Deze les behandelt Italiaanse plaatsvoorzetsels voor beweging zoals "andare in" (bijvoorbeeld "in macchina"), "andare a" (zoals "a Roma"), "verso" (richting), "da" (herkomst) en "per" (bestemming). Leer praktische toepassingen voor dagelijkse situaties.
Preposizione (Voorzetsel)Uso (Gebruik)Esempio (Voorbeeld)
Andare + inPaesi, regioni, trasporti, luoghi chiusi (Landen, regio's, vervoer, besloten plaatsen)

Vado in macchina (Ik ga in de auto)

Andiamo in stazione (We gaan naar het station)

Andare + aCittà, luoghi precisi, eventi o casa (Steden, specifieke plaatsen, evenementen of huis)

Vai a Roma (Ga naar Rome)

Andiamo a cena (We gaan naar het avondeten)

Andare + versoDirezione approssimativa, generale (Bij benadering, algemeen)

Andiamo verso la stazione (Wij gaan richting het station)

Va verso la piazza (Ga richting het plein)

DaProvenienza (Herkomst)Vengo da Torino (Ik kom uit Turijn)
PerDestinazione, attraverso un luogo (Bestemming, via een plaats)

Questo biglietto è per Roma (Dit kaartje is voor Rome)

Passo per il parco (Ik loop door het park)

Uitzonderingen!

  1. Bij vervoermiddelen gebruiken we "in", maar we zeggen "andare a piedi".

Oefening 1: Le preposizioni di luogo: andare in, andare a, per, da, ecc.

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

in, da, verso, per

1.
Siamo già ... macchina, possiamo partire.
(We zitten al in de auto, we kunnen vertrekken.)
2.
Camminiamo ... la stazione prima che faccia buio.
(We lopen naar het station voordat het donker wordt.)
3.
Sono tornato ... Venezia ieri sera tardi.
(Ik ben gisteravond laat teruggekomen uit Venetië.)
4.
Questo autobus va ... Milano centrale.
(Deze bus gaat naar Milano centrale.)
5.
Partiamo ... Firenze alle otto in punto.
(We vertrekken om acht uur precies uit Florence.)
6.
Passiamo ... il centro per prendere un caffè.
(We gaan via het centrum om een kop koffie te drinken.)
7.
Vado ... treno ogni mattina per andare al lavoro.
(Ik ga elke ochtend met de trein naar mijn werk.)
8.
Vengo ... scuola, sono molto stanco.
(Ik kom van school, ik ben erg moe.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Domani vado ___ stazione per prendere il treno.

(Morgen ga ik ___ station om de trein te nemen.)

2. Andiamo ___ Roma per lavoro questa settimana.

(We gaan ___ Rome voor werk deze week.)

3. Vengo ___ Milano, sono appena arrivato.

(Ik kom ___ Milaan, ik ben net aangekomen.)

4. Prendo il bus ___ città per andare al lavoro.

(Ik neem de bus ___ de stad om naar het werk te gaan.)

5. Camminiamo ___ il parco vicino a casa.

(We lopen ___ het park dichtbij huis.)

6. Vado ___ piedi al supermercato stasera.

(Ik ga ___ voet naar de supermarkt vanavond.)

Le preposizioni di luogo in italiano

Deze les behandelt het gebruik van verschillende Italiaanse voorzetsels die beweging en plaats aangeven. Je leert hoe je correct gebruikt maakt van andare in, andare a, per, da en verso. Dit zijn essentiële woorden om plaatsen, richtingen en herkomst te beschrijven in alledaagse situaties.

Overzicht van de voorzetsels

  • Andare + in: wordt gebruikt met landen, regio's, vervoermiddelen en besloten plaatsen.
    Voorbeelden: Vado in macchina, Andiamo in stazione.
  • Andare + a: gebruikt voor steden, specifieke plaatsen, evenementen of thuis.
    Voorbeelden: Vai a Roma, Andiamo a cena.
  • Andare + verso: duidt een ruwe of algemene richting aan.
    Voorbeelden: Andiamo verso la stazione, Va verso la piazza.
  • Da: geeft de afkomst of herkomst aan.
    Voorbeeld: Vengo da Torino.
  • Per: wordt gebruikt voor bestemmingen of om het doorkruisen van een plaats aan te geven.
    Voorbeelden: Questo biglietto è per Roma, Passo per il parco.

Belangrijke details over het gebruik

In het Italiaans geeft men aan dat men met een vervoermiddel reist met het voorzetsel in, bijvoorbeeld in macchina. Voor het lopen zegt men echter andare a piedi, waarbij a wordt gebruikt, wat een uitzondering is waarmee je goed op moet letten.

Verschillen met het Nederlands

In het Nederlands gebruiken we doorgaans naar voor bestemmingen en van voor herkomst, wat vergelijkbaar is met a en da in het Italiaans. Het gebruik van in en a in combinatie met vervoer of plaatsen kan verschillen, bijvoorbeeld zeggen we in het Nederlands meestal met de auto in plaats van in macchina. Daarnaast heeft het Italiaans het voorzetsel verso voor een algemene richting, wat in het Nederlands vaak met richting wordt aangeduid.

Handige woorden en uitdrukkingen

  • Andare a piedi – te voet gaan
  • Vado in stazione – Ik ga naar het station
  • Vengo da Milano – Ik kom uit Milaan
  • Questo biglietto è per Roma – Dit kaartje is voor Rome
  • Andiamo verso la piazza – We gaan richting het plein

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 21:15