Een weekend op een agriturismo
Een weekend op een agriturismo

Een weekend op een agriturismo

Un weekend in agriturismo


Un agriturismo è una casa in campagna dove si può dormire e mangiare del cibo locale. Spesso è una fattoria, con animali e prodotti naturali.
Een agritoerisme is een huis op het platteland waar je kunt slapen en lokaal eten kunt eten. Het is vaak een boerderij met dieren en natuurlijke producten.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
La natura De natuur
Gli agriturismi De agritoerismes
Un uliveto Een olijfgaard
La campagna Het platteland
L'erba Het gras
I contadini De boeren
I campi De velden
Gli agricoltori De landbouwers
Ci sono luoghi immersi nel verde, lontani dal rumore, dove il contatto è solo con la natura. (Er zijn plekken midden in het groen, ver weg van het lawaai, waar je alleen contact hebt met de natuur.)
Sono gli agriturismi di "Campagna Amica". (Dat zijn de agritoerismes van "Campagna Amica".)
Si può partire per un weekend romantico e fare una pedalata tra le strade bianche. (Je kunt eropuit voor een romantisch weekend en een fietstocht maken over de witte wegen.)
Si può brindare in completa solitudine, tra il silenzio e la magia di un uliveto. (Je kunt proosten in totale afzondering, tussen de stilte en de magie van een olijfgaard.)
Siamo il vero agriturismo italiano: qui è possibile passare giorni in amicizia e fare una colazione contadina, prima di una passeggiata sul lago e di un pranzo al sacco in campagna. (Wij zijn het echte Italiaanse agritoerisme: hier kun je dagen in vriendschap doorbrengen en genieten van een boerenontbijt, vóór een wandeling langs het meer en een picknicklunch op het platteland.)
Si può pranzare sull'erba, lontano da tutto, e poi camminare verso il mare fino al tramonto. (Je kunt op het gras lunchen, ver weg van alles, en daarna naar de zee wandelen tot zonsondergang.)
Qui si vive una vacanza indimenticabile con la famiglia e si gustano prodotti che arrivano dalla terra. (Hier beleef je een onvergetelijke vakantie met het gezin en proef je producten die van het land komen.)
Si può giocare a pallone nei campi, respirando aria sana e pulita. (Je kunt voetballen op de velden, terwijl je gezonde, schone lucht inademt.)
Gli agriturismi di "Campagna Amica", promossi da "Terranostra", sono tutto questo e molto di più. (De agritoerismes van "Campagna Amica", gepromoot door "Terranostra", zijn dit alles en nog veel meer.)
Con i grandi spazi e i pochi ospiti si può stare in sicurezza, con le attività offerte dagli agricoltori. (Met de grote ruimtes en het kleine aantal gasten kun je er veilig verblijven, met activiteiten die door de landbouwers worden aangeboden.)

1. Dove è possibile brindare in completa solitudine e silenzio?

(Waar is het mogelijk om in volledige eenzaamheid en stilte te proosten?)

2. Quale attività è suggerita come idea per un weekend romantico?

(Welke activiteit wordt voorgesteld als idee voor een romantisch weekend?)

3. Per quale motivo si può stare in sicurezza negli agriturismi descritti?

(Om welke reden kun je veilig verblijven in de beschreven agritoerismes?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Due amici decidono di trascorrere una vacanza in un agriturismo e parlano delle attività che vogliono fare.

Twee vrienden besluiten hun vakantie door te brengen in een agriturismo en praten over de activiteiten die ze willen doen.
1. Giulio: Ho trovato un agriturismo dove possiamo andare. (Ik heb een agriturismo gevonden waar we naartoe kunnen gaan.)
2. Marta: Ah sì? E dove si trova? (Ah ja? En waar ligt het?)
3. Giulio: Si trova sulle colline della Toscana, in mezzo alla natura. (Het ligt op de heuvels van Toscane, midden in de natuur.)
4. Marta: Wow, è bellissimo! Spero che ci siano tanti animali. (Wauw, het is prachtig! Ik hoop dat er veel dieren zijn.)
5. Giulio: Per tua fortuna sì: è anche un'azienda agricola. Ci sono mucche, cavalli, maiali e pecore. (Gelukkig voor jou wel: het is ook een landbouwbedrijf. Er zijn koeien, paarden, varkens en schapen.)
6. Marta: Perfetto! E c'è anche un ristorante? (Perfect! En is er ook een restaurant?)
7. Giulio: Sì, usano solo i loro prodotti locali: formaggi, salumi, vino... tutto tipico toscano. E li vendono anche. (Ja, ze gebruiken alleen hun lokale producten: kazen, vleeswaren, wijn... alles typisch Toscaans. En ze verkopen ze ook.)
8. Marta: Che buono! Hai visto se ci sono attività all'aria aperta? (Wat lekker! Heb je gekeken of er buitenactiviteiten zijn?)
9. Giulio: Sì, ce ne sono moltissime. Mi interessa molto fare un giro in bicicletta tra le colline. (Ja, er zijn er heel veel. Ik ben erg geïnteresseerd in een fietstocht tussen de heuvels.)
10. Marta: Non avevo dubbi! Che ne dici di prenotare per giugno? (Dat had ik al verwacht! Wat denk je ervan om voor juni te boeken?)
11. Giulio: Sì, mi sembra perfetto. (Ja, dat lijkt me perfect.)

1. Dove si trova l'agriturismo?

(Waar ligt de agriturismo?)

2. Quale attività all'aria aperta interessa molto a Giulio?

(Welke buitenactiviteit interesseert Giulio heel erg?)