Das Verb 'werden' wird in Präsens, Präteritum und Perfekt verwendet, um meist passive Zustände oder Handlungen auszudrücken. Beispiele: 'ich werde', 'ich wurde', 'ich bin geworden'.
(Het werkwoord 'werden' wordt gebruikt in de tegenwoordige tijd, onvoltooid verleden tijd en voltooid tegenwoordige tijd om meestal passieve toestanden of handelingen uit te drukken. Voorbeelden: 'ich werde', 'ich wurde', 'ich bin geworden'.)
- De tegenwoordige tijd geeft vaak een actieve handeling in de toekomst aan.
- De onvoltooid verleden tijd en de voltooid tegenwoordige tijd geven passieve handelingen of acties aan.
| Zeitform (Tijdvorm) | Konjugationen (Vervoegingen) | Beispiel (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| Präsens (Tegenwoordige tijd) | werde, wirst, wird, werden, werdet, werden | Ich werde nächste Woche umziehen. (Ik ga volgende week verhuizen.) |
| Präteritum (Onvoltooid verleden tijd) | wurde, wurdest, wurde, wurden, wurdet, wurden | Er wurde gestern gelobt. (Hij werd gisteren geprezen.) |
| Perfekt (Voltooid tegenwoordige tijd) | bin, bist, ist, sind, seid, sind geworden | Wir sind schon befördert worden. (Wij zijn al gepromoveerd.) |
Uitzonderingen!
- In de voltooid tegenwoordige tijd wordt 'werden' gevormd met het participium 'geworden'.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ich ____ nächste Woche die Adresse ändern, weil ich in einen Vorort umziehe.
Ik ____ volgende week het adres wijzigen, omdat ik naar een voorstad verhuis.2. Der Mieter ____ gestern vom Vermieter über die Nebenkosten informiert.
De huurder ____ gisteren door de verhuurder geïnformeerd over de servicekosten.3. Wir sind gestern in eine Wohngemeinschaft gezogen und sind jetzt Nachbarn ____.
We zijn gisteren in een woongemeenschap getrokken en zijn nu buren ____.4. Als wir die Wohnung besichtigt haben, ____ alle Fragen sofort vom Hausmeister beantwortet.
Toen we de woning bezichtigd hebben, ____ alle vragen meteen door de huismeester beantwoord.Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijven Sie die Sätze ins Passiv mit ‚werden‘ in der angegebenen Zeit (Präsens, Präteritum oder Perfekt).
-
(Präsens) Der Hausmeister repariert heute den Aufzug.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDer Aufzug wird heute vom Hausmeister repariert.(De lift wordt vandaag door de conciërge gerepareerd.)
-
(Präteritum) Die Firma kündigte gestern den Vertrag.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDer Vertrag wurde gestern von der Firma gekündigt.(Het contract werd gisteren door het bedrijf opgezegd.)
-
(Perfekt) Der Chef hat das Team schon informiert.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDas Team ist vom Chef schon informiert worden.(Het team is door de chef al geïnformeerd geworden.)
-
(Präsens) Die IT‑Abteilung installiert die neue Software am Freitag.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDie neue Software wird am Freitag von der IT‑Abteilung installiert.(De nieuwe software wordt op vrijdag door de IT-afdeling geïnstalleerd.)
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies per blok de grammaticaal juiste zin met ‘worden’.