A2.35: Lokale diensten en winkels

Servizi locali e negozi

Leer in deze les hoe je pronomi combinati gebruikt om efficiënt informatie te vragen en geven over winkels en diensten, met woorden als farmacia (apotheek), negozio (winkel), en supermercato (supermarkt). Zo verbeter je je dagelijkse communicatie in Italiaanse winkel- en dienstverlening situaties.

Woordenschat (15)

 Il fiorista: de bloemist (Italian)

Il fiorista

Show

De bloemist Show

 Il veterinario: de dierenarts (Italian)

Il veterinario

Show

De dierenarts Show

 Il fruttivendolo: De groenteboer (Italian)

Il fruttivendolo

Show

De groenteboer Show

 Il calzolaio: de schoenmaker (Italian)

Il calzolaio

Show

De schoenmaker Show

 La tabaccheria: De tabakswinkel (Italian)

La tabaccheria

Show

De tabakswinkel Show

 Il macellaio: de slager (Italian)

Il macellaio

Show

De slager Show

 Il negozio d'abbigliamento: de kledingwinkel (Italian)

Il negozio d'abbigliamento

Show

De kledingwinkel Show

 La cartoleria: De kantoorboekhandel (Italian)

La cartoleria

Show

De kantoorboekhandel Show

 Il commesso: de winkelbediende (Italian)

Il commesso

Show

De winkelbediende Show

 Il negozio d'elettronica: De elektronicawinkel (Italian)

Il negozio d'elettronica

Show

De elektronicawinkel Show

 Il centro commerciale: het winkelcentrum (Italian)

Il centro commerciale

Show

Het winkelcentrum Show

 Il negozio d'arredamento: De woonwinkel (Italian)

Il negozio d'arredamento

Show

De woonwinkel Show

 Il negozio di articoli sportivi: De sportwinkel (Italian)

Il negozio di articoli sportivi

Show

De sportwinkel Show

 Acquistare (kopen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Acquistare

Show

Kopen Show

 La lavanderia: de wasserette (Italian)

La lavanderia

Show

De wasserette Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Il negozio d'arredamento


De woonwinkel

2

La tabaccheria


De tabakswinkel

3

Il negozio d'elettronica


De elektronicawinkel

4

Il negozio d'abbigliamento


De kledingwinkel

5

Il commesso


De winkelbediende

Oefening 2: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Se andassi al centro commerciale, _______________ un regalo per mia sorella.

(Als ik naar het winkelcentrum zou gaan, _______________ een cadeau voor mijn zus kopen.)

2. Se tu fossi in città, _______________ dal fruttivendolo la frutta fresca.

(Als je in de stad was, _______________ je verse groenten bij de groenteboer kopen.)

3. Se andassimo dal calzolaio, _______________ le scarpe per la festa.

(Als we naar de schoenmaker gingen, _______________ de schoenen laten repareren voor het feest.)

4. Se voleste un consiglio, _______________ qualche negozio interessante vicino a casa.

(Als je advies wilde, _______________ ik je een aantal interessante winkels bij je huis laten zien.)

Oefening 4: Een dag in het winkelcentrum

Instructie:

Oggi (Volere - Presente) andare al centro commerciale perché (Dovere - Presente) comprare alcuni regali per la mia famiglia. Prima, (Chiedere - Presente) al commesso se (Potere - Presente) aiutarmi a trovare un negozio d'abbigliamento. Poi, se trovo quello che cerco, glieli (Comprare - Presente) e glieli porto a casa. Se non ho tempo, (Chiamare - Presente) mia moglie e le (Dire - Presente) che glieli manderò domani dalla lavanderia.


Vandaag wil ik naar het winkelcentrum gaan omdat ik moet enkele cadeaus voor mijn familie kopen . Eerst vraag ik de verkoper of hij mij kan helpen een kledingwinkel te vinden. Daarna, als ik vind wat ik zoek, koop ik ze en neem ik ze mee naar huis. Als ik geen tijd heb, bel ik mijn vrouw en zeg ik haar dat ik ze morgen van de stomerij zal sturen.

Werkwoordschema's

Volere - Willen

Presente

  • io voglio
  • tu vuoi
  • lui/lei vuole
  • noi vogliamo
  • voi volete
  • loro vogliono

Dovere - Moeten

Presente

  • io devo
  • tu devi
  • lui/lei deve
  • noi dobbiamo
  • voi dovete
  • loro devono

Chiedere - Vragen

Presente

  • io chiedo
  • tu chiedi
  • lui/lei chiede
  • noi chiediamo
  • voi chiedete
  • loro chiedono

Potere - Kunnen

Presente

  • io posso
  • tu puoi
  • lui/lei può
  • noi possiamo
  • voi potete
  • loro possono

Comprare - Kopen

Presente

  • io compro
  • tu compri
  • lui/lei compra
  • noi compriamo
  • voi comprate
  • loro comprano

