Adjektive als Attribute bei Nomen haben im Deutschen je nach Artikel und Kasus unterschiedliche Endungen, z. B. „kaltes Wasser" oder „der grüne Salat".
(Adjectieven als attributen bij zelfstandige naamwoorden hebben in het Duits, afhankelijk van het lidwoord en de naamval, verschillende uitgangen, bijv.
- In de nominatief eindigt het adjectief afhankelijk van het geslacht op -e, -er, -es.
- In de genitief: het adjectief eindigt bij alle geslachten op -en.
- In de datief: het adjectief krijgt bij alle geslachten de uitgang -en.
- In de accusatief: het adjectief eindigt bij alle geslachten op -e.
| Kasus | Artikel + Endung | Beispiel |
|---|---|---|
| Nominativ (nominatief ) | ein + -er | Ein langer Urlaub ist gut für die Gesundheit. (Een lange vakantie is goed voor de gezondheid.) |
| maskulin (mannelijk) | ||
| Nominativ (nominatief) | ein + -es | Ein großes Glas Wasser ist gut für den Körper. (Een groot glas water is goed voor het lichaam.) |
| neutral (onzijdig) | ||
| Nominativ (nominatief) | eine + -e | Eine große Pille möchte ich nicht einnehmen. (Een groot pil wil ik niet innemen.) |
| feminin (vrouwelijk) | ||
| Genitiv (genitief) | eines/ einer + -en + -s (nur maskulin) | Die Entscheidung eines guten Apothekers ist wichtig. (De beslissing van een goede apotheker is belangrijk.) |
| Dativ (datief) | einem/einer + -en | Bei einem kalten Wetter wie diesem, muss man sich warm anziehen. (Bij zulk koud weer als dit, moet je je warm aankleden.) |
| Akkusativ (accusatief) | ||
| ohne Artikel + -e | Ich habe neue Nachrichten gehört. (Ik heb nieuw nieuws gehoord.) |
Uitzonderingen!
- In de genitief krijgt het mannelijke zelfstandig naamwoord een extra -s als uitgang!
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Für einen ___ Husten empfehle ich Ihnen einen rezeptfreien Hustensaft.
Voor een ___ hoest raad ik u een vrij verkrijgbare hoestsiroop aan.2. Ich brauche ein ___ Thermometer für zu Hause.
Ik heb een ___ thermometer voor thuis nodig.3. Bei einem ___ Infekt sollten Sie sich ausruhen und viel trinken.
Bij een ___ infectie moet u uitrusten en veel drinken.4. Die Beratung einer ___ Apothekerin hat mir sehr geholfen.
Het advies van een ___ apotheker heeft me erg geholpen.Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen en zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste naamval met de juiste uitgang na het onbepaalde lidwoord (ein/eine/einen/einem/einer/eines).
-
Ich brauche ____ (kalt) Wasser.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIch brauche kaltes Wasser.(Ik heb koud water nodig.)
-
Wir helfen ____ (alt) Nachbarn beim Tragen der Einkäufe.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWir helfen einem alten Nachbarn beim Tragen der Einkäufe.(Wij helpen een oude buurman met het dragen van de boodschappen.)
-
Sie sucht die Telefonnummer ____ (neu) Kollegin.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldSie sucht die Telefonnummer einer neuen Kollegin.(Zij zoekt het telefoonnummer van een nieuwe collega.)
-
Der Chef lobt ____ (zuverlässig) Mitarbeiter.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDer Chef lobt einen zuverlässigen Mitarbeiter.(De baas prijst een betrouwbare medewerker.)
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste vorm van de bijvoeglijke naamwoorduitgang.