che costa 20 euro. Per un regalo di lavoro 45 euro è troppo; 20 euro va bene.

Io oggi non ho contanti, ma posso mandarti i soldi con bonifico o con la carta dopo. Dimmi quanto esattamente e ti pago.

Grazie, a dopo!

Hoi Giulia,

volgens mij nemen we de goedkope portemonnee die 20 euro kost. Voor een werkcadeau is 45 euro te veel; 20 euro is prima.

Ik heb vandaag geen contant geld, maar ik kan je het geld later sturen via overschrijving of met de kaart. Zeg me precies hoeveel en ik betaal je.

Bedankt, tot later!

Italiaans leren voor beginners - een gestructureerde A1 cursus met audio

ISBN 979-13-88253-08-9

Deze app ondersteunt dit boek.

Amazon.nl