Esercizio 1: Abbaia

Istruzione: Abbina gli elementi che hanno un significato correlato.

een gezin stichten — een gezin beginnen (mettere su famiglia — iniziare una famiglia)
een kind krijgen — een baby krijgen (avere un figlio — avere un neonato)
samenwonen — bij elkaar wonen (convivere — vivere insieme)
Zou je met me willen trouwen? — Wil je met me trouwen? (Vuoi sposarmi? — Vuoi sposarmi?)

Esercizio 2: Preparazione all'esame

Istruzione: Leggi il testo, riempi gli spazi con le parole mancanti e rispondi alle domande qui sotto


Flyer van de gemeente: informatieavond 'Samenwonen, trouwen en kinderen'

Compila gli spazi vuoti: samenlevingscontract, samenwonen, trouwen, overlijdt, kind, kinderopvang, baby, een gezin stichten, relatie, huisdier

(Volantino del comune: serata informativa 'Convivenza, matrimonio e figli')

De gemeente organiseert een gratis informatieavond over , en het krijgen van een . De bijeenkomst is bedoeld voor stellen die plannen maken voor de toekomst. Een notaris legt uit wat het verschil is tussen samenwonen met een en trouwen. Je hoort ook welke zaken je kunt regelen als jullie uit elkaar gaan of als één partner .

Er is tijd voor vragen. Je kunt met een medewerker van het wijkteam praten over praktische hulp in het eerste jaar met een , bijvoorbeeld over en ouderschapsverlof. Aanmelden kan via de website. In het aanmeldformulier kun je aangeven waar je het meeste over wilt horen: en geld, of afspraken voor jullie .
Il comune organizza una serata informativa gratuita sulla convivenza, il matrimonio e l’avere un figlio. L’incontro è pensato per coppie che stanno pianificando il futuro. Un notaio spiega qual è la differenza tra la convivenza con un contratto di convivenza e il matrimonio. Sentirete anche quali questioni potete sistemare se vi separate o se un partner dovesse venire a mancare.

Ci sarà spazio per le domande. Potrete parlare con un operatore del team di quartiere dell’aiuto pratico nel primo anno con un neonato, ad esempio sulla cura dei bambini e sul congedo parentale. È possibile iscriversi tramite il sito web. Nel modulo di iscrizione potete indicare di cosa vorreste sentire parlare maggiormente: rapporto e soldi, mettere su famiglia o accordi per il vostro animale domestico.

  1. Wat legt de notaris uit tijdens de informatieavond?

    (Cosa spiega il notaio durante la serata informativa?)

Esercizio 3: Comprensione orale

Istruzione: Ascolta il frammento audio e indica se le seguenti affermazioni sono vere o false.

Volgende maand ga ik met mijn partner samenwonen in een appartement in Utrecht. We zijn al drie jaar een koppel en de relatie gaat goed. Later willen we misschien trouwen, maar niet dit jaar. Eerst willen we kijken of samenwonen bevalt. We denken ook aan een kind, misschien volgend jaar. Voor nu nemen we een klein huisdier, omdat we allebei veel werken.
(Il mese prossimo mi trasferirò a vivere con il mio partner in un appartamento a Utrecht. Siamo una coppia da tre anni e la relazione va bene. Più avanti forse ci sposeremo, ma non quest’anno. Prima vogliamo vedere se ci piace convivere. Pensiamo anche a un figlio, forse l’anno prossimo. Per ora prendiamo un piccolo animale domestico, perché lavoriamo entrambi molto.)
Vero Falso

(Si trasferirà presto a vivere con il suo partner a Utrecht.)

(Vuole sposarsi già quest’anno.)

(Per ora prende prima un animale domestico perché entrambi lavorano molto.)

Esercizio 4: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la soluzione corretta

1. Ik zou graag in Nederland met mijn partner willen ___, maar we zoeken eerst een groter appartement.

(Ik zou graag in Nederland met mijn partner willen ___, maar we zoeken eerst een groter appartement.)

2. Zou je volgend jaar met mij willen ___, als we een huis hebben gevonden?

(Zou je volgend jaar met mij willen ___, als we een huis hebben gevonden?)

3. We ___ graag een kind krijgen, maar we willen eerst wat meer sparen.

(We ___ graag een kind krijgen, maar we willen eerst wat meer sparen.)

Esercizio 5: Carte di dialogo

Istruzione: Esercita la conversazione con il tuo insegnante o i compagni di classe.

Esercizio 6: Domande di discussione

Istruzione: Rispondi alle domande usando il vocabolario di questo capitolo.

Espressioni utili:

Ik zou graag … willen. / In de toekomst zou ik misschien …. / Wij zouden graag een gezin stichten.

  1. Wat zijn uw plannen voor de komende twee jaar: samenwonen, trouwen of misschien een kind krijgen?
    Quali sono i suoi piani per i prossimi due anni: convivere, sposarsi o magari avere un figlio?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Hoe reageert u als iemand in uw omgeving gaat scheiden of net een baby krijgt, en wat zegt u dan?
    Come reagisce quando qualcuno del suo ambiente si separa o ha appena avuto un bambino, e cosa dice in quel caso?

    __________________________________________________________________________________________________________

Esercizio 7: Corrispondenza scritta

Istruzione: Scrivi una risposta al seguente messaggio appropriata alla situazione


Hoi! Ik ben Sanne van hiernaast. Heb jij zaterdagmiddag misschien tijd om 2 uurtjes op Mila (4) te passen? Tom en ik hebben een afspraak bij de huisarts. We zijn na de zomer net samen gaan wonen, dus we hebben nog weinig hulp in de buurt.

Het is van ongeveer 14.00 tot 16.00 uur. Mila speelt graag met boekjes en Duplo.

Laat je even weten of het lukt?


Ciao! Sono Sanne che abita accanto. Hai magari tempo sabato pomeriggio per badare a Mila (4) per un paio d'ore? Tom ed io abbiamo un appuntamento dal medico. Ci siamo appena trasferiti a vivere insieme dopo l'estate, quindi qui intorno abbiamo ancora poca disponibilità ad aiutarci.

È indicativamente dalle 14:00 alle 16:00. A Mila piace giocare con i libri e il Duplo.

Mi fai sapere se riesci?


Frasi utili:

  1. Ik zou graag helpen, maar…

    (Mi piacerebbe aiutare, però…)

  2. Zou het ook kunnen om …?

    (Potrebbe andare anche alle…?)

  3. Ik kan wel / Ik kan helaas niet, omdat …

    (Posso / Purtroppo non posso, perché…)

Hoi Sanne, ik help graag. Ik kan zaterdag van 14.00 tot 16.00 uur op Mila passen. Willen jullie haar bij ons brengen of zal ik naar jullie toe komen? Maakt het uit dat ik een sjaaltje en wat fruit meeneem? Tot zaterdag!

Ciao Sanne, volentieri. Posso badare a Mila sabato dalle 14:00 alle 16:00. Volete portarla da noi oppure passo da voi? Vi dà fastidio se porto una sciarpa e un po' di frutta? A sabato!