Chiamare - Bellen

Presente

  • io chiamo
  • tu chiami
  • lui/lei chiama
  • noi chiamiamo
  • voi chiamate
  • loro chiamano

Dire - Zeggen

Presente

  • io dico
  • tu dici
  • lui/lei dice
  • noi diciamo
  • voi dite
  • loro dicono

Oefening 5: I pronomi combinati

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: De gecombineerde voornaamwoorden

Toon vertaling Toon antwoorden

Gliele, Glieli, ve lo, Me lo, Ce le, Te l', Te la

1. Mi + lo:
... puoi portare, per favore?
(Kun je het me alstublieft brengen?)
2. Ti + la:
... hanno data ieri.
(Ze hebben het je gisteren gegeven.)
3. Gli + li:
... ho mostrati con calma.
(Ik heb het ze rustig laten zien.)
4. Ci + le:
... hanno mandate ieri.
(Ze hebben ze gisteren gestuurd.)
5. Vi + lo:
Il macellaio ... porta subito.
(De slager brengt het jullie meteen.)
6. Mi + lo:
... dai ora che sono al centro commerciale?
(Geef je het me nu dat ik in het winkelcentrum ben?)
7. Ti + la:
... mostro ora la cartolina.
(Ik laat je nu de ansichtkaart zien.)
8. Le + le:
... porto con piacere.
(Ik breng ze graag mee.)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

A2.35.1 Grammatica

I pronomi combinati

De gecombineerde voornaamwoorden


Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Acquistare kopen

Imperfetto

Italiaans Nederlands
(io) acquistavo ik kocht
(tu) acquistavi jij kocht
(lui/lei) acquistava hij/zij kocht
(noi) acquistavamo wij kochten
(voi) acquistavate jullie kochten
(loro) acquistavano zij kochten

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Les: Lokale diensten en winkels

Deze les richt zich op het gebruik van i pronomi combinati (combinatiewoorden) in het Italiaans, toegepast in alledaagse situaties zoals het vragen naar en geven van informatie over winkels, diensten en producten in jouw buurt of in een winkelcentrum.

Wat zijn pronomi combinati?

Pronomi combinati zijn een combinatie van persoonlijk voornaamwoord en lijdend voorwerp. Ze worden gebruikt om zinnen korter en vloeiender te maken door bijvoorbeeld: te lo, glieli, of ce li te gebruiken als vervanging van ti lo of gli li.

Belangrijke voorbeelden uit de les

  • Te l'ho già indicata (Ik heb het jou al aangegeven) – hier zie je hoe het voornaamwoord 'te' en het lijdend voorwerp 'la farmacia' gecombineerd worden in 'l'ho'.
  • Ce li ho mostrati (Ik heb ze je laten zien) – gebruikt in de context van producten of diensten.
  • Glielo posso spiegare (Ik kan het u uitleggen) – toont beleefdheid en correct gebruik van combinatiewoorden mee met het werkwoord.

Hoe deze les praktischer maakt

Je oefent met dialogen in situaties zoals vragen naar de locatie van winkels in winkelcentra, het vragen en aanbieden van hulp bij het boodschappen doen, en het bespreken van winkels in je buurt. Deze contexten helpen je gewoontes en handig Italiaans te gebruiken met pronomi combinati, zodat je gesprek natuurlijker wordt.

Mini-verhaal: Een dag in het winkelcentrum

Het verhaal gebruikt werkwoorden in de tegenwoordige tijd die je helpen belangrijke concepten te begrijpen zoals voglio (ik wil), devo (ik moet), en posso (ik kan). Daarnaast krijg je een overzicht van vervoegingen die handig zijn in dagelijkse gesprekken.

Verschillen tussen Nederlands en Italiaans

In het Italiaans worden pronomi combinati vaak gebruikt om zinnen compact te maken, terwijl dit in het Nederlands minder gebruikelijk is. Het Nederlands gebruikt meestal aparte woorden zoals je, hem, het, maar combineert ze niet in één enkel woord. Bijvoorbeeld, waar het Italiaans zegt te lo posso dare (ik kan het je geven), zou het Nederlands zeggen: ik kan het je geven, waarbij de pronominale verwijzingen niet worden gecombineerd.

Enkele nuttige uitdrukkingen en hoe ze in het Nederlands terugkomen:

  • Te lo posso mostrare – Ik kan het je laten zien
  • Glielo faccio sapere – Ik zal het hem/haar laten weten
  • Ce li compro – Ik koop ze voor ons

Belangrijke tips voor het leren

  • Let goed op waar je de pronomi combinati plaatst; meestal voor het vervoegde werkwoord.
  • Probeer de voorbeeldzinnen uit de dialogen hardop te oefenen om vloeiendheid te vergroten.
  • Gebruik het mini-verhaal om de vervoegingen van frequente werkwoorden te oefenen.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