De imperfetto: i verbi regolari

L'imperfetto: i verbi regolari


L'imperfetto si usa per descrivere il passato, parlare di un periodo di vita o di azioni abituali.

(De onvoltooid verleden tijd (l'imperfetto) wordt gebruikt om het verleden te beschrijven, over een levensperiode te praten of over gewoonten.)

Wat is de imperfetto (imperfectum)?

De imperfetto gebruik je om te praten over het verleden als achtergrond:

  • gewoontes en herhaling: altijd, vaak, elke ochtend
  • situaties die een tijd duurden: toen ik in Milaan werkte…
  • beschrijvingen: mensen, omstandigheden, sfeer
  • twee dingen tegelijk in het verleden: terwijl…

Wanneer kies je imperfetto (en niet “één afgeronde actie”)?

  • Imperfetto = “wat er aan de gang was / hoe het meestal ging”.
  • Passato prossimo (hier niet in de tabel) = “één concrete, afgeronde gebeurtenis”.
Situatie Italiaans Wat betekent het?
Gewoonte Da piccolo avevo una radio. Als kind had ik (langere periode).
Achtergrond + “terwijl” Mentre guardavo il telegiornale, il presentatore informava Twee lopende acties in het verleden.
Typische reactie (vaak) Quando leggevo un titolo forte, reagivo con calma. Hoe je meestal reageerde.

Zo maak je de imperfetto: 3 vaste “setjes” uitgangen

Neem de stam (infinitief zonder -are / -ere / -ire) en plak de juiste uitgang.

Infinitief Stam Uitgangen imperfetto
-are inform- -avo, -avi, -ava, -avamo, -avate, -avano
-ere cred- (bv.) -evo, -evi, -eva, -evamo, -evate, -evano
-ire reag- -ivo, -ivi, -iva, -ivamo, -ivate, -ivano

Snelle check: maak ik de juiste vorm?

  1. Zoek het infinitief: informare / avere / reagire.
  2. Kies de groep: -are, -ere of -ire.
  3. Stam + uitgang: inform- + -avainformava.
  4. Check het onderwerp:
    • io → -vo (informavo, avevo, reagivo)
    • tu → -vi (informavi, avevi, reagivi)
    • noi → -vamo (informavamo, avevamo, reagivamo)
    • voi → -vate (informavate, avevate, reagivate)
    • loro → -vano (informavano, avevano, reagivano)

Typische valkuilen (en hoe je ze vermijdt)

  • -ire is -ivo, niet -evo:
    • reagievoreagivo
  • Gebruik geen “mix” van tijd:
    • Quando leggevo…, reagii (klinkt als een losse gebeurtenis)
    • Quando leggevo…, reagivo (typisch/regelmatig)
  • Let op bij onregelmatige stammen (komt vaak voor bij veelgebruikte werkwoorden). In deze les zie je o.a.:
    • diredicevo, dicevi, diceva, dicevamo… (niet dicavo)
    • farefacevo, facevi, faceva, facevamo… (niet farevo)

Signaalwoorden die vaak “imperfecto” uitlokken

  • mentre (terwijl)
  • da piccolo / da giovane (als kind / als jongere)
  • sempre, spesso, di solito (altijd, vaak, meestal)
  • ogni giorno / ogni mattina (elke dag / elke ochtend)
  • quando + herhaling/achtergrond (wanneer/als… meestal)

Mini-zelftest: begrijp ik het?

  • Kan ik uitleggen of het gaat om achtergrond/gewoonte (→ imperfetto) of één afgeronde actie?
  • Kan ik bij een nieuw werkwoord snel bepalen: -are / -ere / -ire?
  • Controleer ik bij “lastige” werkwoorden of de stam verandert (zoals dire → dice-, fare → face-)?
  1. I coniugazione (-are): -avo, -avi, -ava, -avamo, -avate, -avano
  2. II coniugazione (-ere): -evo, -evi, -eva, -evamo, -evate, -evano
  3. III coniugazione (-ire): -ivo, -ivi, -iva, -ivamo, -ivate, -ivano
1a coniugazione: Verbo informare (1e vervoeging: werkwoord informare)2a coniugazione: (2e vervoeging:)Verbo avere (werkwoord avere)3a coniugazione: Verbo reagire (3e vervoeging: werkwoord reagire)
Io informavoIo avevoIo reagivo
Tu informaviTu aveviTu reagivi
Lui / lei informavaLui / lei avevaLui / lei reagiva
Noi informavamoNoi avevamoNoi reagivamo
Voi informavateVoi avevateVoi reagivate
Loro informavanoLoro avevanoLoro reagivano

