Deze les behandelt het Italiaanse imperfetto met regelmatige werkwoorden als informare, avere en reagire. Leer hoe je handelingen uit het verleden beschrijft die vaak of gewoonlijk plaatsvonden.
  1. De imperfectum wordt gebruikt om het verleden te beschrijven, te praten over een levensperiode of over gewoontelijke handelingen.
1a coniugazione: Verbo informare2a coniugazione: Verbo avere3a coniugazione: Verbo reagire
Io informavo (Ik informeerde)Io avevo (Ik had)Io reagivo (Ik reageerde)
Tu informavi (Jij informeerde)Tu avevi (Jij had)Tu reagivi (Jij reageerde)
Lui / lei informava (Hij / zij informeerde)Lui / lei aveva (Hij / zij had)Lui / lei reagiva (Hij / zij reageerde)
Noi informavamo (Wij informeerden)Noi avevamo (Wij hadden)Noi reagivamo (Wij reageerden)
Voi informavate (Jullie informeerden)Voi avevate (Jullie hadden)Voi reagivate (Jullie reageerden)
Loro informavano (Zij informeerden)Loro avevano (Zij hadden)Loro reagivano (Zij reageerden)

Oefening 1: L'imperfetto: i verbi regolari

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

reagivamo, informavo, informava, avevo, avevano, reagivo, reagivi

1. Informare:
Io spesso ... i miei amici sulle novità TV.
(Ik informeerde mijn vrienden vaak over de tv-nieuwtjes.)
2. Avere:
Io ... il giornale ieri.
(Ik had gisteren de krant.)
3. Reagire:
Durante il programma, tu ... con molto interesse.
(Tijdens het programma reageerde je met veel interesse.)
4. Informare:
Lui ... gli spettatori sui fatti importanti.
(Hij informeerde de kijkers over de belangrijke feiten.)
5. Reagire:
Noi ... con sorpresa alle situazioni difficili.
(Wij reageerden verrast op moeilijke situaties.)
6. Informare:
Ieri mentre ascoltavo il telegiornale, ... mia madre.
(Gisteren terwijl ik het journaal luisterde, informeerde ik mijn moeder.)
7. Avere:
Loro ... le notizie migliori.
(Zij hadden het beste nieuws.)
8. Reagire:
Quando guardavo la televisione, io ... sempre alle notizie.
(Toen ik televisie keek, reageerde ik altijd op het nieuws.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin die de imperfectum correct gebruikt om handelingen in het verleden, gewoonten of beschrijvingen te omschrijven.

1.
Het imperfectum wordt niet gebruikt om over toekomstige handelingen te spreken; 'morgen' vereist een toekomende tijd.
De handeling 'gisteren speelde ik' is correct alleen als de actie aan de gang was; meestal wordt de voltooid tegenwoordige tijd gebruikt voor afgeronde handelingen. Hier ontbreekt duidelijkheid tussen de tijden.
2.
Het gebruik van de verleden tijd 'luisterde' met 'terwijl ik aan de telefoon was' zorgt voor een ongeschikte temporele tegenstelling.
Het bijwoord 'gisteren' creëert redundantie met het imperfectum; het is beter dit in deze zin te vermijden.
3.
Fout bij het gebruik van werkwoordstijden: 'heb' en 'had' worden niet samen gebruikt.
Het imperfectum 'had' wordt niet gebruikt met specifieke tijdsaanduidingen zoals 'gisterenavond' zonder passende context.
4.
Het bijwoord 'vandaag' wordt niet gebruikt met het imperfectum, dat een handeling in het verleden aangeeft.
Fout in congruentie: 'belangrijke' moet meervoud zijn 'belangrijke' omdat het verwijst naar meervoud 'details'.

Het imperfectum: regelmatige werkwoorden

Deze les richt zich op het leren gebruiken van de Italiaanse verleden tijd 'l'imperfetto' voor regelmatige werkwoorden uit de drie conjugaties. Het imperfectum wordt gebruikt om handelingen te beschrijven die in het verleden plaatsvonden en vaak herhaald werden, of om situaties en gewoonten in het verleden te schetsen.

Overzicht van de vervoegingen

1e conjugatie: werkwoord informare2e conjugatie: werkwoord avere3e conjugatie: werkwoord reagire
Io informavoIo avevoIo reagivo
Tu informaviTu aveviTu reagivi
Lui / lei informavaLui / lei avevaLui / lei reagiva
Noi informavamoNoi avevamoNoi reagivamo
Voi informavateVoi avevateVoi reagivate
Loro informavanoLoro avevanoLoro reagivano

Gebruik van l'imperfetto

Het imperfectum wordt gebruikt voor:

  • Handelingen die plaatsvonden en afliepen in het verleden.
  • Het beschrijven van situaties, periodes en gewoontes uit het verleden.

Voorbeelden zijn:

  • Toen ik kind was, giocavo elke middag met vrienden.
  • Terwijl ik aan het telefoneren was, ascoltavo ik het nieuws op tv.
  • Vorig jaar avevo ik elke avond een radioshow.

Belangrijke aandachtspunten

De werkwoorden wijzen op een doorlopende of herhaalde handeling die in het verleden speelde. Verwar dit niet met acties die eenmalig en volledig afgerond zijn, waarvoor vaak de passato prossimo wordt gebruikt.

Verschillen en nuttige woorden

In het Nederlands is er geen exact equivalent van de Italiaanse imperfectum, maar het komt het dichtst in de buurt van zinnen die gaan over gewoontes of beschrijvingen in het verleden, vaak met woorden als "vroeger", "toen", of met de onvoltooide verleden tijd.

Voorbeeldzinnen en woorden:

  • L'imperfetto: giocavo = ik speelde (toen ik kind was)
  • Nederlands: Ik speelde elke middag met mijn vrienden (hierdoor duidt men op een gewoonte in het verleden).

Belangrijke uitdrukkingen bij het imperfectum zijn onder andere: quando ero bambino (toen ik een kind was), sempre (altijd), mentre (terwijl), en tutte le sere (elke avond).

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 29/08/2025 16:43