De temporele uitdrukkingen van de imperfectum: ogni giorno, sempre, spesso, ...

Le espressioni temporali dell'imperfetto: ogni giorno, sempre, spesso, ...


Queste sono le espressioni temporali che si usano con l'imperfetto.

(Dit zijn de tijdsaanduidingen die je met de onvoltooid verleden tijd (imperfetto) gebruikt.)

Wanneer gebruik je het imperfetto met deze tijdwoorden?

Deze tijdsaanduidingen wijzen bijna altijd op het imperfetto, omdat je praat over:

  • gewoonten in het verleden (routines)
  • herhaling (iets gebeurde vaak)
  • een situatie die bezig was (duur, achtergrond)
Signaalwoord Wat bedoel je? Typische vertaling
ogni giorno vaste gewoonte elke dag
sempre altijd (bijna elke keer) altijd
tutte le settimane regelmatig terugkerend elke week
di solito meestal, gewoonlijk meestal / gewoonlijk
spesso vaak (niet altijd) vaak
mentre twee acties tegelijk, allebei “bezig” terwijl

Denkmodel: “Wat deed ik toen meestal?”

Stel jezelf één vraag:

  • Gaat het om een routine/achtergrond zonder duidelijk begin of einde? → imperfetto

Voorbeelden (natuurlijk en volwassen):

  • Ogni giorno studiavo italiano dopo il lavoro. (Elke dag studeerde ik Italiaans na het werk.)
  • Di solito pranzavamo con i colleghi. (Meestal lunchten we met collega’s.)
  • Spesso lavoravo fino a tardi. (Vaak werkte ik tot laat.)

Let op: sempre en spesso zijn geen “perfect”-woorden

In het Nederlands kun je snel denken aan “altijd heb ik…”. In het Italiaans gaat het bij gewoonten meestal niet om “afgerond”, maar om “typisch”.

  • Correct (gewoonte): Sempre bevevo un caffè prima della riunione. (Ik dronk altijd koffie vóór de meeting.)
  • Niet als gewoonte: Sempre ho bevuto un caffè prima della riunione.

Passato prossimo met sempre/spesso kan wél, maar dan bedoel je: “in al die situaties heb ik het gedaan” (resultaat/opsomming). Dat is een andere focus.

Mentre: twee acties tegelijk → vaak imperfetto + imperfetto

Mentre zet je in “film-modus”: je ziet twee dingen die tegelijkertijd bezig waren.

  • Mentre scrivevo la relazione, rispondevo anche alle email. (Terwijl ik het verslag schreef, beantwoordde ik ook e-mails.)
  • Mentre facevamo il tirocinio, seguivamo un corso serale. (Terwijl we stage liepen, volgden we een avondcursus.)

Praktische tip: als je in het Nederlands “was aan het…” kunt zeggen, zit je vaak goed met het imperfetto.

Mini-checklist (zelfcontrole)

  1. Zie je ogni / tutte le… / di solito / sempre / spesso? → denk imperfetto.
  2. Beschrijf je een routine of achtergrond (geen duidelijk einde)? → imperfetto.
  3. Gebruik je mentre en zijn beide acties “lopend”? → meestal imperfetto + imperfetto.
  4. Twijfel je? Vraag: “Was dit typisch/regelmatig?” Zo ja → imperfetto.

Wat moet je vooral goed doen in je zinnen?

  • Zet het tijdwoord duidelijk in de zin (vaak vooraan): Ogni giorno…, Di solito
  • Zorg dat het werkwoord echt in het imperfetto staat: studiavo, bevevo, andavo, superavamo, dirigevo, lavoravo.
  • Bij mentre: maak beide werkwoorden “achtergrond/duur”.
  1. Deze uitdrukkingen geven herhaalde of voortdurende handelingen in het verleden aan.
  2. "Ogni", "di solito", "sempre" geven een gewoontehandeling aan.
  3. "Mentre" geeft aan dat twee handelingen tegelijkertijd gebeuren.
Espressione (Uitdrukking)Esempio (Voorbeeld)
Ogni giorno (Elke dag)Io studiavo l'italiano ogni giorno. (Ik studeerde elke dag Italiaans.)
Sempre (Altijd)Bevevo sempre sempre un caffè all'università. (Ik dronk altijd, altijd een koffie op de universiteit.)
Tutte le settimane (Elke week)Lei andava in biblioteca tutte le settimane. (Zij ging elke week naar de bibliotheek.)
Di solito (Meestal)Di solito superavamo gli esami senza problemi. (Meestal slaagden we zonder problemen voor de examens.)
Spesso (Vaak)Spesso dirigevo nuovi progetti all'università. (Vaak leidde ik nieuwe projecten aan de universiteit.)
Mentre (Terwijl)Mentre mi laureavo, lavoravo anche part-time. (Terwijl ik afstudeerde, werkte ik ook parttime.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. All'università studiavo in biblioteca ____ dopo le lezioni.

Aan de universiteit studeerde ik in de bibliotheek ____ na de lessen.

2. ____ pagavo la retta a settembre, appena iniziava il semestre.

____ betaalde ik het collegegeld in september, zodra het semester begon.

3. Superavo ____ gli esami, ma a volte non passavo quello di statistica.

Ik slaagde ____ voor de examens, maar soms haalde ik dat van statistiek niet.

4. ____ facevo il tirocinio, seguivo anche un corso serale di italiano.

____ ik stage liep, volgde ik ook een avondcursus Italiaans.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met de imperfetto en de passende tijdsaanduiding.

1.
De zin gaat over een gewoonte in het verleden: je hebt de imperfetto nodig, niet de tegenwoordige tijd.
Met "meestal" (gewoonte) is de imperfetto correcter: "seguivo", niet de passato prossimo.
2.
Met "terwijl" vraagt de lopende handeling om de imperfetto: "mentre scrivevo", niet "mentre ho scritto".
Met "terwijl" beschrijf je gelijktijdige, lopende handelingen: het is beter om in beide gevallen de imperfetto te gebruiken, niet de passato prossimo voor de tweede handeling.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Riscrivi le frasi mettendo il verbo all'imperfetto e usando l'espressione temporale indicata (es.: “Ogni giorno: Studio” → “Ogni giorno studiavo”).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Ogni giorno) Studio italiano dopo il lavoro.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ogni giorno studiavo l'italiano dopo il lavoro.
    (Elke dag studeerde ik Italiaans na het werk.)
  2. Hint Hint (Sempre) Bevo un caffè al bar vicino all'ufficio.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Bevevo sempre un caffè al bar vicino all'ufficio.
    (Ik dronk altijd koffie in het café vlak bij kantoor.)
  3. Hint Hint (Tutte le settimane) Vado in biblioteca il sabato mattina.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Tutte le settimane andavo in biblioteca il sabato mattina.
    (Elke week ging ik op zaterdagochtend naar de bibliotheek.)
  4. Hint Hint (Di solito) Torniamo a casa in autobus.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Di solito tornavamo a casa in autobus.
    (Meestal gingen we met de bus naar huis.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat in tweetallen: de één stelt vragen, de ander beschrijft vroegere routines en gewoonten.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Al colloquio di lavoro, racconti al recruiter le tue abitudini durante la laurea triennale.
(Tijdens het sollicitatiegesprek vertel je de recruiter over je gewoonten tijdens je bacheloropleiding.)

Bespreek
  • Com’era un tuo semestre tipo: lezioni, studio e pagamento della retta? (Hoe zag een typisch semester van jou eruit: lessen, studeren en het betalen van het collegegeld?)
  • Cosa facevi di solito prima di un esame e cosa succedeva se non lo superavi? (Wat deed je meestal vóór een examen en wat gebeurde er als je het niet haalde?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Seguivo il corso ogni giorno e studiavo nel pomeriggio. (Ik volgde de cursus elke dag en studeerde ’s middags.)
  • Di solito pagavo la retta all’inizio del semestre. (Meestal betaalde ik het collegegeld aan het begin van het semester.)
  • Spesso facevo il tirocinio per avere esperienza pratica. (Vaak deed ik een stage om praktische ervaring op te doen.)

Gebruik in gesprek
  • ogni giorno + imperfetto (elke dag + imperfetto)
  • di solito/sempre/spesso + imperfetto (meestal/altijd/vaak + imperfetto)
  • mentre + imperfetto (terwijl + imperfetto)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 19:11