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ieri sera, mentre guardavo il telegiornale, il presentatore ____ spesso sui ritardi dei treni.

Gisteravond, terwijl ik naar het journaal keek, ____ de presentator vaak over de vertragingen van de treinen.

2. Da piccolo, ____ una radio in cucina e ascoltavo le notizie ogni mattina.

Toen ik klein was, ____ ik een radio in de keuken en luisterde ik elke ochtend naar het nieuws.

3. Quando leggevo un titolo troppo forte, ____ con calma e poi controllavo su Internet.

Wanneer ik een te sterke kop las, ____ ik rustig en controleerde ik daarna op internet.

4. Durante la situazione difficile, noi ____ i colleghi con una chiamata veloce.

Tijdens de moeilijke situatie ____ wij de collega's met een snel telefoontje.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin in de imperfetto.

1.
Fout in de stam van het werkwoord dire: de correcte vorm is dicevamo, niet *dicavamo*.
Deze optie is identiek aan de correcte, maar moet als redundant worden beschouwd; de oorspronkelijke didactische fout zou een vorm zoals *dicavamo* zijn geweest.
2.
Fout: vormen op -ire gebruiken geen -evo; de correcte uitgang is -ivo (reagivo).
Fout: -avo is de uitgang van de eerste vervoeging (-are); voor reagire is de correcte vorm reagivo.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd door de werkwoorden tussen haakjes te veranderen (bijv.: oggi informo → ieri informavo).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Quando lavoravo a Milano, (informare) i clienti ogni settimana.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Quando lavoravo a Milano, informavo i clienti ogni settimana.
    (Toen ik in Milaan werkte, informeerde ik de klanten elke week.)
  2. Da bambino (avere) sempre paura dei temporali.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Da bambino avevo sempre paura dei temporali.
    (Als kind was ik altijd bang voor onweersbuien.)
  3. In quella riunione tu non (reagire) mai alle critiche.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    In quella riunione tu non reagivi mai alle critiche.
    (In die vergadering reageerde jij nooit op kritiek.)
  4. Nel vecchio ufficio noi (avere) una pausa pranzo più lunga.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Nel vecchio ufficio noi avevamo una pausa pranzo più lunga.
    (In het oude kantoor hadden wij een langere lunchpauze.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat om de beurt: vertel wat er gebeurde en hoe jullie reageerden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
In ufficio, discutete una notizia vista ieri al telegiornale durante la pausa.
(Op kantoor bespreken jullie een nieuwsbericht dat jullie gisteren tijdens de pauze in het journaal hebben gezien.)

Bespreek
  • Qual era il titolo e quale era la situazione descritta? (Wat was de titel en wat was de beschreven situatie?)
  • Dove l'avevate vista o letta: telegiornale, giornale o Internet? Perché? (Waar hadden jullie het gezien of gelezen: journaal, krant of internet? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ieri guardavo il telegiornale e il presentatore informava. (Gisteren keek ik naar het journaal en de presentator informeerde.)
  • Leggevo il giornale: il titolo descriveva la situazione. (Ik las de krant: de kop beschreef de situatie.)
  • Quando navigavo su Internet, mi chiedevo: «Cos'è successo?» (Toen ik op internet surfte, vroeg ik me af: «Wat is er gebeurd?»)

Gebruik in gesprek
  • Quando guardavo il telegiornale, ... (Toen ik naar het journaal keek, ...)
  • Io avevo ... (Ik had ...)
  • Noi reagivamo ... (Wij reageerden ...)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Fabio Pirioni

Bachelor in de geesteswetenschappen

University of Udine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 16:59