Adjektiefvervoeging met bepaalde lidwoorden (der grüne, das leckere, ...)

Adjektivdeklination mit bestimmten Artikeln (der grüne, das leckere, ...)


Attributive Adjektive im Deutschen erhalten unterschiedliche Endungen je nach Kasus und Artikel. Beispielsweise: 'der grüne Salat' im Nominativ und 'des grünen Salats' im Genitiv.

(Attributieve bijvoeglijke naamwoorden in het Duits krijgen verschillende uitgangen, afhankelijk van de naamval en het lidwoord. Bijvoorbeeld: 'der grüne Salat' in de nominatief en 'des grünen Salats' in de genitief.)

Wat is hier het punt?

Dit gaat over adjectiefuitgangen in het Duits na een bepaald lidwoord: der / die / das / den / dem / des.

  • Je kiest eerst naamval + geslacht (Kasus + Genus).
  • Daarna krijgt het adjectief meestal -e of -en.
  • Goed nieuws: met bepaalde lidwoorden is het vaak simpel: meestal -en, behalve in een paar “-e”-gevallen.

Stap-voor-stap: zo beslis je de uitgang

  1. Zoek het lidwoord: der/die/das/den/dem/des.
  2. Bepaal de naamval (functie in de zin):
    • Nominativ = onderwerp (wie/wat doet iets?)
    • Akkusativ = lijdend voorwerp (wie/wat ontvang je/zie je?)
    • Dativ = meewerkend voorwerp (aan/voor wie?)
    • Genitiv = bezit/relatie (van wie?)
  3. Pas de regel toe:
    • Nominativ: meestal -e
    • Dativ: -en
    • Genitiv: -en
    • Akkusativ:
      • mannelijk (den): -en
      • vrouwelijk/onzijdig (die/das): -e

Snelle visuele regel (bepaald lidwoord)

Kasus Typisch lidwoord Adjectiefuitgang Mini-voorbeeld
Nominativ der / die / das -e Der grüne Salat ist frisch.
Akkusativ (m.) den -en Ich esse den grünen Salat.
Akkusativ (f./n.) die / das -e Ich kaufe das frische Brot.
Dativ dem / der -en Ich helfe dem neuen Kollegen.
Genitiv des / der -en Die Farbe des grünen Salats ist intensiv.

De valkuil: Akkusativ is niet voor elk geslacht hetzelfde

In de Akkusativ moet je extra opletten:

  • mannelijk: den + adjectief -en

    Ich kaufe den frische Salat.
    Ich kaufe den frischen Salat.

  • vrouwelijk/onzijdig: die/das + adjectief -e

    Ich nehme das warmen Gericht.
    Ich nehme das warme Gericht.

Waarom vaak -en? Denk: “Dativ & Genitiv = -en”

  • Dativ klinkt in het Duits vaak als “aan/voor” → adjectief bijna altijd -en.
  • Genitiv (bezit/van) → adjectief ook -en.

Handige vuistregel: zie je dem of des, dan is de kans heel groot dat je -en nodig hebt.

Self-check (30 seconden)

  1. Staat er een bepaald lidwoord (der/die/das/den/dem/des)?
  2. Is het Dativ of Genitiv? → bijna zeker -en.
  3. Is het Akkusativ?
    • den-en
    • die/das-e
  4. Is het Nominativ (onderwerp)? → meestal -e.

Let op: voorbeelden in het schema (kleine correctie)

In de tabel in je boek staan voorbeelden die inhoudelijk bij een andere naamval horen. Gebruik voor je eigen zinnen deze logica:

  • Genitiv herken je vaak aan des/der en vaak ook een -s aan het zelfstandig naamwoord (bijv. des Salats).
  • Akkusativ bij mannelijk is typisch den (niet des).
  1. Nominativ: alle geslachten: -e.
  2. Dativ/Genitiv: alle geslachten: -en.
  3. Akkusativ (mannelijk): -en, onzijdig/vrouwelijk: -e.
Kasus (naamval)Artikel + Endung (lidwoord + uitgang)Beispiel (voorbeeld)

Nominativ (nominatief)

(alle Geschlechter)

der/ die/ das + -eDer grüne Salat ist frisch.  (De groene salade is vers. )

Genitiv (genitief)

(alle Geschlechter)

des/ der + -enIch habe das leckere Essen genossen. (Ik heb het lekkere eten genoten.

Dativ  (datief)

(alle Geschlechter) (alle geslachten)

dem/ der + -enIch gebe dem grünen Salat noch mehr Dressing.  (Ik geef de groene salade nog meer dressing. )

Akkusativ (accusatief)

maskulin (mannelijk)

den + -enDie Farbe des grünen Salats gefällt mir.  (De kleur van de groene salade bevalt me. )

Akkusativ (accusatief)

feminin/ neutrum (vrouwelijk/ onzijdig)

die/ das + -eIch esse den grünen Salat.  (Ik eet de groene salade. )

Uitzonderingen!

  1. In de accusatief zijn er, afhankelijk van het geslacht, verschillende uitgangen voor het bijvoeglijk naamwoord.
  2. In de nominatief, datief en genitief is de uitgang -en voor alle geslachten hetzelfde.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ich empfehle dir, den ___ Joghurt mit frischer Kiwi zu kombinieren.

Ik raad je aan om de ___ yoghurt te combineren met verse kiwi.

2. Nach dem Meeting esse ich das ___ Mittagessen, damit ich mich besser konzentrieren kann.

Na de vergadering eet ik de ___ lunch, zodat ik me beter kan concentreren.

3. In meinem Ernährungsplan steht: weniger von den ___ Lebensmitteln kaufen.

In mijn voedingsplan staat: minder van de ___ levensmiddelen kopen.

4. Die Farbe des ___ Salats passt gut zu den roten Linsen.

De kleur van de ___ salade past goed bij de rode linzen.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen en zet het bijvoeglijk naamwoord tussen haakjes met de juiste uitgang (bijv. „der (neu) Vertrag“ → „der neue Vertrag“).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Der (neu) Mitarbeiter beginnt heute im Büro.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Der neue Mitarbeiter beginnt heute im Büro.
    (De nieuwe medewerker begint vandaag op kantoor.)
  2. Ich gebe dem (freundlich) Kollegen die Unterlagen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich gebe dem freundlichen Kollegen die Unterlagen.
    (Ik geef de vriendelijke collega de documenten.)
  3. Wir sprechen mit der (zuständig) Person über den Termin.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wir sprechen mit der zuständigen Person über den Termin.
    (Wij spreken met de verantwoordelijke persoon over de afspraak.)
  4. Ich brauche das (wichtig) Dokument für die Anmeldung.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich brauche das wichtige Dokument für die Anmeldung.
    (Ik heb het belangrijke document nodig voor de aanmelding.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte vorm van het bijvoeglijk naamwoord met bepaald lidwoord.

1.
Fout: In de accusatief mannelijk na „den” moet het bijvoeglijk naamwoord -en hebben: correct zou „den frischen Salat” zijn.
2.
Fout: In de accusatief onzijdig na „das” staat de uitgang -e, niet -en: correct is „das proteinreiche Frühstück”.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Flavio Redecker

Master in Franse taalwetenschap en geschiedenis

Osnabrück University


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 08/05/2026 03:36