Leer in deze les essentiële Italiaanse uitdrukkingen om akkoord (zoals 'Sì, è vero' en 'Hai ragione') en beleefd oneens te zijn ('Non sono d’accordo', 'No, non è vero').
- Uitdrukkingen met "sì", "hai ragione", "sono d'accordo" worden gebruikt om instemming uit te drukken.
- Uitdrukkingen met no, non worden gebruikt om onenigheid uit te drukken.
Espressione (Uitdrukking) | Uso (Gebruik) | Esempio (Voorbeeld) |
---|---|---|
Sì, è vero | Accordo con un fatto (Akkoord met een feit) | Sì, è vero, il progetto è finito. (Ja, het is waar, het project is klaar.) |
Sì, va bene | Accordo con una proposta (Akkoord met een voorstel) | Sì, va bene, iniziamo ora. (Ja, prima, laten we nu beginnen.) |
Hai ragione | Accordo su un punto di vista (Je hebt gelijk) | Hai ragione, serve autonomia. (Je hebt gelijk, er is autonomie nodig.) |
Sono d’accordo | Adesione a un'opinione (Instemming met een mening) | Sono d’accordo con la valutazione. (Ik ben het eens met de beoordeling.) |
Non sono d’accordo | Disaccordo educato (Ik ben het niet eens) | Non sono d’accordo, serve più tempo. (Ik ben het niet eens, er is meer tijd nodig.) |
No, non è vero | Negazione di un fatto (Ontkenning van een feit) | No, non è vero, era una responsabilità tua. (Nee, dat is niet waar, het was jouw verantwoordelijkheid.) |
Oefening 1: Espressioni di accordo e disaccordo
Instructie: Vul het juiste woord in.
Sì, è vero, Secondo me, Non sono d’accordo, No, grazie, No, non è vero, Sono d’accordo, Secondo te, Hai ragione
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de zin met de juiste uitdrukking van instemming of afkeuring.