De video gaat over de start van de Boekenweek, het feest ter ere van Nederlandstalige boeken, en het belang van het evenement voor schrijvers.
Il video parla dell'inizio della Boekenweek, la festa in onore dei libri in lingua olandese, e dell'importanza dell'evento per gli scrittori.

Esercizio 1: Immersione linguistica

Istruzione: Riconosci il vocabolario indicato nel video.

Parola Traduzione
De Boekenweek La Settimana del Libro
De boekhandel La libreria
De bibliotheek La biblioteca
Het Nederlandstalige boek Il libro in lingua neerlandese
Het thema Il tema
Schreef Ha scritto
Het essay L'essay
De boeken I libri
De schrijfster La scrittrice
De schrijvers Gli scrittori
De lezers I lettori
Het genre Il genere
De verhalen I racconti
De roman Il romanzo
Vandaag begint de Boekenweek en die duurt tot zes juni. (Oggi inizia la Settimana del Libro e dura fino al 6 giugno.)
De Boekenweek is een jaarlijks feest in de boekhandel en in de bibliotheek, speciaal voor Nederlandstalige boeken. (La Settimana del Libro è una festa annuale nelle librerie e nelle biblioteche, dedicata soprattutto ai libri in lingua neerlandese.)
Dit jaar is het thema ‘Tweestrijd’. (Quest'anno il tema è «Conflitto».)
Hanna Bervoets heeft het Boekenweekgeschenk geschreven en Roxane van Iperen heeft het essay geschreven. (Hanna Bervoets ha scritto il regalo della Settimana del Libro e Roxane van Iperen ha scritto l'essay.)
Normaal is de Boekenweek in maart, maar door de coronamaatregelen is de zesentachtigste editie verplaatst. (Di solito la Settimana del Libro si tiene a marzo, ma a causa delle misure contro il coronavirus l'ottantaseiesima edizione è stata posticipata.)
Schrijfster Esmee van Marcelien zegt dat de Boekenweek belangrijk is voor schrijvers. (La scrittrice Esmee van Marcelien dice che la Settimana del Libro è importante per gli scrittori.)
Het geeft schrijvers de kans om in contact te komen met lezers en om nieuwe schrijvers te ontdekken. (Permette agli scrittori di entrare in contatto con i lettori e di farsi conoscere come nuovi autori.)
Het is een bijzondere tijd voor boekenliefhebbers. (È un periodo speciale per gli amanti dei libri.)

Domande di comprensione:

  1. Tot wanneer duurt de Boekenweek?

    (Fino a quando dura la Settimana del Libro?)

  2. Waar is de Boekenweek een feest voor Nederlandstalige boeken?

    (Per cosa è una festa la Settimana del Libro nelle librerie e nelle biblioteche?)

  3. Waarom is de zesentachtigste editie van de Boekenweek verplaatst?

    (Perché l'ottantaseiesima edizione della Settimana del Libro è stata posticipata?)

Esercizio 2: Dialogo

Istruzione: Leggi il dialogo e rispondi alle domande.

In de boekhandel tijdens de Boekenweek

In libreria durante la Settimana del Libro
1. Klaas: Ben jij ook hier in de boekhandel vanwege de Boekenweek? (Sei anche tu in libreria per la Settimana del Libro?)
2. Julia: Ja, dat wil ik niet missen, zo’n feest voor boeken! En het thema dit jaar is zo interessant. (Sì, non me la voglio perdere, è una vera festa per i libri! E il tema di quest'anno è davvero interessante.)
3. Klaas: Het thema ‘Tweestrijd’, ja, dat vind ik ook. En je krijgt ook het Boekenweekgeschenk cadeau als je een boek koopt. (Il tema 'Conflitto interiore', sì, anche a me piace. E se compri un libro ti regalano anche il volume della Settimana del Libro.)
4. Julia: Oh ja, ik zag het! Ben jij ook een boekenliefhebber? (Oh sì, l'ho visto! Anche tu sei un'appassionata di libri?)
5. Klaas: Ik ben schrijver. Ik heb net een nieuwe roman geschreven. (Sono uno scrittore. Ho appena scritto un nuovo romanzo.)
6. Julia: Oh, die zou ik graag lezen! Wat is het genre van je roman? (Oh, mi piacerebbe leggerlo! Qual è il genere del tuo romanzo?)
7. Klaas: Het is een roman over keuzes en conflicten. Het past goed bij het thema ‘Tweestrijd’. (È un romanzo sulle scelte e sui conflitti. Si abbina bene al tema 'Conflitto interiore'.)
8. Julia: Dat klinkt spannend! Waar kan ik je boek lenen of kopen? (Sembra avvincente! Dove posso prenderlo in prestito o comprarlo?)
9. Klaas: Je kunt het lenen bij de bibliotheek of kopen hier in de boekhandel. Het is dat grote rode boek daar. (Puoi prenderlo in prestito in biblioteca oppure comprarlo qui in libreria. È quel grande libro rosso laggiù.)
10. Julia: Ik was net gedichten aan het bekijken, maar ik ga dan zeker ook naar jouw boek kijken. (Stavo proprio guardando delle poesie, ma darò sicuramente un'occhiata anche al tuo libro.)
11. Klaas: Gedichten zijn altijd mooi om te lezen, vooral in de Boekenweek. Leuk je te leren kennen. (Le poesie sono sempre belle da leggere, soprattutto durante la Settimana del Libro. Piacere di conoscerti.)
12. Julia: Wederzijds, geniet nog van de Boekenweek! (Altrettanto, goditi la Settimana del Libro!)

1. Waar speelt dit gesprek zich af?

(Dove si svolge questa conversazione?)

2. Wat is het thema van de Boekenweek dit jaar in het gesprek?

(Qual è il tema della Settimana del Libro quest'anno nella conversazione?)

Esercizio 3: Domande per iniziare una conversazione

Istruzione: Rispondi alle domande e correggi con il tuo insegnante.

  1. Kunt u kort vertellen over een boek, sprookje of gedicht dat u laatst hebt gelezen? Wat vond u ervan?
    Può raccontare brevemente di un libro, di una fiaba o di una poesia che ha letto di recente? Cosa ne ha pensato?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. U bent in de bibliotheek en zoekt een boek van uw favoriete schrijver. Wat zegt u tegen de medewerker?
    Si trova in biblioteca e cerca un libro del suo autore preferito. Cosa dice al bibliotecario?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Stel, u wordt voor het eerst lid van de bibliotheek. Welke gegevens geeft u bij de balie en waarom?
    Supponiamo che si iscriva alla biblioteca per la prima volta. Quali dati fornisce al banco e perché?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Leest u na een drukke werkdag liever een roman, een sprookje of poëzie? Waarom?
    Dopo una giornata intensa di lavoro preferisce leggere un romanzo, una fiaba o della poesia? Perché?

    __________________________________________________________________________________________________________