Alcuni participi passati si usano come aggettivi.

(Sommige voltooid deelwoorden worden als bijvoeglijke naamwoorden gebruikt.)

Wat is dit? Het participio passato als bijvoeglijk naamwoord

In deze les gebruik je het participio passato (voltooid deelwoord) niet als “verleden tijd”, maar als adjectief.

  • beschrijft een toestand/kenmerk (hoe iemand/iets nu is)
  • staat vaak na essere of na sentirsi

Voorbeelden

  • Lui è sudato. (Hij is bezweet.)
  • Lei si sente rilassata. (Zij voelt zich ontspannen.)

De kernregel: het voltooid deelwoord past zich aan het onderwerp aan

Als het participio passato als adjectief werkt, dan geldt:

  • mannelijk enkelvoud-o
  • mannelijk meervoud-i
  • vrouwelijk enkelvoud-a
  • vrouwelijk meervoud-e
  Enkelvoud Meervoud
Mannelijk sudato
riposato
sudati
riposati
Vrouwelijk caduta
rilassata
cadute
rilassate

Zo kies je snel de juiste vorm (stappenplan)

  1. Stap 1: zoek het onderwerp (wie/wat is …?)

    Marco? Il bambino? Le ragazze? Le mani?

  2. Stap 2: bepaal geslacht en aantal

    • il / lo / un → meestal mannelijk
    • la / una → meestal vrouwelijk
    • i / glimannelijk meervoud
    • levrouwelijk meervoud
  3. Stap 3: pas de uitgang aan (-o/-a/-i/-e)

Typische valkuilen (en hoe je ze vermijdt)

  • Valkuil 1: je kijkt naar de persoon die je bedoelt, niet naar het woord

    Het gaat om het grammaticale geslacht van het onderwerp.

    Voorbeeld: Le mani (handen) is vrouwelijk meervoud → sono sudate.

  • Valkuil 2: ‘loro’ is niet automatisch -i

    Loro kan mannelijk of vrouwelijk zijn.

    • Loro sono cadute. (als het over vrouwen/meisjes gaat)
    • Loro sono riposati. (als het over mannen/jongens of gemengd gaat)
  • Valkuil 3: je verwart ‘toestand’ met ‘actie’

    Hier gaat het om beschrijven: “hoe is iemand/iets?”

    • Il bambino è riposato. (toestand: uitgerust)
    • Lei è caduta. (kan ook ‘ze is gevallen’ betekenen; in deze les kijk je naar de vorm en de overeenkomst)

Snelle zelfcheck (1 zin = 2 vragen)

  • Vraag 1: Is het essere of sentirsi + participio passato?

  • Vraag 2: Komt de uitgang overeen met het onderwerp?

    le ragazze-e → rilassate

    Marco-o → sudato

    Marco è sudata

Wat je hiermee kunt zeggen (praktisch voor gesprek)

  • Sono sudato/sudata dopo la palestra.
  • Siamo riposati/riposate oggi.
  • Le colleghe sono rilassate dopo il corso.
  1. Het voltooid deelwoord kan worden gebruikt om een toestand of een kenmerk te beschrijven.
  2. Het voltooid deelwoord volgt het geslacht en het aantal van het onderwerp.
 Singolare (Enkelvoud)Plurale (Meervoud)
Maschile (Mannelijk)

Sudato

Lui è sudato (Hij is bezweet.)

Sudati

Loro sono sudati (Zij zijn bezweet.)

Riposato

Il bambino è riposato. (Het kind is uitgerust.)

Riposati

I bambini sono riposati. (De kinderen zijn uitgerust.)

Femminile (Vrouwelijk)

Caduta

Lei è caduta. (Zij is gevallen.)

Cadute

Loro sono cadute. (Zij zijn gevallen.)

Rilassata

Lei si sente rilassata. (Zij voelt zich ontspannen.)

Rilassate

Loro si sentono rilassate. (Zij voelen zich ontspannen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Dopo otto ore al computer sono stanco e un po' ______.

Na acht uur achter de computer ben ik moe en een beetje ______.)

2. Dopo la doccia siamo pulite e ______.

Na het douchen zijn we schoon en ______.)

3. Il paziente è debole e molto stanco, ma oggi è più ______ di ieri.

De patiënt is zwak en erg moe, maar vandaag is hij meer ______ dan gisteren.)

4. Dopo il corso serale vi sentite calme e ______, non più stressate per il lavoro.

Na de avondles voelen jullie je rustig en ______, niet langer gestrest door het werk.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door het bijvoeglijk naamwoord te vervangen door het passende voltooid deelwoord; laat het genus en het getal overeenkomen met het onderwerp (voorbeeld: Na het hardlopen is hij moe → Na het hardlopen is hij gezweet).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Dopo la corsa lui è stanco.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo la corsa lui è sudato.
    (Dopo la corsa lui è sudato.)
  2. Dopo la lunga riunione loro sono stanchi.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo la lunga riunione loro sono rilassati.
    (Dopo la lunga riunione loro sono rilassati.)
  3. Dopo il weekend il bambino è calmo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo il weekend il bambino è riposato.
    (Dopo il weekend il bambino è riposato.)
  4. Dopo il corso di yoga lei è calma.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo il corso di yoga lei è rilassata.
    (Dopo il corso di yoga lei è rilassata.)
  5. Dopo la maratona loro sono molto stanche.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo la maratona loro sono molto sudate.
    (Dopo la maratona loro sono molto sudate.)
  6. Dopo la caduta in ufficio le colleghe sono a terra.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Dopo la caduta in ufficio le colleghe sono cadute.
    (Dopo la caduta in ufficio le colleghe sono cadute.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Beschrijf samen met een klasgenoot hoe jullie zijn en hoe de collega’s zich gedragen na het werk.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Dopo una lunga giornata in ufficio, i colleghi si scambiano sensazioni sul lavoro.
(Na een lange dag op kantoor wisselen collega’s hun indrukken over het werk uit.)

Bespreek
  • Come ti senti dopo una giornata molto lunga in ufficio? (Hoe voel jij je na een heel lange dag op kantoor?)
  • Descrivi un collega molto stanco o molto rilassato dopo il lavoro. Come appare e perché? (Beschrijf een collega die na het werk erg moe of juist heel ontspannen is. Hoe ziet diegene eruit en waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Sono sudato/sudata e molto stanco/stanca. (Ik ben bezweet en erg moe.)
  • Dopo il riposo mi sento riposato/riposata e più forte. (Na het uitrusten voel ik me uitgerust en sterker.)
  • Dopo la palestra loro sono sudati/sudate e rilassati/rilassate. (Na de sportschool zijn zij bezweet en ontspannen.)

Gebruik in gesprek
  • essere + participio passato come aggettivo (essere + participio passato come aggettivo)
  • accordo di genere e numero del participio passato (accordo di genere e numero del participio passato)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 06/03/2026 13:20