N-deklinatie: der Kranke -> dem Kranken

N-Deklination: der Kranke -> dem Kranken


Die N-Deklination betrifft maskuline Substantive wie „der Kranke", „der Kollege", und „der Kunde" im Singular, die im Dativ und Akkusativ ein -n hinzufügen.

(De N-declinatie betreft mannelijke zelfstandige naamwoorden zoals „der Kranke", „der Kollege" en „der Kunde" in het enkelvoud, die in de datief en accusatief een -n toevoegen.)

Wanneer gebruik je de N-declinatie?

Bij sommige mannelijke zelfstandige naamwoorden komt er in het Duits in de datief en accusatief (en ook in de genitief) -n of -en achter het woord.

  • Alleen bij mannelijk enkelvoud.
  • Niet in de nominatief (onderwerp).
  • Je herkent ze vaak omdat het meervoud op -n of -en eindigt.

Denkstap: 3 snelle vragen (zelfcheck)

  1. Is het woord mannelijk? (der …)
  2. Staat het in datief of accusatief? (bv. na helfen = datief, of als lijdend voorwerp = accusatief)
  3. Is het enkelvoud?

3× ja? Dan: voeg -n/-en toe aan het zelfstandig naamwoord.

Visueel schema: wat verandert er precies?

Kasus Artikel Voorbeeld (N-declinatie) Let op
Nominatief der der Patient geen -n/-en
Datief dem dem Patienten woord krijgt -n/-en
Accusatief den den Patienten woord krijgt -n/-en

De valkuil: je ziet het vooral bij datief

In het Nederlands hoor je het verschil niet. In het Duits moet je het schrijven.

  • Datief (vaak na vaste werkwoorden of met “aan”): helfen, danken, geben, erklären, gehören
  • Accusatief (lijdend voorwerp): “Wie/was bel ik?”
Functie Correct Typische fout
Datief na helfen Ich helfe dem Kollegen. Ich helfe dem Kollege.
Accusatief (lijdend voorwerp) Die Krankenkasse ruft den Patienten an. Die Krankenkasse ruft den Patient an.

Welke woorden doen dit vaak? (gezondheid & werk)

  • der Patient → dem/den Patienten
  • der Kollege → dem/den Kollegen
  • der Kranke → dem/den Kranken
  • der Versicherte → dem/den Versicherten

Tip: Zie je een woord op -e (zoals Kranke)? Grote kans dat het in datief/accusatief -en krijgt.

Mini-check tijdens het spreken (snelle routine)

  1. Zeg het artikel: dem of den?
  2. Plak meteen het einde eraan vast: -n/-en.
  3. Controleer: nominatief? Dan geen -n/-en.

Voor jezelf: “dem → woord krijgt bijna altijd een extra -n/-en bij deze groep.”

  1. De n-declinatie wordt gebruikt bij zelfstandige naamwoorden die in het meervoud op -n of -en eindigen, in alle naamvallen behalve de nominatief.
Form der N-DeklinationKasusBeispiel
der Kranke" (de zieke)„dem Kranken"  (aan de zieke)Dativ (datief)Dem Kranken muss der Arzt regelmäßig Medikamente geben. (De arts moet de zieke regelmatig medicijnen geven.)
„der Patient" (de patiënt)„dem Patienten" (aan de patiënt)Dativ (datief)Die Klinik zeigt dem Patienten verschiedene Fitnessprogramme. (De kliniek laat de patiënt verschillende fitnessprogramma’s zien.)
der Versichte" (de verzekerde)„den Versicherten" (de verzekerde)Akkusativ (accusatief)Die Krankenversicherung lässt den Versicherten die Wahl, ob sie sich gesetzlich oder privat versichern. (De ziektekostenverzekering laat de verzekerde de keuze of hij/zij zich wettelijk of privé verzekert.)

Uitzonderingen!

  1. De n-declinatie geldt alleen voor mannelijke zelfstandige naamwoorden.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. In der Sprechstunde erklärt die Ärztin ___, wie er die Medikamente einnehmen soll.

Tijdens het spreekuur legt de arts ___ uit hoe hij de medicijnen moet innemen.

2. In der Klinik gibt die Krankenschwester ___ seine Krankenversicherungskarte zurück.

In de kliniek geeft de verpleegkundige ___ zijn zorgverzekeringspas terug.

3. Der Hausarzt ruft ___ am Nachmittag an und erklärt die nächsten Schritte.

De huisarts belt ___ ’s middags en legt de volgende stappen uit.

4. Bei der Krankenkasse hilft die Mitarbeiterin ___ beim Ausfüllen des Formulars.

Bij de zorgverzekeraar helpt de medewerkster ___ bij het invullen van het formulier.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste vorm van de n-declinatie in datief of accusatief (mannelijk enkelvoud: -n / -en), bijv. „dem Kollegen”.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ich helfe der Kollege im Büro bei einem Projekt.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich helfe dem Kollegen im Büro bei einem Projekt.
    (Ik help de collega op kantoor bij een project.)
  2. Die Ärztin erklärt dem Patient die Therapie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Die Ärztin erklärt dem Patienten die Therapie.
    (De arts legt de patiënt de therapie uit.)
  3. Wir besuchen heute der Kunde in seiner Firma.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wir besuchen heute den Kunden in seiner Firma.
    (Wij bezoeken vandaag de klant in zijn bedrijf.)
  4. Der Pfleger spricht mit dem Kranke über die Medikamente.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Der Pfleger spricht mit dem Kranken über die Medikamente.
    (De verzorger spreekt met de zieke over de medicijnen.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste vorm in de datief of accusatief (N-declinatie).

1.
Fout: Bij „der Kranke” moet in de datief de -n worden toegevoegd: dem Kranken (niet dem Kranke).
2.
Fout: In de accusatief heeft „der Patient” de N-declinatie nodig: den Patienten (niet den Patient).

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Flavio Redecker

Master in Franse taalwetenschap en geschiedenis

Osnabrück University


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 08/05/2026 14:31