De vijf meest populaire bordspellen in 2025 in Nederland zijn Monopoly, Catan, Qwixx, Azul en Ticket to Ride. Leer in de video de Nederlandstalige versie van Dixit kennen, een fascinerend spel vol creativiteit.
I cinque giochi da tavolo più popolari nei Paesi Bassi nel 2025 sono Monopoly, Catan, Qwixx, Azul e Ticket to Ride. Scopri nel video la versione in lingua olandese di Dixit, un gioco affascinante pieno di creatività.

Esercizio 1: Immersione linguistica

Istruzione: Guarda il video e rispondi alle domande correlate.

Parola Traduzione
Een spel spelen Giocare a un gioco
Elkaar leren kennen Conoscersi
Het bordspel Il gioco da tavolo
De pion La pedina
De kaarten Le carte
De kaarten schudden Mescolare le carte
Je bent aan de beurt È il tuo turno
Dixit is een spel met fantasie en creatief denken. (Dixit è un gioco di fantasia e pensiero creativo.)
Je leert hoe andere spelers denken en zich voelen. (Impari come pensano e come si sentono gli altri giocatori.)
Je speelt het spel met drie tot acht spelers. (Si gioca da tre a otto giocatori.)
Het spel is voor kinderen vanaf acht jaar. (Il gioco è per bambini dagli otto anni in su.)
Elke speler krijgt zes kaarten en een pion. (Ogni giocatore riceve sei carte e una pedina.)
Eén speler is de verteller en kiest een kaart. (Un giocatore è il narratore e sceglie una carta.)
De verteller geeft een korte omschrijving van die kaart. (Il narratore dà una breve descrizione di quella carta.)
De andere spelers kiezen een kaart die daarbij past. (Gli altri giocatori scelgono una carta che si adatta alla descrizione.)
Alle kaarten worden geschud en op het bord gelegd. (Tutte le carte vengono mescolate e posate sul tabellone.)
Iedereen stemt welke kaart van de verteller is. (Tutti votano quale carta è del narratore.)

1. Met hoeveel spelers kun je Dixit spelen?

(Con quanti giocatori si può giocare a Dixit?)

2. Wat krijgt elke speler aan het begin van het spel?

(Cosa riceve ogni giocatore all'inizio del gioco?)

3. Wat doet de verteller tijdens het spel?

(Cosa fa il narratore durante il gioco?)

4. Wat doen de andere spelers nadat de verteller de omschrijving heeft gegeven?

(Cosa fanno gli altri giocatori dopo che il narratore ha dato la descrizione?)

Esercizio 2: Dialogo

Istruzione: Leggi il dialogo e rispondi alle domande.

Spelletjesavond bij vrienden

Serata di giochi dagli amici
1. Sem: Hé Charlotte, wat leuk dat we konden komen voor een spelletjesavond. (Ehi Charlotte, che bello che siamo riusciti a venire per una serata di giochi.)
2. Charlotte: Hé Sem, natuurlijk, wat leuk dat je er al bent! Kom binnen. (Ehi Sem, certo, che bello che sei già qui! Entra pure.)
3. Sem: Ja, ik hou van bordspellen, en zeker met goed gezelschap. Ben ik de eerste hier? (Sì, adoro i giochi da tavolo, soprattutto con buona compagnia. Sono il primo ad arrivare?)
4. Charlotte: Ja, je bent de eerste. Hang je jas maar aan de kapstok. Wil je iets drinken? Een biertje, wijn of liever thee? (Sì, sei il primo. Appendi pure il tuo cappotto nell'attaccapanni. Vuoi qualcosa da bere? Una birra, del vino o preferisci il tè?)
5. Sem: Doe maar een biertje, graag. Ik heb ook nog een kleinigheidje voor je mee, een fles wijn. (Prendo volentieri una birra. Ho anche portato un pensierino per te: una bottiglia di vino.)
6. Charlotte: Oh, wat fijn, dat hoeft toch niet, maar heel erg bedankt. (Oh, che carino, non era necessario, ma grazie mille.)
7. Sem: Graag gedaan. Welk spel ga je klaarzetten? (Prego. Quale gioco preparerai?)
8. Charlotte: Ik dacht aan een kaartspelletje en het bordspel Dixit. (Pensavo a un gioco di carte e al gioco da tavolo Dixit.)
9. Sem: Klinkt superleuk. Deze avond wordt een echt feestje. Wie komen er nog meer? (Sembra davvero divertente. Questa serata sarà una vera festa. Chi altro viene?)
10. Charlotte: Jana en Tom van het werk en twee vriendinnen van vroeger. Zij komen over tien minuten. (Jana e Tom del lavoro e due amiche di un tempo. Arrivano tra dieci minuti.)
11. Sem: Mooi, dan help ik nog even met klaarzetten en kunnen we nog wat bijpraten. (Perfetto, allora aiuto a sistemare e così possiamo anche chiacchierare un po'.)
12. Charlotte: Oh, dank je, ja super. Vertel me zo nog maar alles over jouw reis naar China, ik ben zo nieuwsgierig! (Oh, grazie, sì fantastico. Raccontami poi tutto del tuo viaggio in Cina, sono così curiosa!)

1. Wat is het plan voor deze avond?

(Qual è il programma per questa serata?)

2. Wat wil Sem graag drinken?

(Cosa vorrebbe bere Sem?)