Ontdek i verbi riflessivi in het Italiaans, inclusief belangrijke werkwoorden als svegliarsi (wakker worden) en vestirsi (aankleden), met nadruk op het correcte gebruik van het reflexief pronomen voor dagelijkse handelingen.
  1. wederkerende werkwoorden eindigen op -si in de infinitief.
  2. Het wederkerend voornaamwoord wordt vervoegd en staat voor de werkwoord.
Verbo Svegliarsi (Werkwoord Zich Wakker Worden)Verbo Vestirsi (Werkwoord Zich kleden)
Io mi sveglio (Ik word wakker)Io mi vesto (Ik kleed me aan)
Tu ti svegli (Jij wordt wakker)Tu ti vesti (Jij kleedt je aan)
Lui/lei si sveglia (Hij/zij wordt wakker)Lui/ lei si veste (Hij/zij kleedt zich)
Noi ci svegliamo (Wij worden wakker)Noi ci vestiamo (Wij kleden ons aan)
Voi vi svegliate (Jullie worden wakker)Voi vi vestite (Jullie kleden je aan)
Loro si svegliano (Zij worden wakker)Loro si vestono (Zij kleden zich aan)

Uitzonderingen!

  1. Sommige wederkerende werkwoorden kunnen een wederkerige betekenis hebben. Voorbeeld: "Ci vediamo domani!" (Tot morgen!)

Oefening 1: I verbi riflessivi

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

si alzano, mi vesto, ti alzi, Vi vestite, Ci svegliamo, si veste, mi sveglio, Mi pettino

1.
I bambini ... alle otto durante il weekend.
(De kinderen staan in het weekend om acht uur op.)
2.
Marco ... prima di uscire di casa.
(Marco kleedt zich aan voordat hij het huis verlaat.)
3.
Ogni giorno (io) ... alle sette di mattina.
(Elke dag word ik om zeven uur 's ochtends wakker.)
4.
(Io) ... dopo aver fatto colazione.
(Ik kam me nadat ik ontbeten heb.)
5.
Quando (tu) ..., fai subito colazione?
(Als je opstaat, ontbijt je dan meteen?)
6.
Dopo la doccia, (io) ... e preparo la colazione.
(Na het douchen kleed ik me aan en maak ik het ontbijt klaar.)
7.
(Noi) ... presto durante la settimana.
(Wij staan doordeweeks vroeg op.)
8.
(Voi) ... prima o dopo colazione?
(Kleden jullie je vóór of na het ontbijt aan?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Io ___ sempre alle sette del mattino.

(Ik ___ altijd om zeven uur 's ochtends.)

2. Tu ___ prima di uscire di casa.

(Jij ___ je aan voordat je het huis uitgaat.)

3. Lui ___ le mani dopo aver mangiato.

(Hij ___ zijn handen nadat hij gegeten heeft.)

4. Noi ___ sempre al bar alle otto.

(Wij ___ elkaar altijd in het café om acht uur.)

5. Voi ___ dopo il lavoro.

(Jullie ___ uit na het werk.)

6. Loro ___ per la riunione della mattina.

(Zij ___ zich klaar voor de vergadering in de ochtend.)

Introductie tot de reflexieve werkwoorden (I verbi riflessivi)

In deze les leer je over de Italiaanse reflexieve werkwoorden, een belangrijk onderdeel van de Italiaanse grammatica op A1-niveau. Reflexieve werkwoorden gebruik je wanneer het onderwerp en het lijdend voorwerp van een zin hetzelfde zijn. Ze eindigen in het Italiaans altijd op -si in de infinitiefvorm, bijvoorbeeld svegliarsi (zich wakker worden) en vestirsi (zich aankleden).

Wat zijn reflexieve werkwoorden?

Reflexieve werkwoorden geven aan dat de actie terugkeert naar het onderwerp van de zin. Je herkent ze aan de reflexieve voornaamwoorden zoals mi, ti, si, ci, vi en si die vóór het werkwoord staan en meeverbuigd worden. Bijvoorbeeld:

  • Io mi sveglio – Ik word wakker
  • Tu ti vesti – Jij kleedt je aan
  • Lui si sveglia – Hij wordt wakker

Belangrijke kenmerken van reflexieve werkwoorden

  • Reflexieve werkwoorden eindigen in -si in het hele werkwoord (infinitief).
  • Het reflexieve voornaamwoord past zich aan bij het onderwerp en staat voor het werkwoord.
  • Sommige reflexieve werkwoorden kunnen ook een wederkerige betekenis hebben, bijvoorbeeld in de zin Ci vediamo domani! (Tot morgen!).

Voorbeelden van veelgebruikte reflexieve werkwoorden

  • Svegliarsi – zich wakker worden
  • Vestirsi – zich aankleden
  • Lavarsi – zich wassen
  • Incontrarsi – elkaar ontmoeten
  • Riposarsi – uitrusten
  • Prepararsi – zich voorbereiden

Verschillen tussen het Nederlands en Italiaans

In het Nederlands worden reflexieve werkwoorden vaak met 'zich' gevormd, zoals zich wassen of zich aankleden. In het Italiaans zie je deze reflexieve handeling duidelijker terug door het gebruik van specifieke reflexieve voornaamwoorden die veranderen afhankelijk van het onderwerp, wat een knipoog is naar de grammaticale persoon. Bijvoorbeeld, in het Nederlands gebruiken we steeds 'zich', terwijl het Italiaans verschillende vormen kent: mi (ik), ti (jij), si (hij/zij).

Enkele handige Italiaanse uitdrukkingen om te onthouden zijn bijvoorbeeld:

  • Mi sveglio – Ik word wakker
  • Ti vesti – Jij kleedt je aan
  • Si lava – Hij/zij wast zich
  • Ci incontriamo – Wij ontmoeten elkaar
  • Vi riposate – Jullie rusten uit
  • Si preparano – Zij bereiden zich voor

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 21:23