Queste sono le espressioni temporali che si usano con l'imperfetto.

(Dit zijn de tijdsaanduidingen die je met de imperfecto gebruikt.)

1. Waar gaat dit stukje grammatica over?

In dit onderdeel combineer je:

  • het imperfetto (onvoltooid verleden in het Italiaans)
  • met tijdsaanduidingen van gewoonte en herhaling in het verleden.

Je leert hoe je vertelt wat je vroeger regelmatig deed en wat er tegelijkertijd gebeurde.

2. Wanneer gebruik je imperfetto + tijdsaanduiding?

Gebruik imperfetto met deze uitdrukkingen als je praat over:

  • gewoonten in het verleden (wat je meestal deed)
  • herhaling (acties die vaak terugkwamen)
  • acties die tegelijk gebeurden in het verleden
Type Italiaanse uitdrukking Voorbeeld Betekenis
Dagelijkse gewoonte ogni giorno Ogni giorno studiavo italiano. Ik studeerde elke dag Italiaans.
Algemene gewoonte di solito, sempre, spesso Di solito facevo sport. Ik deed meestal aan sport.
Wekelijkse herhaling tutte le settimane Tutte le settimane andavamo al cinema. We gingen iedere week naar de film.
Tegelijkertijd mentre Mentre studiavo, lavoravo anche. Terwijl ik studeerde, werkte ik ook.

3. Imperfetto of passato prossimo?

Een veelvoorkomende twijfel: gebruik ik imperfetto of passato prossimo?

  • Imperfetto = gewoonte, herhaling, achtergrond.
  • Passato prossimo = één concrete, afgeronde actie.
Goed (imperfetto) Fout met uitleg
Di solito studiavo la sera.
(gewoonte)
Di solito ho studiato la sera.
Di solito vraagt om een gewoonte → gebruik imperfetto, geen passato prossimo.
Ogni giorno bevevo un caffè al bar.
(dagelijkse gewoonte)
Ogni giorno ho bevuto un caffè al bar.
Ogni giorno = herhaling → dus imperfetto.

Vuistregel: Zie je ogni giorno, di solito, sempre, spesso, tutte le settimane en gaat het over het verleden? → kies bijna altijd het imperfetto.

4. Waar zet je de tijdsaanduiding in de zin?

Goed nieuws: de plaats is flexibel. De betekenis verandert niet.

  • Begin van de zin: de tijdsuitdrukking krijgt nadruk.
  • Midden in de zin: iets neutraler.
Structuur Voorbeeld Opmerking
Tijdsaanduiding + zin Di solito studiavo la sera. Heel gebruikelijk.
Zin + tijdsaanduiding Studiavo la sera di solito. Ook correct, iets informeler.

Voor mentre is de volgorde wel belangrijk:

  • mentre + imperfetto aan het begin van de bijzin.

Bijvoorbeeld:

  • Mentre studiavo, lavoravo anche part-time.
  • Lavoravo anche part-time mentre studiavo.

5. Hoe werkt mentre precies?

mentre = "terwijl". Je gebruikt het voor twee gelijktijdige acties in het verleden.

  • Beide werkwoorden staan in de imperfetto.
  • Je scheidt de twee acties met een komma als de zin lang is.
Goed Fout Waarom?
Mentre lavoravo, ascoltavo la musica. Mentre lavoravo, ho ascoltato la musica. De twee acties lopen tegelijk → allebei imperfetto.
Studiavo mentre lavoravo part-time. Mentre studiavo, ascoltare la musica. In de tweede helft ontbreekt een vervoegd werkwoord in imperfetto.

6. Typische fouten van Nederlandstalige leerders

  • Te snel passato prossimo gebruiken bij woorden als sempre, spesso, ogni giorno.
  • Een infinitief gebruiken in plaats van een vervoegd werkwoord na mentre.
  • Te veel veranderen van tijd in één zin (imperfetto en passato prossimo door elkaar, zonder reden).

Let daarom op:

  • Zie je een frequentie-uitdrukking + verleden? → denk automatisch: imperfetto.
  • Zie je mentre? → na mentre komt altijd een imperfetto (vervoegd werkwoord).

7. Mini-stappenplan: zelf controleren

  1. Zoek de tijdsaanduiding

    Staat er: ogni giorno, di solito, sempre, spesso, tutte le settimane, mentre?

  2. Bepaal het type actie
    • Gewoonte / herhaling / achtergrond? → imperfetto.
    • Één concrete actie (één moment)? → meestal passato prossimo.
  3. Kijk naar de werkwoordsvorm
    • Staat er een vervoegde vorm (bijv. studiavo, andava, facevamo)?
    • Of per ongeluk een infinitief (bijv. studiare, andare, fare)? → dan is het fout.
  4. Controleer bij mentre
    • Na mentre staat een imperfetto.
    • De andere actie is ook een imperfetto als ze tegelijk gebeuren.

8. Zelftest: begrijp ik het?

Beantwoord voor jezelf deze vragen (in het Italiaans, bijvoorbeeld hardop):

  1. Beschrijf je studententijd met minstens drie zinnen met:

    • ogni giorno
    • di solito
    • spesso

    Gebruik telkens het imperfetto.

