Esercizio: Gespreksoefening
Istruzione:
- Descrivi cosa sta facendo ogni persona nella scena. In che modo ciascun servizio di emergenza sta aiutando? (Beschrijf wat elke persoon in de scène aan het doen is. Hoe helpt elke hulpdienst?)
- Immagina di aver assistito a una situazione di emergenza. Indica tre cose che hai fatto dopo che l'emergenza è accaduta. (Stel je voor dat je een noodsituatie hebt meegemaakt. Noem drie dingen die je hebt gedaan nadat de noodsituatie plaatsvond.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten