8 pratici consigli per preparare la valigia per andare in vacanza.
8 praktische tips om je koffer te pakken voor vakantie.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
La valigia De koffer
Il bagaglio De bagage
I costumi da bagno De badkleding
Le creme solari De zonnecrèmes
Il doposole De aftersun
L'asciugamano De handdoek
Il pareo De pareo
Quando vai in vacanza, sapere cosa mettere in valigia può essere un problema. (Als je op vakantie gaat, kan het lastig zijn om te beslissen wat je in je koffer moet doen.)
Si può risolvere questo problema seguendo otto semplici regole. (Je kunt dit probleem oplossen door acht eenvoudige regels te volgen.)
Prepara una lista delle cose da portare e seguila alla lettera. (Maak een lijst van wat je mee wilt nemen en houd je er strikt aan.)
Per proteggere orologi e oggetti delicati, mettili dentro i calzini. (Om horloges en kwetsbare voorwerpen te beschermen, stop je ze in je sokken.)
Arrotola i pantaloni e le magliette invece di piegarli: così occupano meno spazio. (Rol broeken en T-shirts op in plaats van ze te vouwen: zo nemen ze minder ruimte in beslag.)
Metti nelle scarpe i costumi da bagno e la biancheria intima per sfruttare bene lo spazio. (Stop badkleding en ondergoed in je schoenen om de ruimte goed te benutten.)
Porta vestiti di colori semplici, come nero, bianco o grigio, per creare diversi look. (Neem kleding mee in eenvoudige kleuren, zoals zwart, wit of grijs, zodat je verschillende looks kunt samenstellen.)
Usa contenitori da viaggio da cento millilitri per mettere le creme nel bagaglio a mano. (Gebruik reisflesjes van honderd milliliter om crèmes in je handbagage mee te nemen.)
È meglio un pareo al posto del telo mare perché è leggero, poco ingombrante e stiloso. (Een pareo is beter dan een strandlaken omdat hij licht, compact en stijlvol is.)
Quando parti, tieni i libri in mano, perché in valigia occupano spazio. (Als je vertrekt, houd dan boeken bij je in de hand, want in de koffer nemen ze veel ruimte in.)

1. Qual è il primo consiglio per organizzare bene la valigia?

(Wat is het eerste advies om de koffer goed te organiseren?)

2. Dove si consiglia di mettere orologi e oggetti delicati?

(Waar wordt aangeraden horloges en delicate voorwerpen in te doen?)

3. Perché è preferibile portare un pareo invece del telo mare?

(Waarom is het aan te raden een pareo mee te nemen in plaats van een strandlaken?)

4. Che tipo di vestiti è consigliato portare per creare diversi look?

(Wat voor soort kleding wordt aanbevolen om verschillende looks te creëren?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Preparare i bagagli per la partenza

Bagage klaarmaken voor vertrek
1. Maurizio: Hai già preparato la valigia per la partenza? (Heb je de koffer al klaargemaakt voor vertrek?)
2. Alice: Devo ancora metterci l’asciugamano e il costume da bagno. (Ik moet er nog de handdoek en de zwembroek in doen.)
3. Maurizio: Non dimenticare gli occhiali da sole e la crema solare. (Vergeet de zonnebril en de zonnebrandcrème niet.)
4. Alice: Hai ragione, forse è meglio portare anche un cappellino. (Je hebt gelijk, misschien is het beter ook een petje mee te nemen.)
5. Maurizio: Brava, così almeno evitiamo di scottarci in spiaggia. (Goed zo, zo voorkomen we in ieder geval dat we ons verbranden op het strand.)
6. Alice: Tu invece hai preso la macchina fotografica? (Heb jij trouwens de camera meegenomen?)
7. Maurizio: Sì, devo solo trovare il caricatore. (Ja, ik moet alleen nog de oplader vinden.)
8. Alice: Perfetto. Cos’altro potrebbe mancare nei bagagli? (Perfect. Wat zou er nog kunnen ontbreken in de bagage?)
9. Maurizio: Le cuffiette, così possiamo ascoltare un po’ di musica durante il viaggio. (De oordopjes, zodat we onderweg wat muziek kunnen luisteren.)
10. Alice: Sì, le ho già messe nello zaino stamattina. (Ja, die heb ik vanmorgen al in mijn rugzak gedaan.)
11. Maurizio: Bene, direi che ci siamo allora, no? (Goed, ik zou zeggen dat we er klaar voor zijn, toch?)
12. Alice: Aspetta, stavo per dimenticare il pigiama, come sempre. (Wacht, ik stond op het punt de pyjama te vergeten, zoals altijd.)
13. Maurizio: Almeno stavolta te lo sei ricordata in tempo. (Gelukkig herinnerde je het je deze keer op tijd.)
14. Alice: Ok, allora possiamo chiamare il taxi. (Oké, dan kunnen we een taxi bellen.)

1. Dove metterà Alice le cuffiette?

(Waar zal Alice de oordopjes doen?)

2. Perché Maurizio consiglia ad Alice di portare un cappellino?

(Waarom raadt Maurizio Alice aan een petje mee te nemen?)