  2. Maak één zin met mentre over jouw werk en studie tegelijkertijd.

    Bijvoorbeeld: Mentre studiavo, lavoravo anche in ufficio.

  3. Kun je uitleggen (in het Nederlands) waarom je in deze zinnen geen passato prossimo gebruikt?

Kun je dit zonder aarzelen? Dan heb je deze combinatie van imperfetto + tijdsaanduidingen onder controle en ben je klaar om het actief in gesprekken te gebruiken.

  1. Deze uitdrukkingen geven herhaalde of voortdurende handelingen in het verleden aan.
  2. "Ogni", "di solito", "sempre" geven een gewoonte aan.
  3. "Mentre" geeft aan dat twee handelingen tegelijkertijd plaatsvinden.
Espressione (Uitdrukking)Esempio (Voorbeeld)Significato (Betekenis)
Ogni giorno (Elke dag)Io studiavo l'italiano ogni giorno.Abitudine quotidiana (Dagelijkse gewoonte)
Sempre (Altijd)Bevevo sempre sempre un caffè all'università.Abitudine (Gewoonte)
Tutte le settimane (Elke week)Lei andava in biblioteca tutte le settimane.Ripetizione settimanale (Wekelijkse herhaling)
Di solito (Gewoonlijk)Di solito superavamo gli esami senza problemi.Abitudine generale (Algemene gewoonte)
Spesso (Vaak)Spesso sviluppavo nuovi progetti all'università.Frequenza alta (Hoge frequentie)
Mentre (Terwijl)Mentre mi laureavo, lavoravo anche part-time.Azioni contemporanee (Gelijktijdige handelingen)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. All’università, ___ semestre pagavo la retta in banca, non online.

Op de universiteit ___ semester betaalde ik het collegegeld bij de bank, niet online.)

2. ___ studiavo per la laurea magistrale, lavoravo in un bar vicino all’università.

___ ik voor mijn master studeerde, werkte ik in een bar vlak bij de universiteit.)

3. ___ facevo il tirocinio la mattina e seguivo il corso all’università il pomeriggio.

___ liep ik ’s ochtends stage en volgde ik ’s middags college aan de universiteit.)

4. All’università andavo ___ in biblioteca, ma non superavo sempre tutti gli esami.

Op de universiteit ging ik ___ naar de bibliotheek, maar ik slaagde niet altijd voor alle tentamens.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin die de tijdsaanduidingen met de imperfectum correct gebruikt volgens de gegeven regels.

1.
Er ontbreekt een vervoegd werkwoord in de imperfectum; "studiare" staat in de infinitief, wat in deze context fout is.
"Di solito" vereist de imperfectum om een gewoonte in het verleden uit te drukken, niet de voltooid tegenwoordige tijd.
2.
Er ontbreekt een vervoegd werkwoord in de imperfectum bij de tweede handeling; "ascoltare" staat in de infinitief en is daarom fout.
Het gebruik van de voltooid tegenwoordige tijd in één van de twee handelingen bij "mentre" met imperfectum veroorzaakt een temporele incongruentie.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de onvoltooid verleden tijd en één van de gegeven frequentie-uitdrukkingen (elke dag, altijd, elke week, gewoonlijk, vaak, terwijl).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (tutte le settimane) Vado in biblioteca il lunedì e il mercoledì.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Andavo in biblioteca tutte le settimane.
    (Ik ging elke week naar de bibliotheek.)
  2. Hint Hint (ogni giorno) Studio l’italiano tre volte alla settimana.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Studiavo l’italiano ogni giorno.
    (Ik studeerde iedere dag Italiaans.)
  3. Hint Hint (sempre) Bevo un caffè all’università.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Bevevo sempre un caffè all’università.
    (Ik dronk altijd een koffie op de universiteit.)
  4. Hint Hint (di solito) Lavoriamo da casa il venerdì.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Di solito lavoravamo da casa il venerdì.
    (Gewoonlijk werkten we op vrijdag thuis.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel in tweetallen over jullie vroegere gewoonten op de universiteit en vergelijk ze.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Parla con un collega italiano delle vostre abitudini durante gli studi universitari.
(Praat met een Italiaanse collega over jullie gewoonten tijdens de universiteit.)

Bespreek
  • Cosa facevi ogni giorno durante il semestre prima della laurea? (Wat deed je elke dag tijdens het semester vóór je afstudeerde?)
  • Di solito come ti preparavi per gli esami difficili? (Hoe bereidde je je meestal voor op moeilijke tentamens?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ogni semestre pagavo la retta e seguivo un corso impegnativo. (Elk semester betaalde ik het collegegeld en volgde ik een intensief vak.)
  • Di solito, mentre mi laureavo, facevo anche un tirocinio come tirocinante. (Meestal liep ik tijdens mijn afstuderen ook stage.)
  • Spesso non passavo l'esame perché lavoravo e non studiavo abbastanza. (Vaak slaagde ik niet voor het tentamen omdat ik werkte en niet genoeg studeerde.)

Gebruik in gesprek
  • ogni giorno + imperfetto (elke dag + imperfetto)
  • di solito / spesso / sempre + imperfetto (meestal / vaak / altijd + imperfetto)
  • mentre + imperfetto (terwijl + imperfetto)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 02:24